Over de hardloper en de priester

Over de hardloper en de priester

Dit is het verhaal van een van ’s werelds beste en meest geliefde hardlopers ooit – de Brit Steve Ovett, working class hero, wereldrecordhouder, Olympisch kampioen – en een simpele priester uit Ierland, Father Liam Keleher.

Dit verhaal verscheen in de 2e editie van het hardloopmagazine Mystical Miles en is met toestemming geplaatst.

Tekst: Pat Butcher

Dit is het verhaal van een van ’s werelds beste en meest geliefde hardlopers ooit – de Brit Steve Ovett, working class hero, wereldrecordhouder, Olympisch kampioen – en een simpele priester uit Ierland, Father Liam Keleher. Ovett had twee missies in het leven: heel hard lopen en plezier hebben terwijl hij dit deed. Father Liam had ook twee missies in het leven: het woord van God verkondigen en het evangelie van het hardlopen verspreiden. In 1979 kwam dit allen tezamen in een magisch mix waarover nog steeds gesproken wordt.

In zijn lange, recordbrekende, rivaliteit met Sebastian Coe wekte Steve Ovett altijd de indruk dat hij meer ontspannen was, meer een vrije geest, iemand die, in de woorden van Rudyard Kipling, ‘Triumph and Disaster kon ontmoeten en die twee bedriegers precies hetzelfde kon behandelen’. Terwijl Coe op een paar uitzonderingen na zijn races liep op gerenommeerde evenementen – regionale, nationale en internationale kampioenschappen en grote Grand Prix-wedstrijden in wereldsteden – kon je Ovett vaak zien in kleine dorpjes met namen waar je vaak nooit van gehoord had. Toen de twee lopers in augustus 1981 binnen tien dagen het wereldrecord op de mijl drie keer verbeterden (eerst Coe, toen Ovett, toen Coe), liep Coe zijn races op de Grand Prix-meetings in de statige arena’s van Oslo en Zürich, en Ovett in het kleine houten stadionnetje Oberwerth aan de samenvloeiing van de Rijn- en Moezelrivieren, in de buurt van de stad Koblenz in Duitsland. Maar als dit een voorbeeld is van Ovett’s voorliefde om buiten de gebaande paden te lopen, dan is de wedstrijd in 1979 in Tullylease, een dorp op het platteland van Ierland, er een waar hij een heel ander wereld binnenliep, eentje waar überhaupt geen gewoon pad te bekennen was om buiten te lopen. Zijn steun aan de excentrieke organisator van een meeting aldaar en zijn weigering om betaling te accepteren voor deelname is een van de redenen waarom hij nog steeds zo bewonderd wordt door de Ierse atletiekgemeenschap.

Er is een kleine coterie van Ierse atletiekfans die de wereld rondreizen om de grote wedstrijden te bekijken. Ze zijn een welbespraakt, goedaardig, geweldig gezelschap en slagen erin om op plaatsen te komen die gewone stervelingen bang zijn om te betreden. Een van hen kreeg een jaar lang een plaats in de voorste auto van de Boston Marathon. Dit is het voertuig met de tijdklok die de lopers voorafgaat, en gezien het feit dat Boston de meest ‘Ierse’ stad in de VS is, heeft de auto bijna een pauselijke dispensatie nodig om hem schoon te maken, laat staan erin te rijden. Bij een andere gelegenheid, toen de World Cross Country werd gehouden op de paardebaan van Auckland in Nieuw-Zeeland, mocht de media niet op het parcours. Terwijl in de eerste ronde de cameramannen nog bezig waren hun lenzen te focussen, kwam een eenzame figuur in beeld, groene vlag onder de arm, die zijn goedkope Kodak Brownie-camera richtte op de kopgroep. Het was onvermijdelijk een van de ‘bhoys’.

De Ieren reizen niet alleen, maar met een man die het best kan worden omschreven als hun spirituele adviseur. Dat wil zeggen, hij bereidt de Heilige Mis voor en verteld verhalen, vaak nog echt gebeurd ook. Meestal geeft hij vooraf aan hoelang de Mis zal duren en vraagt iemand een stopwatch erbij willen houden om hem te waarschuwen als hij te lang doorpraat. Het laatste dat je wilt is te laat op de wedstrijd aankomen en ook maar iets missen. Als hij de witte priesterboord niet draagt, wat vaak voorkomt, dan draagt hij een camera en een notitieboekje. Omdat hij ook nog een atletiektijdschrift moet produceren. Zijn naam is Father Liam Kelleher, en hij is een legende.

Father Liam
Father Liam Keleher

 

Father Liam, zoals hij algemeen bekend staat, was de vloek op het leven van zijn bisschop. Hij dreef de man horendol. Want naar welke parochie zijn meerdere hem ook stuurde, de priester richtte onmiddellijk een hardloopclubje op en betrok de parochianen bij de productie van zijn tijdschrift, Marathon Magazine. Daar betaalde Rome hem niet voor. Uiteindelijk gaf de bisschop het op en stuurde Father Liam voor een langdurige periode naar een hele kleine en afgelegen parochie. Zelf geen grote hardloper, hij was niettemin een grote liefhebber van de sport, iemand die bereid was om de mouwen op te stropen en zijn handen vuil te maken in het uitoefenen van zijn hobby. En dat is precies wat hij deed in de late jaren 1970 in Tullylease, een klein dorpje op de grens van Cork en Limerick in het zuidwesten van Ierland.

Father Liam Keleher was al bekend in de Ierse atletiekgemeenschap, door zijn tijdschrift, zijn inspanningen om atletiekwedstrijden op gras te organiseren, en grote lopers zoals Eamonn Coghlan, John Walker, Steve Scott, Ray Flynn, Thomas Wessinghage en Ovett te overtuigen mee te doen. Hij had het talent om zijn vriendschap op te dringen aan hardlopers. Door de kracht van zijn priesterboord en zijn overtuigende en vriendelijk-drammerige persoonlijkheid gingen de lopers van de man te houden.

Steve Ovett, meer dan wie dan ook. Toen Father Liam begin 1977 een religieuze bijeenkomst in Engeland bijwoonde en ontdekte dat een van zijn collega’s in een pastorie woonde op slechts twee deuren van het huis van Ovett in Brighton, kreeg hij een idee. Hij liet zijn collega hem uitnodigen om ‘op werkbezoek’ te gaan in de pastorie van Brighton en presenteerde zich op een dag bij Ovett’s voordeur. Ovett’s moeder, Gay, had een felle reputatie voor het beschermen van haar oudste zoon, vooral tegen de media, maar ze was al gauw gecharmeerd van hem. “Ik klopte op de deur en zei dat ik Steve wilde zien en, niet te geloven, zodra hij terugkwam belde hij me en zei dat hij naar Ierland wilde komen. Vanaf die dag hadden we een geweldige relatie,” vertelde de priester later. Later die zomer liep Ovett op uitnodiging van de priester een wedstrijd op de jaarlijkse Cork City Sports en twee dagen later in het nabijgelegen Midleton een 5000 meter op gras. Ovett versloeg John Treacy, die in zowel 1978 als 1979 de wereldtitel veldlopen zou winnen.

Maar het waren zijn inspanningen twee jaar later die onderdeel werden van internationale hardloopfolklore en zelfs de pagina’s van Sports Illustrated haalde. Father Liam had het idee gekregen toen hij na de zoveelste overplaatsing door de bisschop in Tullylease werd gestationeerd: hij zou zelf een atletiekbaan gaan aanleggen!
Er waren ongeveer vier, vijf huizen in het dorp, alles boven op een heuvel, en geen enkele sportaccommodatie, geen grasvelden om op te spelen, niets,” vertelde hij later. “De Ierse Land Commission was in de buurt bezig oude vervallen boerderijen op te kopen en het land in kavels te verdelen en te koop aan te bieden. Ik kocht twee hectare. Ik weet precies het bedrag, 3.502 Ierse ponden (€ 4.500). Toen was ik een paar weken later in Cork City op bezoek was bij een vriend, zag ik enorme machines de grond bewerken voor de bouw van een nieuw winkelcentrum. Mooie machines. Met mijn vriend liep ik naar de man die kennelijk de baas was en vroeg hem of de machines duur waren. ‘Oh, ja,’ zei hij, ‘heel duur’. En ik zei, ‘Als je hier klaar bent, heb ik een baan voor je.’ Hij kwam een kijkje nemen in Tullylease. Ik zei: ‘Hoeveel kost het om dit stuk grond vlak te maken en er een atletiekbaan op aan te leggen?’ ‘Ongeveer acht en een half tot negenduizend pond,’ zei hij. Ik vroeg hem wanneer hij kon beginnen.

De deal werd gesloten, de plannen uitgelegd. De volgende taak was om het geld in te zamelen. Father Liam organiseerde een concert met verschillende Ierse groepen, waaronder de gevierde band The Wolfe-Tones, vernoemd naar een 18e-eeuwse held van de Ierse onafhankelijkheidsbeweging. Dat bracht ongeveer de helft van het geld op. Om de rest bijeen te halen adverteerde hij in de regionale krant dat hij op St. Patricks Day van dat jaar, 17 maart, honderdvijftig ronden, zestig kilometer, op de atletiekbaan in Cork ging lopen. Hij vroeg mensen om hem te sponsoren, een pond hier, een pond daar. Ierse priesters hebben supernatuurlijke krachten en dito overredingskracht. Op St Patrick’s Day was het weer bar en boos. Regen en wind. De goede priester, voor de gelegenheid zijn katholieke uniform ingeruild voor een heus trainingspak, liep de beloofde ronden en haalde 4000 pond (€ 5000) op. Toen Steve Ovett twee maanden later in Tullylease aankwam, waren de bulldozers nog steeds aan het werk. “Het was,” vertelde Ovett later, “in the middle of nowhere en hij had alle lokale aannemers dit verdomde stuk land laten platwalsen. Het was gewoon ongelooflijk. Hij nam me mee naar de boerderij van zijn moeder, hij nam me mee naar Blarney Castle. Het kasteel ging net dicht dus hij haalde zijn priesterboord uit zijn broekzak en zwaaide ermee en zei, ‘Mr Ovett is here,’ en de man zei ‘Right Father, of course Father.’ De deur ging weer open.

Ovett bleef slapen in het huis van de priester. In studeerkamer zag hij een foto van de paus, een foto van hemzelf en een foto van John Walker, Olympisch kampioen van ’76. Het Iers singlet van John Treacy hing naast de foto’s. Eronder stond een kruisbeeld. Het is een mengeling van iconen uit de Bijbel en wereld van het hardlopen.

De ochtend van de wedstrijd, een zondag, was het weer net zo slecht als op die St Patrick’s Day toen Father Liam zijn honderdvijftig rondjes liep. De vers gelegde sintels waren veranderd in een modderpoel. Die ochtend leidde hij als gewoonlijk op zondag de Mis. Hij vloog echter in rap tempo door de liturgie en leidde aan het eind de gemeente in het gebed om de regen te stoppen. Toen de mensen nog verdwaasd door het helse tempo van de doorgaans trage ceremonie de kerk uitliepen, brak de zon inderdaad door. Het was gestopte met regenen. De baan was echter nog steeds een spreekwoordelijk Ierse moeras. De zon bleef echter de hele dag schijnen.

Ovett versloeg Coghlan op de 2000 meter en de meeting was een groot succes. Het enige dat restte was het betalen van het startgeld aan de atleten, groezelige oude biljetten, bijeengebracht door de toegangskaarten, maar ook geld van parochianen die ‘gevraagd’ werden te doneren, zelfs als ze de wedstrijd niet bijwoonden. Ray Flynn herinnert zich: “Het was bijna een sekte, al die mensen die hem hielpen met het organiseren. We moesten naar een klein lokaaltje in het dorp om het geld in ontvangst te nemen. Daar zat een oude man die ons het geld gaf en ons vertelde dat we vreselijke mensen waren om geld aan te nemen van een priester.

Steve, volgens sommigen toen al de grootste hardloper ter wereld, kwam naar een nietszeggend plaatsje in Ierland om op een ondergelopen, sompige sintelbaan een wedstrijd te lopen en wilde er geen cent voor hebben. De vuile smerige oude pondbiljetten die door de boeren werden ingeleverd werden overhandigd aan Walker, Coghlan, Wessinghage, Scott, en andere, minder idealistisch aangelegde lopers. Father Liam, ondertussen, die vanuit de kansel de regen te lijf ging en de parochianen met overtuigende woorden het geld uit de achterzak trok, stopte het restant van de biljetten in zijn magazine en name ze mee op de reizen met andere atletiekfans.

Uiteindelijk vond de bisschop dat zijn onderdaan in Tullylease zich, wederom, teveel bezighield met niet-Bijbelse activiteiten. Wederom werd Father Liam overgeplaatst. De historisch atletiekbaan, met zoveel liefde aangelegd, werd uiteindelijk in 2002 opgebroken. In plaats daarvan kwam er een voetbalveld, die op kleinere schaal doet denken aan de kritiek van Koning Carlos V destijds op de geestelijken in Spanje die, nadat de Moren waren verdreven, een kerk bouwden op de plek waar kort ervoor de prachtige moskee van Cordoba stond: “Je hebt iets vernietigd dat nergens anders ter wereld te vinden is om iets te bouwen dat in elk dorp in Spanje te zien is.

De sintelbaan is er niet meer. De vriendschappen nog wel. De legende van de wedstrijd in Tullylease ook nog steeds. Regelmatig komen er nieuwe verhalen bij. Die worden, in goede Ierse traditie, met het jaar emotioneler en fantastischer.

Postscript

Father Liam Keleher, 77, is alive and well in de parochie van Cobh in het bisdom Cloyne, County Cork, in de Ierse Republiek. Hij predikt nog steeds de twee evangelies. Mocht de lezer hem tegenkomen, vraag hem gerust wat zijn favoriete hardloopmomenten zijn. Zorg er wel voor dat je een paar dagen de tijd hebt.

Het jaar na de wedstrijd in Tullylease, won Steve Ovett de Olympische 800 meter. Hij werd dat jaar derde op de 1500. Velen zien hem nog steeds als de meest imposante en inspirerende hardloper ooit.

Father Liam en Steve Ovett zijn nog steeds hechte vrienden.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

2 reacties

  • Karin Verheijden

    Wat een prachtig verhaal. Zelfs als het niet helemaal of helemaal niet waar is word je erin meegetrokken. En als het waar is vooral hulde voor Father Liam. Die deed gewoon wat hij goed achtte.

  • Francois

    Geweldig verhaal! Ik heb het toen meebeleefd in 1980. Het was geweldig voor een jongetje te denken dat ik, uit een klein dorpje uit de Elzas wellicht ook Olympisch Kampioen kon worden. Het is niet zover gekomen maar ik loop steeds met plezier.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Columns & meer