Eindelijk is het zaterdagochtend en is er een einde gekomen aan die ellendige werkweek op school. Zieke collega’s, ruziemakende kinderen, ouders met lastige vragen en een stapel werk die boven me dreigt uit te stijgen. Neem daarbij een vriendschap die wat aan het aftakelen is met een tekort aan slaap als gevolg, dan hoeft er helemaal geen tekening meer bij. En op de koop toe gaf vrijdagmiddag de mobiele telefoon de geest. “Het kan verkeren”, zei eeuwen geleden al een van mijn schrijvende voorgangers. En wie ben ik om hem tegen te spreken. Ik mocht het zelfs aan den lijve ondervinden.
Dus was ik maar al te blij dat ik zaterdag even over acht op pad kon voor een frustratieloopje. Deze term heb ik een tijdje geleden in het leven geroepen als combinatie van duurloopje en tempoloop. Door wat verder én sneller te lopen raakte ik verlost van mijn frustraties en de hoop was dat dit ook nu het geval zou zijn. Het was nog een beetje donker toen ik van start ging en er stond een nijdige wind, maar het was droog en koud. Voor mij misschien wel de omstandigheden waarin ik me het best voel, uitgezonderd die wind dan. Na enkele honderden meters zat ik al in het bos en de problemen van school verdwenen helemaal naar de achtergrond. De frisse boslucht deed me herademen, zowel letterlijk als figuurlijk. De bomen zorgden voor de nodige beschutting tegen de wind en de paadjes lagen er voortreffelijk bij. “Ik ben vandaag zo vrolijk”, zong ik zelfs luidop in de hoop dat ik mezelf niets wijsmaakte, want ik wist dat er in mijn hoofd toch nog enkele zaken een juiste plaats moesten krijgen. Maar muziek verzacht de zeden en een glimlach is nooit ver weg dan.
Nu loop ik nooit met oortjes in, dat geeft me een ongemakkelijk gevoel, maar in mijn gedachten circuleren wel tal van liedjes. De wisselende omstandigheden die ik tijdens het hardlopen op mijn pad ontmoet vormen een jukebox in mijn hoofd. Ik hou van veel muziekjes, dat maakt het des te leuker. Klassiekers van Elvis Costello, Lou Reed, The Levellers en Metallica passeren vaak de revue. Vooral deze laatste durf ik dan wel eens luidop mee te brullen, in de hoop dat er niemand in de buurt is. Recent kreeg ik nog de opmerking dat mijn nieuwe look wat op zanger James Hetfield leek, dat beschouwde ik wel als een compliment. Al hoop ik levensgewijs wel op een iets rechter pad te blijven.
Vanochtend waren het geen loeiharde gitaren, maar stak leuke Nederpop uit de tijd dat ik nog kind was de kop op. Is er leven op Pluto? Dat zal me worst wezen, net als de vraag of je kan dansen op de maan. Maar ik vroeg me net als de twee Henkjes van Het Goede Doel wel af op welke plaatsen het beter zou zijn dan hier in deze bosrijke omgeving. België was zoals in het liedje voor mij geen optie, daar bevond ik me immers al. En ja, soms wil ik wel eens weg van hier, weg van de drukte, weg van de onstuimige dorpscentra. En Nederland zou dan wel eens een optie kunnen zijn, maar ik vroeg me af of ik me nog ergens anders zou kunnen thuisvoelen. Net als in het liedje is ook Koeweit me te heet en Lapland te koud. Dat het in Polen te goed gaat durf ik te betwijfelen bij het passeren van een chaletpark vol Poolse bouwvakkers die hier bij ons hun geluk komen zoeken. En dat in Noord-Ierland alles stuk gaat lijkt me ook gedateerd. Dat land zou net als het andere Ierland, Schotland en de Scandinavische landen wel op mijn lijstje kunnen voorkomen. Stuk voor stuk landen waar de natuur hoogtij viert en de mentaliteit toch net even anders is. Een keuze dringt zich niet meteen op, maar ik hou het toch maar in mijn achterhoofd. Voorlopig is het ook nog fijn toeven in de ‘Stille Kempen’.
De rust keert zo langzaam weer in mijn hoofd, alleen die band met mijn bestie die op de helling staar baart me nog steeds zorgen. Al drie weken hoorde ik nog nauwelijks wat van haar en het lijkt er ook op dat vooral ik daar een probleem van maak. Voor haar komt het allemaal vrij logisch en zelfs doodnormaal over. Nog steeds dwaalde Het Goede Doel door mijn gedachten, al was het nu met een andere song. En ik zong nog luider mee dan voorheen: “Één keer trek je de conclusie, vriendschap is een illusie. Vriendschap is een droom, een pakketje schroot met een dun laagje chroom”. Dit stond dan in schril contrast met wat mijn hartsvriendin me steeds toevertrouwde: “Aan onze vriendschap kan niemand raken, die is zo speciaal en zo intens dat die voor altijd zal duren.” Ik weet het even niet meer. De waarheid zal ongetwijfeld ergens daartussen liggen, al hoop ik dat die naar de juiste kant overhelt. Maar momenteel twijfel ik daar ontzettend sterk aan.
Wanneer ik na vijftien kilometer en aan een vrij hoge hartslag weer thuiskom merk ik dat ze toch een berichtje heeft nagelaten met de vraag even te bellen. Dat doen we dan ook. Op die manier raken ook de laatste zorgen weggewerkt. En zo heeft mijn frustratieloopje dan toch het beoogde doel bereikt.




Karin
Mooi als zo’n frustratieloopje niet alleen fysiek helpt.