Rob wil dit najaar de marathon van Amsterdam lopen in minder dan 4 uur tijd. Hij hoopt dat te bereiken met de methode van de Marathon Revolutie (‘Sportrusten’). Hij schrijft hier over zijn ervaringen.
Nog één maand voor de Marathon van Amsterdam, en de twijfel slaat toe. Loop ik niet te weinig? En de snelheid is er ook nog niet echt. Wordt dat een smadelijke afgang, straks in Amsterdam?
Goed: de truc van het Sportrusten-schema is dat je niet botweg kilometers maakt. Je loopt kortere afstanden (de langste ‘duurloop’ is 14 kilometer) en je traint daarbij vooral op snelheid. En je loopt op een bepaalde, nauwkeurig berekende hartslag, die je straks bij de marathon 42 kilometer lang kunt volhouden.
Dat trainen op snelheid en hartslag heb ik de afgelopen maanden braaf gedaan. Tenminste: voor het grootste deel. Alleen moet je volgens het schema af en toe een 10-kilometer wedstrijd lopen, en dat heb ik overgeslagen vanwege geen tijd of geen zin. (Wat eigenlijk hetzelfde is, want tijd moet je maken en dat doe je niet als je geen zin hebt. Tot zover de filosofische overpeinzingen).
Maar als ik nu op mijn Garmin kijk, valt mijn snelheid me vies tegen. Mijn eerste marathon rende ik in pakweg 4:15, mijn tweede ook. Als ik mijn huidige snelheid – volgens Garmin – doorbereken naar de marathon, loop ik die volgende maand in…. Nou ja, weer 4:15 dus. Dat schiet niet op.
Aan de andere kant is die Garmin misschien niet nauwkeurig. En ik heb nog een maand tot 15 oktober: misschien doet een maandje training nog wonderen. En het voelt in elk geval alsof ik, op mijn hartslag van 139, sneller loop dan tijdens de vorige marathons.
Nou ja: ik ga nu in elk geval niets meer veranderen aan mijn schema. Een maand voor een marathon is niet de tijd om de boel radicaal om te gooien. Recht zo die gaat, boem is ho, plons is water, en als het niet lukt pak ik in Amsterdam wel de metro.
Laat ik al mijn energie nu maar richten op de laatste maand. Het belangrijkste is om mezelf niet voor de gek te houden. Dat werkt dan bijvoorbeeld zo: ik moet de fiets van een van mijn zoons ophalen bij zijn school. Daar kan ik hardlopend naar toe. Nou hoef ik pas de volgende dag hard te lopen – 9 kilometer – maar goed: als ik daar vandaag nou eens 7 kilometer van maak?
Zo gezegd, zo gedaan, maar dan slaat weer de twijfel toe. Als ik deze route neem, loop ik misschien net iets minder dan 7 kilometer. Oh horror! Dan maar een lusje er bij, een afslagje links, een afslagje rechts, oeps – nou kan ik hier niet meer afsteken. En uiteindelijk loop ik vandaag 12 kilometer in plaats van morgen 9.
Dat is dus echt het aller-moeilijkste van dat Sportrusten-schema: minder lopen.
Eerder verschenen in project 3:59:59:



