Ontdekken wat voor wedstrijdloper jij bent

Foto: Jaimie Peeters

Ontdekken wat voor wedstrijdloper jij bent

Voor sommige lopers werkt het om keihard te starten en dan de schade zoveel mogelijk beperken. Anderen kunnen het voor een goed resultaat beter behoudend aanpakken. Wat voor loper ben jij?

Stijf van de adrenaline sta je in het startvak. Veel te bombastische muziek klinkt te hard uit de speakers en zweept je op. 10, 9, 8, 7. De lopers achter je beginnen naar voren te bewegen. 6, 5, 4. Je hart klopt in je keel. 3, 2, 1, PANG! Je stuift het parcours op, je vliegt. Stomverbaasd zie je het bordje met 1 kilometer staan. Nu al? Je checkt je horloge en ziet dat je veel te hard gaat. Maar het gaat zo makkelijk. Tweede kilometer. Weer een halve minuut sneller dan gepland. Prima, buffertje op bouwen voor het laatste deel. Toch?

Toch weer te snel

Te snel starten. De door hardlopers meest gemaakte fout. Zelf heb ik een schat aan ervaring in te hard van stapel lopen. Ik vermoed dat ik op iedere afstand een betere tijd had staan, als ik een behoudender starter zou zijn. Worstel ik in de rest van mijn bestaan met een negatief zelfbeeld, zodra ik een startnummer opspeld, maakt zelfoverschatting zich van mij meester.

Wat je aan tijd wint door harder te lopen dan je van plan was, verlies je dubbel en dwars in het laatste deel van de race. Zeker in de marathon is dat een ijzeren wet. Tien seconden per kilometer te snel in het begin, kan je zo een halve tot een hele minuut per kilometer in de laatste tien kilometer kosten.

Rammen en vasthouden

Dat zo’n eerste kilometer te snel gaat, is niet zo heel wonderlijk en hoeft ook niet rampzalig te zijn. Je bent immers zo fit als een hoentje en staat als een duveltje op zo’n springveer klaar om uit het doosje te springen. Mijn ervaring is dat er pas schade ontstaat als je niet terugschakelt. Als je denkt ‘okay, dit ging te hard, maar het voelt prima!’. Natuurlijk voelt het prima als je er 2 van de 42 kilometer op hebt zitten. Op dat moment koppig doorstomen is wrijven in een wond. Alles op alles zetten om die tweede kilometer wel op je beoogde tempo te komen, luidt het devies. Niet veel langzamer, dan ga je teveel jojo’en en dat kost kracht.

Voor wedstrijden over 5 of 10 kilometer werkt het voor sommige lopers beter om heel hard te starten en dan vol te houden en de schade te beperken. Als andere lopers die tactiek proberen, komen ze volledig geparkeerd te staan in het tweede deel van die race. Die kunnen beter een paar seconden langzamer dan hun beoogd wedstrijdtempo starten en dan na een paar kilometer iets versnellen en er wellicht nog een snelste laatste kilometer uit knallen. Hoe je weet wat voor type jij bent? Sommige lopers kunnen dat in hun trainingen ontdekken, anderen zullen er achter komen door het gewoon een paar keer aan den lijve te ondervinden.

Marathon in negative split

In een marathon volgens het boekje loop je een negative split. Hoe je dat aanpakt, een negative split lopen? Begin 10 seconden langzamer dan je beoogde tempo, probeer als je zo’n 15-16 kilometer op weg bent op je wedstrijdtempo te zitten. Blijf daar en zet de energie die je in het begin hebt gespaard in de laatste kilometers in: Pac Man-time! Niets werkt zo motiverend als lopers inhalen die zich hebben vergaloppeerd.

Je kunt hier op trainen door je longruns net zo op te bouwen – die loop je gemiddeld natuurlijk wel een stuk langzamer dan wedstrijdtempo! Stel, je beoogd wedstrijdtempo is 5:30 minuut per kilometer. Die longrun werk je dan af op gemiddeld 6 minuten per kilometer. Je start op 6:10, ergens halverwege beland je op 6:00, je blijft daar op hangen en in de laatste tien kilometer versnel je heel geleidelijk.

Ook lekker en goed is een wekelijkse tempo run. Begin met twee kilometer warmlopen, schakel op naar 5:35, versnel in vijf kilometer naar 5:30 en schakel vervolgens in vijf kilometer naar 5:20. Loop ze!

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

4 reacties

  • Michel

    “Begin met twee kilometer warmlopen, schakel op naar 5:35, versnel in vijf kilometer naar 5:30 en schakel vervolgens in vijf kilometer naar 5:20”
    Klinkt al nagenoeg onhaalbaar door de minimale verschillen in snelheid. In mijn loopgebied komt het nodige hoogteverschil voor. Daardoor is het verschil in km-tijden al veel groter dan die paar seconden en is het onmogelijk om dit uit te voeren.
    Kan dit ook op een andere manier?

    • Peter Bishoff

      Hartslag gebruiken als richtlijn. Dus je wedstrijd hartslag als doel hebben waar je in een training naar toe werkt.

    • Jos

      Lopen op vermogen is nog beter. hartslag reageert wat te laat voor een goede indicatie van geleverde arbeid.

      • Idze

        Loop met je ogen open, en let op je ademhaling. Als je vaak dezelfde hellingen loopt kan je na een tijdje prima zulke hellingen, hoek en lengte, inschatten. Ook zonder hulpmiddelen. Thuis kan je rustig analyseren: hartslag, ademhaling, cadans, snelheid. In de CPC-10 km zit één echte helling. Daar loop ik ook altijd mijn trainingsrondjes. In de run zag ik enkele lopers moeizaam de laatste meters omhoog wandelen. Ik ken die helling als mijn broekzak; ik loop daar gewoon ietsje langzamer. Na 20 – 30 meter voel ik dat al aan mijn ademhaling. Dat werkt perfect. Die wandelaars kwamen wel tegelijk met mij, ook lachend, over de finish na 55 minuten.

De beste looptips en inspirerende artikelen elk weekend in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Ha loper, graag even je aandacht. Op ProRun doen we dagelijks ons best om je te informeren, motiveren en inspireren. We bieden je handige tools, zoals de hardloopkalender, runlog en calculator.

Dit vraagt tijd en geld. Trakteer ons op een kop koffie en € 2,50. Iets meer mag natuurlijk ook.

Dan schrijven en bouwen (en lopen) wij verder.

Alvast bedankt!

Meer uit Training