Slapen, jet lag en prestatie vermogen, deel 1
Reizen, jetlag,trainen. In hoeverre lijdt je prestatievermogen hieronder?
Om een artikel toe te voegen aan je leeslijst moet je zijn ingelogd.
[clean-login]
Wil je het artikel "Slapen, jet lag en prestatie vermogen, deel 1" verwijderen uit je leeslijst?
In onze technologische maatschappij zullen slechts zeer weinig mensen de oversteek naar Noord-Amerika per boot doen. Met het vliegtuig is het goedkoper en duurt de oversteek maar een paar uur. Allemaal voordelen, niet waar? Maar anders dan met de boot krijgen we meteen te maken met een jet-lag. Voor de gemiddelde toerist niet erg, maar voor sporters en zakenmensen die moeten presteren is dat wel het geval. Immers, we passeren 5 of meer tijd zones en dit zal ons dag-nachtritme behoorlijk beïnvloeden. En dit kan het prestatievermogen van zowel sprinters als langeafstandlopers heel erg verminderen. Dat heeft allemaal te maken met de bioritmen van ons lichaam, die op hun beurt samenhangen met licht en donker, waken en slapen.
Dag-nacht ritme
Slaap is essentieel voor onze gezondheid, we ontlenen er energie aan. We kunnen door een goede nachtrust van een training of zwaar werk herstellen. Als we slecht hebben geslapen, daarentegen, stap je met loden benen uit bed. Dat overkomt ons ook na een transatlantische vlucht. In beide gevallen is ons bioritme verstoord. Hoe komt dat?
Ons leven wordt gekenmerkt door een vast dag-nacht (diurnaal of circadisch) ritme, dat bepaald wordt door de periodes van zonlicht en duisternis. Dit diurnale ritme wordt verstoord door een plotselinge verandering in de dag-nacht cyclus, wat tot allerlei vervelende problemen leidt. De eerste dagen na een vlucht van de V.S. naar huis zijn we overdag moe en hebben we last van nauwelijks te bedwingen slaap. Na enige dagen verdwijnt dat, daar onze systemen zich aan de nieuwe situatie hebben aangepast. Er is een nieuw diurnaal ritme ingesteld.
Instellen van een nieuw diurnaal ritme
Voor de regulatie van dat nieuwe ritme is een klein hersengebiedje (de nucleus supra chiasmaticus, fig. 1) verantwoordelijk, dat de informatie over de hoeveelheid licht uit onze ogen verwerkt en daarmee onze slaap reguleert. Zij doet dat door de pijnappel klier te ‘leren’ zich aan te passen aan de veranderde perioden van licht en donker. Normaal is, dat er geen slaaphormoon (melatonine) geproduceerd wordt als het licht is, terwijl de productie begint als het donker wordt. Na aankomst in een andere tijdzone vergt het enige dagen voordat dit conform de nieuwe situatie ook gebeurd. Dus de eerste dag(en) wordt er ook als het licht is melatonine aangemaakt, terwijl dat bij het vallen van de avond juist niet of te weinig gebeurd. Naarmate er meer tijdzones worden gepasseerd, zoals vooral gebeurd als we oost-west of omgekeerd reizen, dan kan een optimale aanpassing 5-10 dagen kosten.
Vele andere functies hebben een diurnaal ritme
Maar er zijn veel meer door die nucleus supra chiasmaticus gereguleerde systemen. Meer dan honderd andere lichaamsfuncties en biochemische processen variëren naar aanleiding van de dag-nacht cyclus. De lichaamstemperatuur b.v. daalt ’s nachts om tijdens de dag weer te stijgen. Ook veel hormoonsystemen hebben een diurnaal ritme. Dit komt daar de nucleus supra chiasmaticus tegen het regelgebied (de hypothalamus) van vele lichaamsfuncties aanligt en daarmee talloze verbindingen heeft
(fig. 1, zie www.hersenstichting.nl voor meer informatie). Bij het passeren van een aantal tijdzones zal de lichaamstemperatuur een ‘verkeerde’ waarde op het verkeerde moment van de dag aannemen. Bovendien zal het diurnale ritme van stress hormonen als cortisol en (nor)adrenaline verstoord zijn. ’s Nachts zijn er teveel van, wat de slaap negatief beïnvloedt. De slaap is dan weinig verkwikkend en herstellend.
In deel 2 worden de verschillende slaapstadia beschreven, alsmede de invloed van een jet lag daarop. Ook worden er een aantal maatregelen genoemd, die een nieuwe instelling van het dag-nacht ritme kunnen versnellen.
Hans Keizer
Hans Keizer(opleiding leraar lichamelijke opvoeding en geneeskunde) werkte 35 jaar als arts/fysioloog aan de universiteit Utrecht en Maastricht, waar hij in 1983 promoveerde. Hij was winnaar van de prijs voor Sportgeneeskunde, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Salzburg. Hij was een succesvol atletiektrainer, bondscoach/arts K.N.A.U. en bracht verschillende lopers naar de wereldtop. Hij heeft meer dan 120 wetenschappelijke publicaties op zijn naam.