Oefening baart kunst?

Eén wattenstokje met slijmvlies aan de binnenkant van mijn wang. Ik lees het stuk papier voor me. Het staat er echt. “Aanleg voor sprint

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin
Oefening baart kunst?
Ik lees het stuk papier voor me. Het staat er echt. “Aanleg voor sprint.” Eén wattenstokje met slijmvlies aan de binnenkant van mijn wang was nodig geweest voor deze conclusie, meer niet. “Als ik u was, mevrouw Broekhuizen, zou ik die halve marathon laten varen”, vertelt de klinisch geneticus me. Op hetzelfde stuk papier staan de namen van de genen die zijn onderzocht: ACE en ACTN3. Die laatste heeft te maken met mijn spiervezels. Die blijken vooral geschikt voor korte en krachtige acties. Ofwel: de sprint.

Tijdens de autorit van het ziekenhuis naar huis draaien mijn hersens overuren. Wat nu? Dat sprinten me goed afgaat wist ik eigenlijk al. Ik heb zelfs een fan. Na mijn finish bij de lokale trimloop complimenteert hij me altijd: “Die sprint! Wow! Gewoon wow!” “Je hebt wel iets weg van Dafne Schippers”, vertelde hij me zelfs een keer. Een beter compliment bestaat er niet. Misschien bevestigt deze screening dat wat ik zelf al wist: ik ben een geboren sprintster.

Het is alweer een paar maanden geleden dat ik de lange duurloop uit mijn trainingen streepte. Wat een opluchting! Een logische keuze. De duurlopen gingen voor geen meter. En ze leverden weinig op, want de halve marathons die ik liep gingen niet geweldig. Eerder dacht ik dat het misschien tussen mijn oren zat. Maar nee, ik blijk gewoon niet de juiste vezels te hebben. Wederom een opluchting! Het hoeft niet meer. 

Achter het stuur neem ik me voor om me de volgende dag uit te schrijven voor de halve marathon, waar ik toch maar weer voor was gaan trainen. Ik zal in het mailtje naar de organisatie een sluitende reden vermelden: ik kan het niet. Het is een feit.

Toch loop ik over twee maanden die halve marathon. Ik schreef me niet uit. Ik ging overigens ook niet naar de klinisch geneticus en heb geen papiertje met daarop zwart op wit mijn aanleg voor snelheid. Als ik je nu vertel dat dit de toekomst is, ben ik te voorzichtig. Het genetisch in kaart brengen van sporters gebeurt. Nu al. 

Stel dat ik nu wél die test liet doen. Ik weet nog niet goed wat ik zou doen met de uitslag. Kies ik dan voor: 1) heel goed worden in iets dat ik al goed kan?, of 2) iets aanleren dat ik nog niet goed kan? Stel dát er een aanleg bij mij wordt aangetoond, dan lijkt me scenario 1 een fijn uitgangspunt. Helaas, het is meer waarschijnlijk dat geen van mijn spiervezels enige vorm van talent zullen laten zien. Voorlopig trek ik de stoute schoenen dan maar weer aan. Gewoon, omdat ik een appeltje te schillen heb met die halve marathon. En omdat ik het wil kunnen. Ik bedoel: talent, maar toch ook oefening baart kunst?

Deel dit artikel:
Share on Facebook
Facebook
Tweet about this on Twitter
Twitter
Share on LinkedIn
Linkedin

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Born Runners