Traag, trager, traagst

Als hard-loper is het raar om langzamer te gaan En toch is dat precies wat ik op dit moment probeer te bereiken – langzamer gaan.

Als je hardloopt, is het logisch dat je jezelf tot doel stelt om steeds een beetje sneller te worden. Het woord zegt het eigenlijk al: hard-lopen. Als hard-loper kun je niet aankomen met de wens om langzamer te gaan, dat is gewoon een contradictio in terminis. 
En toch is dat precies wat ik op dit moment probeer te bereiken – langzamer gaan. 

Natuurlijk zit daar een gedachte achter. Het is nu eenmaal niet mijn grootste wens om een zo langzaam mogelijke tijd neer te zetten bij een wedstrijd. Ik probeer mijn tempo te verlagen omdat ik van verschillende kanten lees dat het goed is voor je loopvermogen om je lange duurlopen zo’n twee minuten per kilometer langzamer te lopen dan je wedstrijdtempo. Bovendien wil ik in juli beginnen met het Sportrusten schema en dan moet ik de helft van mijn looptijd in tempo D2 lopen. 
Nu ligt mijn wedstrijdtempo niet super hoog, dus dat zou betekenen dat ik in mijn trainingsloop voor mijn gevoel bijna moet wandelen. En dat, dat is voor mij tot nu toe onmogelijk gebleken. 

Ik doe serieus mijn best, daar ligt het niet aan. Maar als ik tegelijkertijd op mijn techniek wil letten (o zo belangrijk omdat ik anders blessures ga kweken), lukt het me maar niet om echt traag te lopen. Stiekeme blikken op mijn horloge leren me dat ik steevast minimaal een minuut per kilometer te snel ga. En denk ik dat het juiste tempo eindelijk te pakken heb, dan zakt mijn houding in of klopt mijn pasfrequentie niet meer. 
Het is om moedeloos van te worden, want ik wil zo graag traag! 

Twee weken geleden leek er ineens een ommekeer te komen. Ik was bezig met een detox periode en at dus niet veel. Omdat ik toch wilde blijven lopen, maakte ik korte rondjes en ging ik mee in het tempo dat ik op dat moment aankon. En laat dat nu een lekker traag tempo zijn! Mijn benen waren loodzwaar en ik kon gewoon écht niet harder. Hoera! 
Als klap op de vuurpijl ging ik 13,5 km lopen op een dag waarop ik volgens mijn detoxprogramma het minst moest eten. Het was loodzwaar. Omdat ik geen enkele reserve had, kwam ik de eenvoudigste bruggetjes bijna niet op en ik moest meerder keren wandelpauzes inlassen.  Van blijdschap omdat ik zo fijn langzaam liep, was op dat moment geen sprake. Wat was ik blij toen het erop zat en ik de rest van de dag in een luie stoel kon gaan zitten om bij te komen. Maar wat voelde ik me na afloop voldaan dat ik het had volbracht. En wat fijn dat ik zo’n lang stuk met zo’n slakkengang had kunnen lopen. 

Die tempoverlaging bleek helaas van korte duur. In de week voor mijn 10 km in Leiden mocht ik steeds wat meer eten en ik begon me steeds beter te voelen. Omdat ik de laatste weken geen tempolopen had gedaan, besloot ik op vrijdagmiddag toch maar een paar snelle kilometers te lopen. Gewoon, om te zien of het er nog in zat. 
Dat zat het. En hoewel ik in Leiden merkte dat ik nog niet volledig op kracht was, ging het lopen toch weer lekker en ik kon een voor mij alleszins acceptabele tijd neerzetten. Na afloop voelde ik me fitter dan ik me in weken had gevoeld. Lang leve de detox!

Hoewel… Vanmorgen was ik nog vóór het ontbijt op pad voor een 5 km rondje. En ik wilde wel, maar het lukte gewoon niet meer. Traag lopen, bedoel ik. Proberen deed ik het wel. Maar toen ik na de derde kilometer op mijn horloge keek, zag ik dat ik juist steeds wat sneller ging. Weg waren de zware benen. En dus zat er weer geen goede rem op mij. Opnieuw lag mijn tempo een minuut hoger dan ik wilde. Toch maar weer op rantsoen gaan dan? 

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie