‘Genieten tijdens eerste trail’
Vroeger pakte Tim wel eens een crossje mee, maar dat is jaren geleden. Afgelopen weekend stond hij voor het eerst sinds lange tijd weer aan de start van een trail. En hij genoot.
Ik ben van nature een loper die zijn kilometers het liefst op de weg aflegt. Dus niet op een baan, ook niet over blubberige paadjes. Gewoon lange, rechte stukken asfalt. Fietspaden, voetpaden: je kent het wel. Vroeger liep ik wel eens een crossje hier en daar, maar dat was meer om mijn conditie op peil te houden gedurende de wintermaanden. Afgelopen weekend deed ik dat sinds lange tijd weer: ik stond aan de start van mijn eerste trailrun.
In dit geval de Alphense Bergen Trail. Er werd mij gevraagd om een keer mee te lopen en ik ging overstag. 12.5 kilometer over heide en zandpaden, een prachtig parcours door het bosgebied tussen Alphen en Chaam. Op papier ontzettend leuk, in de praktijk vooral glibberen en glijden door de blubber. De avond ervoor had het flink geregend en dat was te merken. Maar nog steeds was het ontzettend leuk en vooral ook genieten!
De eerste kilometer – oké, iets minder, ongeveer zevenhonderd meter – voerde nog over een verharde weg en ik begon voortvarend. Het tempo zat er meteen lekker in en samen met twee andere lopers liepen we bij de groep weg. Dat beeld veranderde niet toen we ons een weg baanden over de eerste bospaden, al merkte ik wel dat ik door de gladde ondergrond meer moeite had om het tempo – tegen de 14 kilometer per uur op dat moment – vast te houden. Ondertussen keek ik mijn ogen uit: het parcours was echt geweldig. Het bos lag er met al haar herfstkleuren prachtig bij en de geur van de natuur was onmiskenbaar. Meteen wist ik waarom veel lopers tegenwoordig zo groot fan zijn van trailen. Misschien is dit wel de essentie van hardlopen: verstand op nul en genieten van de omgeving om je heen.
Een paar kilometer liepen we met zijn drieën op, tot ik een gaatje moest laten. Het tempo lag voor mij net te hoog. Iets verderop kon ik het gat, toen zo’n honderd meter, echter weer dichten en toen ik eenmaal bij de twee koplopers terug was, plaatste ik op een open stuk met los zand een versnelling. Op dat moment was ik diegene die een gaatje sloeg, maar ik had mijn krachten beter iets meer kunnen doseren. De kilometers die daarop volgden waren voorzien van behoorlijk wat klimmetjes en ik kon mijn voorsprong niet behouden. Uiteindelijk finishte ik op een minuut achter de twee – ik nam mijn spreekwoordelijk pet voor ze af – maar wel in een voor mij respectabele tijd van rond de 50 minuten.
Niet dat die tijd zo belangrijk is tijdens een trail. Ik genoot vooral. Heel erg zelfs. Van de natuur, van de medelopers. Van het moment dat ik uitgleed, viel en een aantal lopers meteen aan me vroeg of alles in orde was. De saamhorigheid. Ja, dit ga ik deze winter zeker vaker doen!



