Zeilend naar de start: een bijzondere marathon

Zeilend naar de start: een bijzondere marathon

Een bijzondere editie van de Berenloop

‘Ik denk meer aan Franklin dan aan Veronique,’ zegt Victor, als we het bordje 15km passeren.

Franklin is zijn techniektrainer en Veronique is zijn lief.

Zijn trainer is dan bezig met de halve marathon op het eiland en zijn lief loopt twintig minuten achter ons, ook op de marathon.

We zijn op Terschelling en we lopen de Berenloop, een marathon waar Victor het podium wil halen in zijn categorie.

Of ik hem wilde hazen, vroeg hij een maand geleden. Dat leek me wat overdreven, om drie weken na de marathon in Amsterdam nog een marathon te lopen onder de drie uur.

Maar Victor haalde me over.

We gaan zeilend naar de start. We slapen de nacht ervoor en de nacht erna op de boot. Franklin gaat ook mee. Janneke gaat ook mee. Veronique gaat ook mee. Jouke is de schipper. En dat hele zwikkie leuke types van twee jaar geleden gaat ook mee.

‘Klinkt wel erg leuk,’ zei ik.

‘En er staat daar altijd wind, ik kan wel een haas gebruiken om onder de drie uur te lopen. Dan kan ik podium halen in mijn categorie.’

‘Ok, ik ben erbij.’

En het werd een bijzonder weekend

De ochtend van de marathon bleek de steiger weggehaald. Gisteravond waren we over een steiger naar de boot gelopen en aan boord geklommen. Nu was er alleen maar water.

‘Iemand heeft de steiger weggehaald.’

‘Nee gek, dat ding ligt vast. Het is storm en springtij, die steiger staat onder water.’

‘Hoe komen we bij de start?’

Malicieuze grijns van de schipper: ‘Schoenen uit, sokken uit en door het water. Neem maar een handdoekje mee om je voeten te drogen.’

En sindsdien regende het mooie anekdotes en verhalen. Keiharde wind mee zorgde voor bizarre tempo’s op het eerste gedeelte en veel zure bovenbenen in het tweede gedeelte. Het strand was uit het parcours gehaald, omdat er geen strand was en heftige regenbuien maakten de sponzen onderweg bij de bevoorrading overbodig.

Wat wel hetzelfde was als andere edities: bij de finish werd je binnengehaald door een enthousiaste erehaag van publiek. En na de finish gingen we snel omkleden om de andere lopers toe te juichen.

We mikten op een tijd van 2:59.

Het werd 3:07.

Maar Victor werd wel derde en kreeg bloemen en een beker mee naar huis.

‘Geef die bloemen maar aan Veronique,’ zei ik na afloop.

‘Want?’

‘Nou, ik denk dat dat wel slim is als ze de eerste zin van mijn bloggie leest.’

‘Eikel.’

Daarna hadden we het over hardlopen.

Wattages. Snelheden. Had er meer ingezeten?

Toch gaat zo’n weekend helemaal niet over hardlopen

We zaten aan boord met mannen en vrouwen die elkaar nog niet kenden. Victor kent iedereen aan boord, verder zijn het vooral vreemden van elkaar. Na het voorstellen gaat het even over hardlopen (loop je de hele of de halve? heb je goed getraind? voor welke tijd ga jij?) en daarna al snel over man, vrouw, kinderen, tegenslag, stress, dromen, wensen en muziek.

Alles komt voorbij.

Hardlopen is een alibi om met leuke types op te trekken.

In het vooronder zit na afloop iedereen met een biertje (of een kopje thee) na te genieten.

Johnny Cash op de achtergrond:

Hey, get rhythm when you get the blues
Hey, get rhythm when you get the blues
Yes a jumpy rhythm makes you feel so fine
It’ll shake all the troubles from your worried mind
Get rhythm when you get the blues

Als je de blues hebt, of een brein met zorgen, is niets zo verrukkelijk als een rondje rennen en daarna voldaan te ouwehoeren over van alles en nog wat. Een gesprek waar je normaal niet snel aan toekomt, komt ineens heel natuurlijk voorbij hoe gaat je zoon op school? Wat vindt hij van de scheiding? Ja, dat was bij ons ook zo. Hou je taai. 

Om daarna weer terug te komen bij een PR op de halve of een debuut op de hele.

Het halve marathondebuut van F. in 2:22 werd even enthousiast ontvangen als de bronzen marathonmedaillerace van V. in 3:07.

Gedeelde vreugde.

Gedeelde zorgen.

Goed gezelschap.

De wind en Johnny Cash maakten het af.

Volgend jaar weer.


Voor liefhebbers van cijfers en lopen op vermogen, nog even dit

Het was windkracht 7. Victor wilde onder de 3:00 uur lopen.

‘Misschien moeten we op vermogen lopen,’ opperde ik. ‘In Amsterdam liep ik met Klaas onder de drie uur op 257 watt. Jij bent iets sneller, dus als we op 260-263 watt* lopen, zitten we goed.’

‘Laten we beginnen op tempo, dan voelen we het wel aan,’ vertrouwde Victor dat vermogen nog niet helemaal.

In het begin hadden we geregeld vermogens van 270 watt en hoger. Dat voelde prima met windkracht 7 mee. We gingen snoeihard en het voelde goed.

Maar met enige vrees keek ik af en toe op mijn vermogensmeter en maande Victor af en toe tot rust.

Halverwege kwamen we door in 1:25.

Toen draaiden we terug richting het westen. Wind tegen. Vermogens met uitschieters naar 280 als we wind tegen een heuvel opliepen. Af en toe liet ik het tempo helemaal zakken om het vermogen even naar 240 te krijgen.

Tot kilometer 34. Toen hoefde ik het tempo niet meer te temperen. Victor kreeg zware benen (en werd zelfs stil). De vermogens zakten naar 235, 230, 220, 214, 206. Het tempo zakte mee.

Uiteindelijk liepen we zoals gezegd 3u07. Prachtige tijd natuurlijk met zo’n harde wind op dat parcours. Maar gemiddeld liepen we 252 watt, minder dan ik in Amsterdam liep met Klaas. En Victor is op dit moment echt iets sneller dan Klaas. Dus Victor had vermoedelijk/waarschijnlijk 262 watt kunnen lopen, als we constanter hadden gelopen op vermogen.

Dan waren we iets sneller geweest.

Het weekend was er waarschijnlijk niet leuker op geworden, want zo was het ook goud.

Maar voor cijferfreaks en vermogensfans, toch leuk om even te delen.

Victor: diepe buigingpain is just a french word for bread. Tot de volgende.

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

1 reactie

  • Egon

    Zo’n zeilweekend is waarschijnlijk al niet de ideale voorbereiding voor een marathon. De wind heeft ook een duit in het zakje gedaan.
    En…een goede haas bepaald het tempo dus kan ook het tempo temperen als dat nodig is: de remmende haas.
    Vooral in de beginfase van een marathon kan het tempo te hoog zijn, zeker als je al een tijdje in het startvak staat en geen goede warming-up hebt gedaan.
    De man met de hamer kan dan flink toeslaan.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Columns & meer