Mensen in mijn omgeving zouden het misschien niet vermoeden, maar ik ben van nature behoorlijk lui. Als het makkelijk kan, zoek ik zeker niet de moeilijke weg, en als het niet echt nodig is, doe ik veel dingen liever helemaal niet.
Gelukkig geldt deze instelling niet voor alles wat ik doe, anders zou ik de hele dag in een comfortabele stoel doorbrengen en nauwelijks van mijn plek komen. Tijdens het hardlopen kom je ook niet zo ver als je liever lui dan moe bent.
Toch leek het er afgelopen weekend op dat ik mijn luie kant had meegenomen naar Driebergen. Ik liep er de halve marathon, mijn eerste op een onverharde ondergrond. Al maanden keek ik erg uit naar deze loop: wat kon er nu heerlijker zijn dan in een bos rond te rennen, het liefst met mooi weer?
Inderdaad met mooi weer toog ik met mijn trouwste supporter naar het midden van het land. De kleinschaligheid van de 3bergenLOOP (maximaal 1500 deelnemers over alle afstanden) was een van de redenen dat ik voor deze loop had gekozen en direct bij aankomst voelde alles al gemoedelijk aan. Wij togen naar de kantine, waar allengs steeds meer lopers binnen druppelden. We raakten aan de praat met een meneer die met zijn hond de canicross ging lopen en die verrassend genoeg bij ons uit de buurt bleek te komen.
Al snel zat ik zo lekker in mijn comfortabele fauteuil dat de behoefte om te gaan lopen eigenlijk wat naar de achtergrond verdween.
Ik was overigens niet de enige die er zo over dacht. Een deelneemster aan de 12 kilometer vertrouwde ons toe dat ze door dat hangen voorafgaand aan de start eigenlijk ook niet meer zo’n behoefte had om te gaan hardlopen.
Maar natuurlijk was ik hier met een doel, dus dat doel ging ik halen. Geen streeftijd, maar lekker lopen en genieten van mijn vierde halve marathon.
Na de start moest ik er even inkomen, maar al snel genoot ik inderdaad van het lopen over de zandpaden. Ik had bewust geen muziek meegenomen omdat ik me wilde focussen op de omgeving. Dat was lastiger dan ik had gedacht: ik moest goed opletten waar ik mijn voeten zette. Stenen en modderige stukken maakten dat je voortdurend je aandacht bij het pad moest houden. Ik was blij dat ik een paar weken geleden nog had besloten om trailschoenen te kopen waardoor mijn grip op de ondergrond goed was.
Op een kilometer of 7 trof ik de grootste uitdaging die in het parcours zat: een steile, lange en met stenen bezaaide klim. Met de wetenschap dat ik die klim 7 kilometer later nóg een keer moest doen, veranderde er iets in mijn gemoedstoestand. Iedere meter die volgde, drong de gedachte aan de nog komende kilometers zich steeds meer op. Nóg een keer die boomwortels, nóg een keer die modderpoelen ontwijken. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar in dat prachtige decor begon ik mij een beetje te vervelen. Was ik dan toch teveel gewend aan stadse lopen, met veel publiek langs de kant en veel afwisseling onderweg?
Of, de hamvraag: ben ik stiekem toch een beetje te lui om die langere afstanden met plezier te lopen? In mijn trainingen zit ik er immers ook steeds tegenaan te hikken.
Ik kon de neiging maar moeilijk onderdrukken om mijn eventuele marathon aspiraties daar voor altijd en eeuwig in het bos op de Utrechtse Heuvelrug achter te laten.
Na de tweede keer die hele steile klim te hebben overwonnen, begon het aftellen. Alleen, aftellen van 14 naar 21 kilometer duurt nog best lang. Ik probeerde zoveel mogelijk in het hier en nu te zijn, niet na te denken en gewoon door te gaan. Dat lukte.
In de laatste kilometer lukte het me zowaar om nog een paar lopers in te halen voordat ik nog redelijk soepel op de finish afkoerste. Het was volbracht.
Maar na afloop gebeurde er iets geks. In eerste instantie riep ik dat ik deze halve marathon niet meer wilde lopen, omdat ik het parcours zo saai vond. Gaandeweg begon ik echter te merken hoe goed deze loop mij had gedaan. Ik voelde me meer voldaan dan bij mijn vorige halve marathons en dat gevoel hield dagenlang aan. Ik vond het ook plezierig om te merken dat ik een redelijk zwaar parcours eigenlijk gemakkelijk aan had gekund. Bovendien had ik geen centje spierpijn, voor mij een unicum na een wedstrijd. En met mijn vermoeidheid viel het ook reuze mee.
Met terugwerkende kracht is de 3bergenLOOP daarmee een stuk leuker geworden dan ik onderweg had bedacht. Sterker nog: ik zou hem zo nog een keer lopen, inclusief die steile klim.
Mijn hamvraag is hiermee meteen beantwoord: mijn luiheid is een gegeven, maar tijdens het hardlopen niet meer dan een fase waar ik doorheen moet.
Ik denk dat ik dat maar als mantra ga meenemen op mijn lange duurlopen.



