
“Ik begin graag aan dingen waarvan ik niet weet of ik die kan”
Thomas Dunkerbeck wordt gezien als een van Nederlands beste Ultratrail lopers
Hardlopen is veel meer dan een sport. Hardlopen is een middel om nieuwe dingen te ervaren en nieuwe dingen te ontdekken.
Thomas Dunkerbeck wordt gezien als een van Nederlands beste Ultratrail lopers. Onlangs stond hij aan de start van het WK Skyrunning. Een wedstrijd van maar liefst 105 kilometer, met 2800 hoogtemeters. Hij is als 24ste (21ste man) gefinisht in veertien en een half uur. ProRun spreekt Thomas Dunkerbeck over zijn passie voor trailrunning en wat hij heeft ontdekt door deze sport.
In 1985 stond Thomas voor het eerst aan de start van een hardloopwedstrijd. “Mijn eerste hardloopwedstrijd was op 30 april 1985. De Singelloop in Wageningen. Geen idee waarom ik aan deze wedstrijd meedeed”, zegt hij lachend. “Op de een of andere manier heb ik al van jongs af aan een bepaalde voorliefde voor alles wat lang duurt. Voetbal vond ik bijvoorbeeld helemaal niks aan. Ik ging liever een stukje hardlopen met mijn vader. Hoe dat precies is gekomen, weet ik niet meer precies. Ik weet alleen dat ik steeds verder en langer ging lopen. Ik was elf jaar oud toen ik een halve marathon liep.” Thomas heeft ook een paar jaar op atletiek gezeten. “Maar op een gegeven moment vond ik dat saai en ging ik weer iets anders doen.”
Ongeveer zes à zeven jaar geleden ontdekte Thomas trailrunning. “Daarvoor heb ik jaren op de mountainbike wedstrijden gereden. Maar in 2009 raakte ik gefrustreerd, omdat heel veel niet lukte met het mountainbiken. Iemand heeft mij toen aangeraden om een Ultratrail te gaan lopen. Toen dacht ik: nou dan stop ik nu met mountainbike wedstrijden en ga ik beginnen met hardlopen.” Thomas besloot om één trail te lopen en het daarbij te laten. “Ik deed mee aan mijn eerste ultra van 60 kilometer, maar werd direct verslaafd. Die 60 kilometer ging best goed. Alleen op het eind had ik het best zwaar, maar zien dat het lukt. Dat geeft zo’n enorme kick.”
“Ik was elf jaar oud toen ik een halve marathon liep”
Thomas zegt dat zijn verslaving voor Ultratrails komt door de liefde voor de bergen, onverharde ondergronden en heuvel op en heuvel af gaan. “In de bergen lopen is ontzettend lastig omdat het terrein steeds anders is. Ik vind hardlopen heel erg leuk, maar het wordt veel leuker op het moment dat het wat lastiger terrein wordt. Dan moet je goed kijken waar je voeten neerzet, maar je moet ook soms op handen en voeten doorgaan bij bepaalde stukken.” Wat Thomas voornamelijk trekt aan Ultratrails is de uitdaging. “Ik begin graag aan dingen waarvan ik niet weet of ik die kan. Dat heeft iets spannends. Ik vind het heel leuk om een trail in de Ardenne te lopen, maar ik vind het ook heel leuk om ook iets te winnen of in ieder geval op het podium te staan. Maar dat is op het niveau dat ik weet dat ik het kan. Dus de uitdaging zoek ik veel meer in dingen waarvan ik niet weet of ik het kan.”
Ook al loopt Thomas regelmatig Ultatrails, blessures heeft hij eigenlijk nooit gehad. “In 2012 en in 2013 heb ik alleen maar een gebroken enkel gehad. Aan de ene kant voelt het ontzettend vervelend dat je dan niet kan hardlopen, maar je weet dat je lichaam herstelt. Vier dagen nadat ik mijn enkel gebroken had, stond ik in de sportschool deadlifts en squats te doen. Vier maanden na de tweede breuk won Thomas de 50 km lange Houffatrail. “Ik wilde gewoon zo snel mogelijk weer fit worden. Het was niet zo dat ik zo snel mogelijk 50 kilometer wilde lopen, maar eerder uit frustratie dat je geblesseerd bent.”
Een gemiddelde trainingsweek bestaat bij Thomas in ieder geval uit twee à drie keer krachttraining. “Wil je een sterk lichaam hebben om hard te lopen dan moet je vooral een hele sterke romp hebben met een paar gespierde benen. Dit is noodzakelijk wil je het lang volhouden. Daarnaast ga ik meestal in het weekend een keer lang lopen. Dat zit meestal tussen de twee en vijf uur. Ook ga ik ongeveer drie keer per week intervaltrainingen op een helling doen om die hoogtemeters te oefenen.”
“Als je langer dan 10 uur bezig bent dan komen die gels ook wel je neus uit”
Als voeding gebruikt Thomas vaak sportgels, maar ook ander voedsel. “Als je langer dan 10 uur bezig bent dan komen die gels ook wel je neus uit. Voornamelijk alles wat zoet is, komt je neus uit. Maar gelukkig hebben de verzorgingsposten bij de trails ook vaak soep, pasta, worst en kaas. In het begin had ik veel moeite om dat te eten, gelukkig wen je daaraan. Ik probeer eigenlijk zo lang mogelijk zo hartig mogelijk te eten, want dat houdt je maag gewoon veel langer vol.”
Maar na een pittige Ultratrail is Thomas desondanks de goede voorbereiding en voeding nog steeds intens moe. “De week na zo’n wedstrijd moet je niet te veel van mij verwachten na zes uur”, zegt de ultraloper lachend. “Dan ben ik echt een saaie lul die steeds in slaap valt. Maar het is het absoluut waard!” Volgens Thomas heb je nadat je wakker bent geworden meteen zin om weer te gaan slapen. “Na zo’n ultra speelt de vermoeidheid een grotere rol dan de spierpijn. De afwisseling in het terrein, omhooglopen en naar beneden lopen, maar ook zacht ondergrond of rotsblokken. Dat maakt denk ik dat de spierschade veel minder is dan bij een marathon. Daar ga je als topper in twee uur keihard over asfalt rennen.”
Als ultraloper heeft Thomas ontdekt dat de grens altijd verder ligt dan je denkt. “Bij dit soort wedstrijden kom je elke keer weer achter dat het punt van opgeven veel verder ligt dan je voor ogen had.” Voor Thomas was zijn mooiste Ultratrail eind augustus de Ultratrail du Mont-Blanc. “Samen met een vriend heb ik de 300 kilometer La Petite Trotte à Léon gelopen. Dat was 300 kilometer door hoge gebergte lopen. Dat waren vijf dagen waarin je zelf bepaald wanneer je rust, wanneer je eet en hoe hard je gaat. En dat doe je niet alleen, maar moet je samen met iemand afstemmen. Dat waren vijf hele mooie dagen. Ik denk dat dat een van de mooiste races is die ik heb gelopen.” Volgens Thomas was deze wedstrijd heel bijzonder omdat je het deelt met iemand. “Het is een heel magisch moment als je heel moe bent en de zon dan opkomt. De eerste keer is al bijzonder, maar als je dat al die dagen samen met iemand kan delen. Dat is gewoon heel gaaf.”
Voor aankomende maanden heeft Thomas even geen trails op de planning staan. “Sowieso zou dit de laatste wedstrijd van het jaar zijn. Ik loop namelijk alleen wedstrijden in de bergen. Aankomende maanden is voornamelijk veel trainen en voorbereiden op volgend seizoen.”




