X
Win de nieuwe Garmin 245 Forerunner

Meld je aan voor de ProRun nieuwsbrief en maak kans op het winnen van de nieuwe Garmin Forerunner 245

 
Naam *
Verplicht
E-mail *
Verplicht
Verplicht
 
 

Is veel trainen slecht voor het hart?

Door
Dr Hans Keizer
22 december 2018 00:00
Is veel trainen slecht voor het hart?
shutterstock
We worden helaas regelmatig opgeschrikt met berichten over lopers die tijdens het sporten overlijden. In de Belgische krant 'De Morgen van 8 augustus 2014' verscheen een artikel  met de titel ‘Te intens sporten is schadelijk’. Dr. Pedro Brugada (cardioloog) werd er geïnterviewd naar aanleiding van de hartklachten van de Belgische wielrenner Klaas Lodewijck. De boodschap van Brugada is duidelijk: Teveel duursporten is schadelijk  voor het hart. Hij refereert aan een onderzoek naar de invloed van intensief sporten op het hart waarvan zijn broer Josep Brugada co-auteur was (Calvo et al., 2012). Daaruit blijkt dat er inderdaad aanwijzingen zijn, dat intensieve duursport schadelijk voor het hart is. 

Beide broers zijn naamgevers van het zogenaamde Brugada syndroom, een erfelijke aandoening van het hart, waardoor zij terecht wereldfaam genieten. Maar, bij bestudering van dit en ander onderzoek naar de invloed van duurtraining op het hart, is enige nadere precisiering van de resultaten wel op zijn plaats. In deze aflevering wordt eerst de prikkelgeleiding van het hart besproken. Vervolgens worden de resultaten van het onderzoek van de groep van Josep Brugada kort onder de loep genomen. In een tweede aflevering zullen resultaten van onderzoek met verschillende groepen sporters besproken worden. Tevens zal kort worden ingegaan op de mechanismen van foutieve aanpassing van het hart t.g.v. training. In aflevering 3 zullen we kijken of je hard en intensief kunt trainen zonder dat dit negatieve gevolgen heeft voor het hart.

Waardoor kan het hart gecoördineerd samentrekken?

Het hart is een holle spier met unieke eigenschappen. Anders dan de skeletspier, kan het hart zijn eigen prikkels maken, waardoor het samentrekt, zonder dat daar het zenuwstelsel aan te pas komt. Dit komt door een klein (1-2mm) gebiedje  van gespecialiseerde hartspiercellen (de sinusknoop) in de rechter boezem die met een frequentie van ± 60-70/min tot ontlading komen. De elektrische impuls die door de sinusknoop wordt opgewekt veroorzaakt een contractiegolf van de spieren van de boezems. Echter, die stuit op het bindweefselschot tussen boezems en kamers. Ook hier bevindt zich een groepje gespecialiseerde spiercellen, de atrio-ventriculaire (AV) knoop, waarin de elektrische impuls van de boezems samenkomt en even wordt vertraagd (de AV knoop zelf, maakt prikkels met een frequentie van 40-60/min). Daarna wordt de impuls over de wand tussen beide kamers voort geleid langs een speciale bundel cellen naar de hartpunt. Vanuit hier gaan de spiercellen van de kamers samentrekken. 



Door deze anatomische/fysiologische specialisatie van spier- en geleidingscellen kan de spiercontractie van de boezems niet direct gevolgd worden door een contractie van de kamers en dat is maar goed ook. Immers, de kamers moeten zich eerst met bloed vullen en pas daarna samentrekken. Daar de uitstroom openingen naar de aorta en longslagader aan de bovenkant van de kamers zitten wordt het bloed nu gecontroleerd vanuit de hartpunt naar de grote slagaders gepompt. In de tussentijd vullen de boezems zich weer met bloed.


Het hart in rust en tijdens inspanning

Het onwillekeurige (parasympathische en sympathische) zenuwstelsel bepaalt zowel de rust- als de inspanningshartfrequentie. In rust overheerst het parasympathische deel, wat als je duurgetraind bent de hartfrequentie verlaagt (naar b.v. 50/min). Dit gebeurt geheel door de eigen frequentie van de sinusknoop te onderdrukken). Zodra je gaat lopen krijgt de sympathicus meer invloed, de sinusknoop gaat op een hogere frequentie ontladen, de parasympathicus wordt onderdrukt.

In een gezond, duurgetraind hart van mensen tot ongeveer 40 jaar, kunnen we hartfrequenties tussen de 40 en 200 slagen per minuut verwachten. Deze waardes zijn echter nogal verschillend tussen mensen.

Als er sprake is van minieme hartschade, dan kan dat leiden tot ritme stoornissen. Een voorbeeld hiervan is een pathologisch verhoogde frequentie van de sinusknoop. Door die verhoogde frequentie stuit de prikkel op de AV knoop, die nog niet klaar is voor die prikkels van de sinusknoop. De boezems staan dan maar wat te fladderen, waardoor ze niet voldoende samentrekken, waardoor de kamers onvoldoende gevuld worden. Iets dergelijks kan gebeuren met AV knoop van de kamers. Als deze het commando van de sinusknoop overneemt met heel hoge frequenties, (we noemen dit kamerfibrilleren), kan dat dodelijk zijn.

De oorzaak van deze zogenaamde geleidingsstoornissen is gelegen in kleine beschadigingen van het hartspier weefsel. Hierdoor zijn de prikkels van de boezems en kamers niet meer op elkaar afgesteld, waardoor het hart minder bloed kan uitpompen dan nodig.

Hoeveel is teveel?

Calvo en medewerkers  (2012) bekeken een groot aantal onderzoeken, die de relatie tussen duurtraining en het optreden van ritmestoornissen onderzochten. Zij deelden de groepen in naar het aantal uren, die ze aan training besteed hadden. Het bleek, dat diegenen, die meer dan 22 jaar gemiddeld 8 uur/week hadden getraind, beduidend meer onverklaarbare ritmestoornissen hadden dan diegenen, die minder trainden. Helaas werd niet vermeld hoe de trainingsopbouw was verlopen en wat ze precies verstonden onder ‘intensief’.

In de volgende aflevering gaan we in op mogelijke oorzaken van deze toch wel alarmerende toename van ritmestoornissen bij deze atleten. De vraag dringt zich op of dit gerelateerd is aan de training (foutieve balans tussen belasting en herstel), leeftijd (de onderzochte populatie was tussen de 40 en 60 jaar), of dat er onbekende genetisch factoren in het spel waren. Voorts dringt zich de vraag op, of er verschillen zijn tussen b.v. lopers, fietsers en andere duursporten. De Nederlandse cardioloog Dr. Jan Hoogsteen heeft daarnaar onderzoek gedaan.

Literatuur
Calvo, N., Brugada, J., Sitges, M., Mont, L. Atrial fibrillation and atrial flutter in athletes.
  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
 Dr Hans
Dr Hans Keizer
 Dr Hans  Keizer

Dr Hans Keizer

Redacteur

Heeft de opleiding leraar lichamelijke opvoeding en geneeskunde gedaan en werkte 35 jaar als arts/fysioloog aan de universiteit Utrecht en Maastricht, waar hij in 1983 promoveerde. Hij was winnaar van de prijs voor Sportgeneeskunde, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Salzburg. Hij was een succesvol atletiektrainer, bondscoach/arts K.N.A.U. en bracht verschillende lopers naar de wereldtop. Hij heeft meer dan 120 wetenschappelijke publicaties op zijn naam.

Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Ran.
    Kan het veel voorkomen dat mensen met al een hartritme storing hebben dat juist deze mensen door deze boven genoemde training hun stoornis voor bepaald tijd kwijt raken?
    Reactie geplaatst op 27/12/18 om 02:36 uur
  • Berend
    Volgens mij is dit weer deel 1 . Ben benieuwd naar deel 2
    Reactie geplaatst op 26/12/18 om 12:49 uur
  • Jan
    Kom maar snel met de volgende afleveringen, want dit alleen geeft toch wel een ongerust gevoel.
    Reactie geplaatst op 23/12/18 om 12:00 uur
  • Hans Keizer
    Een lage hartfrequentie is een teken van een heel gezonde aanpassing aan duurtraining. Rust frequenties van rond de 40 slagen/min zien we heel veel en duiden juist op een uitstekende pompfunctie van het hart, maar ook op flexibele bloedvaten. Zelfs frequenties rond de 30 slagen/min hoeven niet pathologisch te zijn. Als er echter ritmestoornissen zijn moet er meer onderzoek worden gedaan.
    Reactie geplaatst op 24/01/18 om 15:26 uur
  • bezembiker
    ik lees heel aandachtig het artikel! ik doe al jaren aan duurtraining en daardoor een heel lage hartslag in rust en tijdens het slapen!en vraag me een beetje af vanaf hoe laag het zorgwekkend wordt.
    Reactie geplaatst op 01/01/18 om 12:37 uur

ProRun loopclinics: Waar & wanner?

Loopkalender

20
mei