Ben ik nu een loper of een fietser (deel 3)?

Hans van Dijk is geblesseerd en kan niet hardlopen. Dat weerhoudt hem er niet van om te meten en te onderzoeken. Dit keer interessante uitkomsten van een inspanningstest op de fiets versus een inspanningstest op een loopband.

Ben ik nu een loper of een fietser (deel 3)?

Ron van Megen en Hans van Dijk zijn alom bekend door hun hardloop- en wielrenboeken. De boeken zijn inmiddels in vijf talen verschenen.

Dit artikel is een vervolg op 2 eerdere artikelen die we schreven naar aanleiding van de ervaringen van auteur Hans van Dijk, die op 4 mei 2019 van het ene moment op het andere geconfronteerd werd met een dikke linkerknie en sindsdien noodgedwongen is overgestapt van hardlopen naar fietsen. Lezers van ProRun zullen Hans kennen als hardloper en auteur van Het Geheim van Hardlopen, Het Geheim van Wielrennen en Hardlopen met Power!.

In de eerste 2 artikelen gingen we in op zijn ervaringen van het afgelopen jaar. Vanaf oktober 2019 begon Hans met fietsen, eerst op zijn oude opa-fiets (inclusief het kinderzitje voor zijn kleindochter), maar al snel op een MTB met vermogensmeter. Met die vermogensmeter berekent het hardloophorloge van Hans (de Garmin 935) dagelijks zijn VO2 max voor fietsen. Na een aanloopperiode steeg zijn VO2 max voortdurend tot een ongelooflijk hoge waarde van 65 ml/kg/min. Hans vroeg zich al “ben ik nu een loper of een fietser”. Aan de andere kant bleef hij argwanend over de waarde van 65, aangezien hij bij het hardlopen maar een VO2 max van rond de 60 heeft. Zijn Garmin horloge voorspelde ook onrealistisch snelle hardlooptijden op basis van die hoge VO2 max waarden (zie de foto’s).

Een voorbeeld van de (te snelle) tijden voor Hans van de Race Predictor van Garmin
Een voorbeeld van de (te snelle) tijden voor Hans van de Race Predictor van Garmin

In een ander artikel hebben we de Race Predictor van de Garmin al eens geanalyseerd en kwamen we tot de conclusie dat deze systematisch te snelle/onhaalbare tijden geeft bij een bepaalde VO2 max. Maar hoe zit het nu met die hoge waarden voor de VO2 max zelf? We konden niet geloven dat Hans bij fietsen een VO2 max van 65 zou hebben, terwijl hij bij hardlopen een VO2 max van 60 heeft.
Daar komt bij dat Hans nu pas een jaartje fietst en 40 jaar hard gelopen heeft.

We besloten dus de proef op de som te nemen en een fiets VO2 max test te gaan doen bij het SMA Midden Nederland in Amersfoort.

Wat is het SMA?

Het SMA Midden Nederland is een expertisecentrum voor duursport, gespecialiseerd op het gebied van hardlopen, wielrennen en triathlon. Het is opgericht door sportarts Guido Vroemen. Guido is topsportarts, medisch bioloog, inspanningsfysioloog en gediplomeerd triathlon trainer. Hij is tevens trainer/coach van diverse (olympische) sporters en bondsarts van Nederlandse Triathlon Bond. Guido is autoriteit op gebied van inspanningsfysiologie en is zelf al vele jaren een actieve hardloper, wielrenner en triatleet.

Wat is de VO2 max en hoe wordt deze bepaald?

De VO2 max wordt in de sportfysiologie algemeen gezien als de gouden standaard voor de conditiebepaling. Al in 1923 ontdekte de Engelse fysioloog A.V. Hill dat het zuurstofverbruik van hardlopers toenam bij toenemende snelheid tot een maximale waarde, die slechts kort volgehouden kon worden. Hij stelde daarom dat de prestaties bij hardlopen primair afhankelijk zijn van het zuurstofopnamevermogen van het cardiovasculaire systeem en noemde dit maximale vermogen de VO2 max. Vele onderzoekers hebben sindsdien bevestigd dat de VO2 max inderdaad de belangrijkste parameter is voor prestaties bij hardlopen, wielrennen en andere duursporten.

De VO2 max is gedefinieerd als het maximale volume (V) zuurstofgas (O2) dat het menselijk lichaam per tijdseenheid kan opnemen bij lichamelijke inspanning, gemeten op zeeniveau. De VO2 max wordt uitgedrukt in het aantal milliliters zuurstof per kilogram lichaamsgewicht per minuut (ml O2/kg/min).
De VO2 max wordt klassiek in een laboratorium bepaald door bij langdurige en oplopende intensieve lichamelijke inspanning de zuurstofinname en zuurstofuitstoot te meten. De VO2 max is bereikt als de hoeveelheid opgenomen zuurstof niet stijgt, ondanks een toenemende inspanning. De hardloop VO2 max wordt bepaald op een loopband  en de fiets VO2 max op een fietsergometer.

Waar is de VO2 max van afhankelijk?

De VO2 max blijkt vooral afhankelijk te zijn van:

  • Aanleg (if you want to be a great runner, choose your parents carefully)
  • Geslacht (mannen hebben een circa 10-15% hogere VO2 max dan vrouwen)
  • Leeftijd (de VO2 max neemt met circa 0,5-1,0% per jaar af na je 35ste)
  • Training (de VO2 max kan circa 5-25% stijgen door training)
  • Gewicht (de VO2 max is omgekeerd evenredig met het gewicht; afvallen leidt tot hogere VO2 max)

De VO2 max van de wereldkampioenen ligt tegen de 90 ml/kg/min, zoals je kunt lezen in onze boeken. Hierbij geldt de kanttekening dat bij uitzonderingen nog hogere waarden gemeten zijn, zoals bij de Noor Oskar Svendsen (tot 96,4!), maar dat in die gevallen een lagere efficiency de prestatie beperkt. Voor gewone stervelingen geeft onderstaande tabel een beeld. Normale waarden voor jonge mannen zijn 40-45 en voor jonge vrouwen 30-35 ml/kg/min. Ook met de meest fanatieke training kunnen gewone mensen dus nooit de waarden van de wereldtoppers bereiken.

VO2 max waarden in ml/kg/min

Hoe hard kun je lopen met een bepaalde VO2 max?

In principe is je loopsnelheid recht evenredig met je VO2 max. In de praktijk zullen de weersomstandigheden en het parcours natuurlijk ook van invloed zijn. Al deze factoren worden behandeld in onze boeken en op onze calculators. Wat voor tijd je kunt lopen op diverse klassieke afstanden hebben we weergegeven in de onderstaande tabel (die geldt voor ideale omstandigheden).

Hoe snel kun je lopen met je VO2 max?

De resultaten van Hans en Ron in het verleden

Hans en Ron hebben in het verleden diverse malen een dergelijk onderzoek laten doen. De foto geven een beeld van de loopband, de ademhalingsmeetapparatuur en de ECG-meting.

Hans tijdens een inspanningstest op de loopband met continue ECG-controle en ademgasanalyse bij sportarts Bernard te Boekhorst van SMA Midden Nederland.
Hans tijdens een inspanningstest op de loopband met continue ECG-controle en ademgasanalyse bij sportarts Bernard te Boekhorst van SMA Midden Nederland.

De resultaten van de hardlooptesten van Hans en Ron in de afgelopen jaren zijn weergegeven in de onderstaande tabellen.

Hardlooptesten van Hans en Ron

Hieruit blijkt:

  1. De hardloop VO2 max van Hans ligt rond de 60.
    Dit komt goed overeen met zijn hardlooptijden. Op de 5-km loopt hij meestal zo rond de 18:30. Uiteraard is er enige variatie, afhankelijk van de vorm van de dag en de omstandigheden.
  2. De hardloop VO2 max van Ron ligt rond de 45.
    Zijn hardlooptijden zijn zelfs wat beter dan overeenkomend met deze VO2 max en vooral zijn duurvermogen is uitstekend.

De fietstest

Op 29 december 2020 hebben Hans en Ron beiden een anaerobe drempel fietstest gedaan bij het SMA. Bij de test gebruikten ze hun eigen MTB. Het achterwiel werd hiervoor vervangen door een gekalibreerde Cyclus 2 ergometer. De Cyclus 2 legt heel precies het vermogen op waar mee getrapt moet worden.

Voor prestatiegerichte fietsers is wattage gesneden koek. Veel fietsers hebben het ontdekt om hun prestaties in een rit te verbeteren en deze achteraf te evalueren en daarom in een vermogensmeter op hun fiets geïnvesteerd. Voor hardlopers is dit ook al enige tijd beschikbaar, bijvoorbeeld in de vorm van de Stryd footpod die aan de schoenveters bevestigd wordt.

Tijdens de fietstest wordt continue het ECG- (hartfilmpje) bepaald en ademgasanalyse verricht.
De VO2 max, aerobe en anaerobe drempel en trainingszones worden nauwkeurig gemeten. De weerstand wordt elke 3 minuten verhoogd totdat de anaerobe drempel is bereikt, daarna wordt de weerstand per minuut verhoogd tot maximaal.
De weerstand is afhankelijk van het gewicht en de leeftijd/belastbaarheid. In onderstaande tabellen staan de meetprotocollen van Hans en Ron.

Mmeetprotocollen Ron en Hans

En wat was het resultaat?

De resultaten waren zowel bij Hans als bij Ron zeer overtuigend: hun fiets VO2 max was aanzienlijk lager dan hun hardloop VO2 max!

De fiets VO2 max van Hans was ‘slechts’ 53.3 ml/kg/min en dus aanzienlijk lager dan zijn hardloop VO2 max van rond de 60. Zelfs als we aannemen dat zijn huidige hardloop VO2 max gedaald zou zijn naar 56 (overeenkomend met een 5-km tijd van onder de 20 minuten, 1,5 minuut langzamer dan voor zijn blessure), dan nog is zijn fiets VO2 max zo’n 5% lager.
Bij Ron is het verschil nog groter. Zijn fiets VO2 max was slechts 33.8 ml/kg/min en dus orde van 25% lager dan zijn hardloop VO2 max van 45!

De conclusie is dus zonneklaar: Hans en Ron zijn helemaal geen betere fietsers dan lopers, maar het omgekeerde is het geval. De hoge VO2 max waarden van de Garmin kloppen van geen kanten! In een volgend artikel zullen we nader ingaan hoe dit nu kan en wat de oorzaken kunnen zijn van fouten in vermogensmeters en de berekende VO2 max waarden van Garmin. Dat Hans en Ron betere lopers dan fietsers zijn is achteraf bezien ook wel logisch natuurlijk gezien hun verleden. Beiden lopen al 40 jaar en fietsen pas een jaartje. Hans fietst overigens veel vaker en intensiever dan Ron, hetgeen wel zal verklaren dat zijn resultaten relatief nog iets beter zijn (5% verschil in VO2 max tegen 25% verschil).

De oorzaak van de relatief mindere prestaties van beiden op de fiets zal wel liggen in de training van de specifieke beenspieren (zoals de quadriceps en hamstrings), die bij het fietsen toch anders belast worden dan bij het lopen. Beiden ervaren ook eerder problemen met onvoldoende kracht in de benen dan onvoldoende conditie, ze maken met gemak tochten van 3-4 uur in pittig tempo. Het was ook opvallend dat bij beiden de anaerobe drempel relatief laag lag, hetgeen een indicatie kan zijn dan de beenspieren te snel overbelast waren en lactaat gingen vormen, terwijl het hart-longsysteem nog voldoende capaciteit had om zuurstof aan te voeren.

Hans (links) en Ron tijdens hun inspanningstest op hun MTB’s met continue ECG-controle en ademgasanalyse bij sportarts Guido Vroemen van SMA Midden Nederland
Hans (links) en Ron tijdens hun inspanningstest op hun MTB’s met continue ECG-controle en ademgasanalyse bij sportarts Guido Vroemen van SMA Midden Nederland

Hoe nu verder?

De fiets test heeft hele duidelijke resultaten opgeleverd. Hans en Ron zullen meer en specifieker moeten trainen om (de kracht in) hun beenspieren verder te ontwikkelen. Een tip van Guido Vroemen was om vaker heuveltraining te gaan doen met maximaal vermogen en krachtontwikkeling (dus met zware versnelling en lage cadans). Ron en Hans gaan dus de komende tijd flink trainen op de Strava-segmenten van de Utrechtse Heuvelrug (Amerongse Berg, Aart Jansen).

Er zijn ook nog diverse vragen over, die we de komende tijd gaan oppakken. Zo bleek dat de vermogensmeter van Hans rond de 10% te hoge waarde aangaf. Hoe kan dit? Dat gaan we nader onderzoeken in overleg met de leveranciers (Garmin Vector3 en Favero Assioma). En is dit de reden dat de Garmin te hoge VO2 max waarden aangaf of is er meer aan de hand? Ook hierop komen we nader terug in een 4e artikel.

Tenslotte, wat is nu beter: VO2 max of vermogen?

In onze eerdere stukjes lieten we zien VO2 max en vermogen (met name het Anaerobe Drempel Vermogen ADV) 2 verschillende manieren om hetzelfde weer te geven, namelijk de capaciteit van je menselijke motor en dus je sportprestatie. Het is dus niet vreemd dat de beide grootheden in elkaar omgerekend kunnen worden: ADV (in Watt/kg) = 0,072*VO2 max (in ml/kg/min).

Het grote voordeel van vermogensmeters en moderne sporthorloges is natuurlijk dat het vermogen en je ADV dagelijks en in real-time gemeten kan worden. Uit het vermogen kan je horloge dan weer eenvoudig je VO2 max afleiden, die je dus ook dagelijks te zien krijgt. Wij vinden dit ook een grote plus omdat je dagelijks het effect van je training kunt zien en desgewenst kunt bijsturen.

Toch heeft onze fietstest ons wel met de neus op de feiten gedrukt dat er serieuze fouten kunnen voorkomen in de getallen van vermogensmeters en multisporthorloges zoals de Garmin.

Vanouds geldt het bepalen van VO2 max in het lab dan ook als de gouden standaard voor het bepalen van de capaciteit van je menselijke motor en je sportprestatie. En onze conclusie is dus dat dit nog steeds zo is! Je weet pas zeker wat de capaciteit van je menselijke motor is als je hem in een gekalibreerde setting bepaald hebt.

Om alles nog eens dubbel te checken gaat Ron in januari nog een hardloop VO2 max test doen bij het SMA, zodat we het verschil tussen hardloop en fiets VO2 max zeker weten (Hans durft zo’n test nog niet aan vanwege zijn knie). En we gaan zeker door met het testen en onderzoeken van vermogensmeters, maar wel in combinatie met een labtest. Better safe than sorry!

6 reacties

  • Hans

    “Beiden ervaren ook eerder problemen met onvoldoende kracht in de benen dan onvoldoende conditie, ze maken met gemak tochten van 3-4 uur in pittig tempo”.

    Ik ben een regelmatige hardloper en heb voor een hartritmestoornis ook een fietstest gedaan. Deze fietstest (ik dacht bij constante belasting gedurende een relatief korte tijd (10-15 min??)) vond ik zwaar en was redelijk buiten adem. Ik had echter niet het gevoel dat ik echt conditioneel getest werd, het voelde als een krachtoefening. Eenzelfde soort ervaring als bij Ron en Hans.
    Kan te maken hebben met een verschillende belasting: bij lopen een relatief korte afzet en bij fietsen relatief lang flink “duwen”.
    Wat als je met een ander verzet rijdt?
    Krachtpatroon van fietsen en lopen bepalen?
    Hoe scoren wielrenners op fietsen vs lopen?

  • Marc van Gils

    Leuk artikel heren! Wat voor mij wel vreemd is dat je een andere vo2max hebt op de fiets dan bij het lopen. Ik zou verwachten dat de vo2 max afhankelijk is van het lichaam en niet van de sport die je er mee uitvoert. Oftewel meest logisch lijkt me dus dat vo2max altijd gelijk zou moeten zijn, met welke sport je het ook test.

  • Louise

    Ik ben zo’n ‘omgekeerde’, dus een fietser die ook hardloopt. Mijn hardloop-VO2-max is nooit precies bepaald, maar uit afleidingen van mijn tempo’s kan ik wel concluderen dat die véél lager ligt dan op de fiets. Mijn hardloopprestaties blijven ook sterk achter bij mijn fietsprestaties. Dat is niet alleen een kwestie van trainen, het is ook aanleg, o.a. spiersamenstelling (aandeel snelle vs. langzame vezels). Bovendien speelt techniek een rol.

  • Robert

    Interessant! Ik heb alleen naar info van lactaatmetingen, zowel fiets als loop. Hierbij valt mij op mijn lactaat bij lopen uiteindelijk niet tot 6mmol komt en bij fietsen max de 18mmol aantikt. Ik ben duidelijk betere fietser maar snap niet hoe dit zo kan zijn. Bij allebei de testen ga ik maximaal.

  • Karin Verheijden

    Zeker interessant. Ben vooral benieuwd of jullie calculators aangepast gaan worden. Voor mijn specifieke geval lijkt alles heel aardig te kloppen en zou ik zelfs nog een pr op de hele marathon kunnen lopen. Daar geloof ik ook in maar dan zijn andere factoren natuurlijk ook van belang. Bijvoorbeeld ergens naar toe werken en dat doe ik dan weer niet want ik vind het veel te leuk om te rennen en rust nemen in aanloop naar is dan wat lastig. Denk wel dat het net als bij Ron heel goed mogelijk is dat de tijden bij een VO2 max uiteen kunnen lopen, zéker als het duurvermogen hoog is.
    Zeer zeker is dat bij mij zo. Kan niet heel snel maar wel heel lang lopen op een behoorlijk tempo.
    Heel benieuwd of jullie fouten kunnen ontdekken in de getallen van vermogensmeters zoals Garmin. Daar hebben jullie al een mooi artikel over geschreven overigens.
    En benieuwd wat het lab zegt.

  • John Meys

    John
    Ik kan uit eigen ervaring onderschrijven dat voor verschillende soorten sport andere normen gelden. Ik heb hardgelopen, gefietst en op redelijk niveau doe ik nu langlaufen (wedstrijden) en in de zomer rolskiën). Bij het rolskiën en langlaufen gelden er totaal andere normen dan we gewend zijn bij hardlopen en fietsen. Bij rolskiën en langlaufen is mijn ervaring dat je HF over een langere tijdsduur ongeveer 10 hoger zit in vergelijking met hardlopen. De verschillen worden waarschijnlijk veroorzaakt door de verschillende spiergroepen die gebruikt worden en de manier waarop deze gebruikt worden. Bij rolskiën en langlaufen gebruikt je praktisch alle spieren in je lichaam op een dynamische wijze. Bij hardlopen daarentegen speelt de piekbelasting bij het opvangen van het lichaamsgewicht een belangrijke rol. Vanzelfsprekend spelen spiercoördinatie en techniek ook een belangrijke rol bij de efficiency. Langlaufen en rolskiën zijn de ultieme manieren om je duurvermogen te verhogen terwijl je de gewrichten spaart. Daarbij is het een heel efficiënte vorm van trainen omdat je b.v. in vergelijking met fietsen veel korter hoeft te trainen om het zelfde effect te bereiken. Niet voor niets doen veel triatleten mee aan trainingen tijdens het Noords Festival en de NK langlaufen om hun conditie in de winter uit te bouwen of op peil te houden. Ook voor de mentale weerbaarheid is met name langlaufen zeer geschikt voor topsporters en sporters in het algemeen omdat er heel veel verschillende omstandigheden zijn waaraan je je steeds moet aanpassen. Met name is dit laatste van voordeel bij veel (top-)sporters die tegenwoordig veelal onder klinische omstandigheden hun sport bedrijven en elk tiende van een % verschil maakt tussen winnen of niet. Daarnaast biedt een duursport waarbij het ook op vaardigheden aan komt vaak een hoge mate van ontspanning.

Laat een antwoord achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Advertentie

Meer uit Gezondheid

Advertentie