Overtraining strijd tussen de sympathicus en parasympathicus (deel 4)

Overtraining strijd tussen de sympathicus en parasympathicus (deel 4)

Wat hebben de hersenen met overtraining te maken?

In het vorige artikel  heb ik beschreven, wat er gebeurt bij een lichte mate van overtraining. Eigenlijk moesten we in het voorbeeld van de recreatieve loper Henk spreken van overbelasting ten gevolge van een veelheid van stressoren, waarvan de training er één was. In dit artikel wil ik beschrijven wat de hersenen hiermee te maken en hoe de verlaagde lactaatproductie bij ons voorbeeld Henk te verklaren is.

Nog even de belangrijkste symptomen (tabel 1), nu ingedeeld als psychische- en/of fyieke veranderingen. Kunnen we daarmee al een indicatie geven waarom de lactaatcurve veranderd is, zoals vorige keer werd aangegeven?

Emotioneel en gedrag

Fysiek

Geen   zin om te  trainen

Prestatieverlies   (eventuele ziektes moeten uitgesloten worden)

Geen   zin in of bang voor wedstrijden

Onvermogen   om tempo te maken, rustige duurlopen gaan wel

Opgeven   als het moeilijk wordt

Ademnood   bij hogere tempi

Concentratieverlies   op het werk, moeite verbanden te leggen etc.

Verandering   van de hartfrequentie in rust, inspanning en herstel (vertraagd)

Emotioneel   instabiel: Gemakkelijk geïrriteerd, moeilijk ontspannen, verveeld, toont   weinig interesse, depressiviteit

Chronisch   vermoeid, altijd zware benen

Slaap   is niet verfrissend, komt moe het bed uit

Zwaar   gevoel op de borst tijdens/na het lopen

Slapeloosheid   tijdens de nacht met zweten, in ernstiger gevallen juist altijd slaperig

Abnormale   stijging hartfrequentie als men van liggen naar staan gaat

Eetlust   verlies

Duizelig   na snel opstaan

Libido   verlies

Eventueel   daling percentage lichaamsvet

Dorstig,   vooral ‘s nachts

Bij   vrouwen: Onregelmatige cyclus, of zelfs wegblijven menstruatie

 

Toegenomen   frequentie van infecties, vooral bovenste luchtwegen

Tabel 1. Enige symptomen van niet-functionele overreaching en overtraining

Zoals we zien zijn er dus een groot aantal symptomen, die deels ook voor kunnen komen bij een normale trainingsopbouw. Het enige en belangrijkste verschil is, dat bij NFOR (Niet Functionele OverReaching) of overtraining deze symptomatologie gedurende weken tot maanden blijft bestaan.

De strijd tussen de sympathicus en parasympathicus
Zodra we middels onze hersenen het sein aan onze spieren geven, dat we gaan lopen wordt ook het onwillekeurige, onwillekeurige, zenuwstelsel geactiveerd. Dit bestaat uit twee delen: Het sympathische en parasympathische deel. Het eerste zouden we het zenuwstelsel van de arbeid kunnen  noemen, het tweede van het herstel. We zijn altijd in een evenwicht waar of het ene of het andere overheerst.

Om ons in te kunnen spannen (en hieronder moet zelfs de geringste fysieke of psychische belasting worden verstaan) dan wordt het sympathische deel geactiveerd, tegelijkertijd vermindert de activiteit van de parasympathicus. De sympathicus verhoogt de contractiekracht en slagfrequentie van het hart verhoogt, activeert de hersenen, maakt de glycogeen en vetafbraak mogelijk, vernauwt de bloedvaten van het maagdarmgebied en verwijdt die van spieren en huid.

Echter, daar het de hersenen activeert wordt ook een uiterst belangrijk orgaantje, de hypofyse of hersenaanhangsel geactiveerd. Hierdoor komen belangrijke hormonen, die b.v. de schildklier aanzetten tot secretie van het schildklierhormoon, in de bloedbaan. Maar ook komt er meer groeihormoon in het bloed, vooral bij langere belastingen, en wordt de bijnier aangezet tot het vrij maken van adrenaline en cortisol.

Door dit samenspel tussen het onwillekeurige zenuwstelsel en het hormoonstelsel kunnen we ons maximale prestatievermogen bereiken. Zoals in het vorige artikel al werd besproken, zijn we zonder het sympathische zenuwstel tot niets in staat. We hebben (nor)adrenaline nodig voor de geringste beweging.

Negatieve feed-back: Hoe het hormonsysteem zichzelf remt
In het vorige artikel over overtraining werd beschreven, dat hormonen via hun receptor op de cel een heel specifiek effect teweeg brengen. Ook weten we, dat dit mate van effect dosis afhankelijk is. Over het algemeen geldt: Hoe hoger de hormoonconcentratie, des te groter het effect. Als dit niet op een of andere manier gereguleerd werd, zou dat catastrofale gevolgen hebben.

Ons lichaam heeft dit probleem dan ook prachtig opgelost: Het mechanisme waarmee een catastrofe wordt voorkomen heet negatieve feed-back. Het hormoon in kwestie remt de ‘stuur’hormonen van het hersenaanhangsel en wel op een zodanige manier, dat we meestal niet in zo’n vervelende situatie van een bijna catastrofe komen. Maar, één van de eigenaardigheden van ons mensen is, dat we moeilijk kunnen accepteren, dat er grenzen zijn aan ons prestatievermogen. Vele (top)sporters hoor ik zeggen: ‘Ik heb keihard getraind en er alles aan gedaan, waarom ga ik nu niet meer vooruit. Of, nog erger, waarom gaat hij wel vooruit en ik niet?’ Dus, moet het aan de training liggen. We gaan meer en harder trainen. We negeren de signalen van ons lichaam. Wat er dan gebeurt is weliswaar niet dodelijk, maar wel catastrofaal.

Niet te veel willen
Door onze wilskracht breken we door de negatieve feed-back heen. In eerste instantie is het gevolg hiervan, dat de hormoonconcentratie in het bloed (b.v. die van cortisol en adrenaline) continu, dus ook in de herstelfase verhoogd is. Hierdoor wordt de activatie van het anabole hormoon systeem (bijvoorbeld groeihormoon, de geslachtshormonen) geremd. Gevolg: Je herstelt niet, uitputting van energievoorraden, continue activatie van de hersenen. De hartfrequentie na inspanning daalt veel minder snel dan normaal. Uit de pathologie weten we, dat een te traag dalende hartfrequentie na inspanning een slecht teken is. Vaak is het zelfs een teken van hartschade. Dit is toch iets, wat we onze atleten of onszelf niet willen aandoen!

Bovendien wordt ten gevolge van de overprikkeling van het sympathische zenuwstelsel de gevoeligheid van de doelcel voor een bepaald hormoon minder (bijvoorbeeld de spier voor adrenaline). Dit verklaart de verlaagde lactaatspiegel tijdens submaximale en maximale inspanning. Als deze situatie nog langer duurt (zij wordt ook nog eens verstrekt door het slaapgebrek), zien we dat receptoren op de doelcellen zelfs verdwijnen!

Maar, niet minder belangrijk is de schade, die in de hersenen aangericht wordt. Ook daar vinden we receptoren voor onze stresshormonen. Als je in de situatie van voortdurende stress bent (zoals in ons voorbeeld Henk van de vorige keer), dus training plus slaapgebrek, plus psychische en sociale stress, zullen bepaalde verbindingen tussen hersengedeelten afgebroken worden. Alhoewel dit in eerste instantie reversibel is, weten we niet wat er gebeurt als je lange tijd in zo’n situatie verkeert. Maar, een overtrainingssyndroom lijkt heel sterk op een burn-out en we weten, dat deze soms levenslange gevolgen heeft.

Het verbreken van die hersenverbindingen verklaart onder meer de verminderde coördinatie en vele van de psychische symptomen. We verkeren dan in een situatie van centrale (door de hersenen veroorzaakte) vorm van chronische vermoeidheid, lusteloosheid en lethargie of juist irritatie.

Deze vorm van overtraining is echt gevaarlijk voor onze gezondheid. Het motto van de loper en vooral de toplo(o)p(st)er moet dus eigenlijk luiden: Hoe kan ik met zo min mogelijk training, goed vooruit gaan in prestatievermogen. Een aantal objectieve criteria om NFOR of overtraining te voorkomen zouden daarbij goed kunnen helpen, niet alleen bij de top, maar juist ook bij hardwerkende recreatieve loper. Dat zullen we in het laatste artikel in deze reeks bespreken.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Training