Rekken, zin of onzin? Deel 1

Door
Dr Hans Keizer
19 februari 2017 08:07
Rekken, zin of onzin? Deel 1
Flexibiliteit (lenigheid) is een belangrijk punt voor lopers en andere sporters. Een verbeterde flexibiliteit voorkomt blessures en kan bijdragen aan een betere loopprestatie. Dat is begrijpelijk, daar flexibiliteit of lenigheid in feite bepaald wordt door de beweeglijkheid van de gewrichten. Op zijn beurt bepaalt dit weer de bewegingsuitslag, bijvoorbeeld de paslengte. Flexibiliteit heb je dan hard nodig. Dan kom je bij het discussiepunt: Rekken, zinvol of onzin?


Van voet tot onderrug


Ga maar eens na wat er gebeurt bij het lopen. Bij de landing van de voet en de daarop volgende standfase verkleint de hoek tussen het onderbeen en de voet zodanig, dat de kuitspieren en de achillespees gerekt worden. De spanning in deze keten loopt op, waarna de kuitspieren gaan samentrekken. Dit is het begin van de afzet. Naarmate de romp zich ten opzichte van de voet verder naar voren beweegt, zal het bekken naar voren kantelen en de rug hol trekken.


De beperkingen


Als de flexibiliteit te gering is, zullen er in de bewegingsafloop een aantal beperkingen optreden. De eerste beperking vormt de hoek tussen onderbeen en voet. Als de kuitspieren en de achillespees te stug zijn, kan die hoek niet voldoende verkleinen, waardoor de pas korter en minder krachtig wordt.

De tweede beperking wordt gevormd door een verminderde voorover kanteling van het bekken door een stijve rug. Ook hierdoor wordt de paslengte beperkt.


Sensor voor het rekken


Het mooie van het hele systeem is, dat in de pezen en de spieren rekreceptoren (sensoren) zitten, die via zenuwen die naar ruggenmerg en hersenen gaan, niet alleen de spierspanning regelen, maar ook de bewegingseconomie bepalen. Alle redenen om eens te kijken hoe beweeglijkheid te trainen is en welke methode van rekken het beste resultaat geeft.  Voordat we dit kunnen bespreken moeten we toch even naar de elastische eigenschappen van de spieren en pezen.


Pezen fungeren als een veer


Bij de landing komen er grote krachten op de voet, die door de achillespees en spieren moeten worden opgevangen. De eerste klap wordt door de rekbaarheid van de pees opgevangen. Hierdoor worden de krachten op de kuitspier vertraagd en verminderd. De rekreceptoren bijvoorbeeld in de achillespees spelen hierbij een kritieke rol. Eigenlijk zijn het orgaantjes, die de lengte van de pees detecteren. Door een soort ingebouwd vertragingsmechanisme wordt de spier als het ware eerst ontzien. De rekreceptoren zijn verantwoordelijk voor de reductie van de hoeveelheid energie, die door de spieren moet worden geleverd.


Spierspoeltjes detecteren lengte en spierspanning


In de spieren vinden we gespecialiseerde spiertjes, die de spierlengte en spanning detecteren. Die informatie wordt naar het centraal zenuwstelsel doorgestuurd, die daarop de spanning en de contractiekracht van de hele spier regelt.


Statisch maar…


Elke abrupte verandering in de spierlengte wordt vertaalt in een vergroting van de spierspanning. Anderzijds blijkt een isometrische contractie (dus een contractie tegen weerstand, waarbij de spierlengte niet verandert), ook de spierspoeltjes te activeren. De spierspanning neemt daarbij toe. Dit betekent dat effectieve rekoefeningen die ten doel hebben de flexibiliteit te vergroten niet dynamisch moeten worden uitgevoerd, maar statisch. Maar ook hier zijn er verschillende mogelijkheden.


Rekken, statisch of dynamisch?


Uit bovenstaande is duidelijk, dat dynamische rekoefeningen niet tot een verbeterde flexibiliteit zal voeren. Immers, steeds worden de spierspoeltjes geprikkeld, wat reflectoir tot verhoogde spierspanning leidt. Weliswaar is dat effect zéér kortstondig, maar het beoogde effect zal niet optreden. Dus statisch rekken is het devies.


De grootste rekfout 


Maar, een van de allergrootste fouten, die ik bij vele recreatieve lopers zie, is dat zij een spiergroep rekken terwijl die onder spanning staat. Dus als je het been waarop je staat, rekt. Een rekoefening is alleen maar effectief, als de desbetreffende spierpees groep NIET onder spanning staat, dus totaal onbelast is. Dat betekent staan op het ene been, het andere onbelaste been rekken.


Een ander, nauwelijks bekend punt, is dat de timing van de reksessie de prestatie ook negatief kan beïnvloeden.


In deel 2 wordt dit allemaal behandeld.


  • Deel dit artikel
  • Facebook
  • Twitter
  • LinkedIn
  • Google+
  • Mail dit artikel:
  • Mail
Auteur
 Dr Hans
Dr Hans Keizer
 Dr Hans  Keizer

Dr Hans Keizer

Redacteur

Heeft de opleiding leraar lichamelijke opvoeding en geneeskunde gedaan en werkte 35 jaar als arts/fysioloog aan de universiteit Utrecht en Maastricht, waar hij in 1983 promoveerde. Hij was winnaar van de prijs voor Sportgeneeskunde, gasthoogleraar aan de Vrije Universiteit Brussel en de Universiteit Salzburg. Hij was een succesvol atletiektrainer, bondscoach/arts K.N.A.U. en bracht verschillende lopers naar de wereldtop. Hij heeft meer dan 120 wetenschappelijke publicaties op zijn naam.

Verplicht Verplicht
Verplicht
  • Rob
    Jan, Dat was dus de spellingscorrector die de regie had overgenomen. Bedankt voor je bericht. Tekst weer aangepast. Rob
    Reactie geplaatst op 14/02/16 om 23:27 uur
  • Jan
    De grootste reukzout ??
    Reactie geplaatst op 14/02/16 om 21:21 uur
  • Suus
    Betekent dit dan ook dat mensen die hypermobiel zijn, niet hoeven te rekken? Zij hebben immers geen last van te weinig beweegruimte, eerder te veel. Of heeft rekken meer voordelen?
    Reactie geplaatst op 10/12/15 om 20:10 uur
  • Corné Haast
    Als je dynamische oefeningen doet (mag je dat wel rekoefeningen noemen, vraag ik me af), en je voert die bewust en ontspannen uit, dan zouden ook de spierspoeltjes mee moeten ontspannen, dus je brengt wel degelijk ontspanning in de betrokken spieren. Voor sommige spieren is die ontspanning gewenst, in andere juist niet. De spierspoeltjes zijn bedoeld als regulatoren van je spierspanning, dus als je intentie is je been op te zwaaien, dan zal ook de spanning in de spierspoeltjes zich daar aan aanpassen. De peeslichaampjes daarentegen zijn echter de beschermers tegen te grote rek.
    Reactie geplaatst op 10/12/15 om 19:29 uur
  • Jos van Damme
    ben benieuwd naar het vervolg. In souplessetraining die ik hoog heb zitten wordt statisch rekken juist afgeraden en dynamisch rekken geadviseerd als je al gaat rekken
    Reactie geplaatst op 10/12/15 om 16:59 uur
  • arjen hoogervorst
    Honden en katten rekken juist wel. Maar dan na een rustperiode. Lenigheid is van groot belang.
    Reactie geplaatst op 10/12/15 om 12:42 uur
  • Thijs Tuinstra
    Mijn advies, helemaal stoppen met rekken en strekken. Rustig inlopen en rustig uitlopen voor en na de training is m.i. een beter alternatief. Verder zijn core-kracht training en juiste looptechniek (bv chi-running, pose running, naturalrunning) m.i. de beste preventieve manieren om blessures te voorkomen. Kijk ook naar de natuur: een luipaard gaat ook niet eerste even strekken voordat ie achter dat lekkerre hertje aan gaat hollen. Wat ie wel doet is even rustig inlopen voordat ie volle bak gaat.
    Reactie geplaatst op 10/12/15 om 12:25 uur

ProRun loopclinics: Waar & wanner?

Loopkalender

20
januari