Toen afgelopen zomer mijn vakantie van start ging, merkte ik dat ik helemaal niet zo nodig weg hoefde. Raar, want meestal tel ik de dagen af voor het zover is.
Maar na even nadenken kwam ik erachter dat het helemaal niet zo raar is. Ik had al heel vaak vakantie gehad!
Wat ik het afgelopen half jaar namelijk heb ontdekt, is dat al die wedstrijden die ik loop (en dat zijn er dit jaar meer dan in de afgelopen jaren) voelen als vakantie. Ieniemienie vakanties, maar toch.
Wel beschouwd, voldoen de dagen waarop zo’n wedstrijd plaatsvind ook wel aan de criteria die ik hanteer voor mijn andere vakanties: ik ben in een andere omgeving, ik ben actief bezig met iets waarvan ik blij word, de sfeer is meestal super en gek genoeg heb ik vaak ook nog prima weer. Aan het einde van zo’n dag kom ik dan ook altijd opgeladen weer thuis. Vakantiegevoel dus.
Afgelopen weekend liep ik voor het eerst een wedstrijd in het buitenland. In Parijs deed ik samen met mijn echtgenoot mee met de 20 kilometer. Een loop die al een aantal jaar bovenaan mijn lijstje prijkt, en nu was het eindelijk zo ver. Natuurlijk plakten we er een paar dagen aan vast, dus nu mocht het écht als vakantie gelden.
Niet dat we de dagen ervoor uitgebreid de stad in gingen – onze benen moesten worden gespaard voor zondag. Op zaterdag bestond ons programma zelfs uit niet meer dan wat boodschappen doen, eten in ons appartement en een boekje lezen in het park bij de Eiffeltoren.
Door omstandigheden waren we helaas niet topfit toen we op die zondag in de kille Parijse ochtendlucht in het startvak aan de voet van de Eiffeltoren stonden: de reis was op het laatste moment gewijzigd (door een staking in België werd onze treinreis geannuleerd en moesten we een en ander omboeken) en ons matras was zo hard dat we er allebei rugpijn door hadden opgelopen. Tel daarbij op die eerder genoemde kilte, en je snapt dat ons lijf niet soepel aanvoelde. En als vijftiger tikt dat dan toch nét iets meer aan dan wanneer je 20 jaar jonger bent.
Het maakte geen verschil voor mijn gemoedstoestand: ik had er zin in! Na een lange tijd wachten, mochten we eindelijk van start. Vlak na de brug over de Seine lag de startboog. Wat volgde, was 20 kilometer lang genieten. Ik had overal pijn, maar ik kon alleen maar denken hoe fantastisch het was om met dit prachtige herfstweer (het zonnetje was inmiddels tevoorschijn gekomen) door een stad als Parijs te mogen en kunnen lopen. De sfeer was geweldig, zowel op als naast het parcours. En net als op een ‘echte’ vakantie, hoorden we om ons heen regelmatig Nederlands praten.
Na het Bois de Boulogne kwamen we, op zo’n 11 km, weer aan bij de Seine. Daar lag de Eiffeltoren in de verte, wat een mooi gezicht! Het duurde echter nog lang voordat ie dichterbij kwam. En dan waren we er nog niet; hoewel de finish op de andere oever bij diezelfde Eiffeltoren lag, wisten we dat we nog een stuk verder moesten lopen voordat we de rivier weer over mochten. In dat stuk zaten ook nog een paar tunneltjes, een ware aanslag op mijn beenspieren, die de hele weg van zich lieten horen.
Doordat mijn echtgenoot last kreeg van zijn hamstring, hebben we helaas niet de tijd kunnen lopen waarop we van tevoren hadden gerekend. Ook heb ik er flinke spierpijn aan overgehouden. Maar oh, wat was het geweldig om mee te maken!
Het was mijn 14e ‘loopvakantie’ dit jaar, en er volgen er nog een paar. Maar ik denk dat de komende beetjes vakantie in eigen land hieraan moeilijk zullen kunnen tippen.
P.S. Oh ja, die échte zomervakantie was natuurlijk ook heerlijk. Al was het alleen maar omdat ik daarin een PR heb gelopen op de 10 kilometer…



