Hardlopen: een sociale bezigheid

Er is een groot verschil tussen hardlopers die lopen om hun conditie te willen verbeteren, om wat kilo’s kwijt te raken, vanwege een gezondheidsaspect of om te willen winnen.

Onlangs las ik een artikel over een proefschrift waarin de relatie tussen depressiviteit en beoefenen van sport, zoals die vaak positief voor het bestrijden van depressiviteit wordt beschreven, op losse schroeven wordt gezet. Hoe dit verband precies wordt onderbouwd vind ik nu niet interessant. Waar het mij om gaat is het feit dat bepaalde zaken, zoals dit zogenaamde positieve effect tussen sporten en depressiviteit, veralgemeniseerd wordt. De massa slikt dit zonder na te denken. Ook in de hardloopwereld wordt het beoefenen van het hardlopen beschouwd als zijnde een positieve prikkel om depressiviteit aan te pakken. Vaak hoor je hardlopers zeggen dat hardlopen goed is voor je omdat het de geest leeg maakt en omdat je het hardlopen samen met anderen kan doen. Het zou de sociale omgang bevorderen.

Maar wat blijkt aangaande deze aannames! Er is een groot verschil tussen hardlopers die lopen om hun conditie te willen verbeteren of bij te houden, of om wat kilo’s aan gewicht kwijt te raken of trainen voor een ander gezondheidsaspect, en hardlopers die wedstrijden lopen en willen winnen van een ander of van zichzelf. De laatste groep heeft het dan ook altijd over de ooit best gelopen tijd, al is dat een wedstrijd die ze 20 jaar geleden hebben gelopen. Mijn p.r. is…..? en nooit ‘was’. Of over de streeftijd die er de komende wedstrijd gelopen dient te worden. Heel reëel gezien is die streeftijd het feit dat hiervoor dan ook getraind is de maanden voorafgaand aan de wedstrijd. Tenminste, dat mag ik aannemen. De eerste groep is anders, zij hebben een ander doel. Hun gezondheid, lichamelijk dan wel geestelijk. De tijd die er aan het trainen van het hardlopen besteed wordt is zeker geen streeftijd die gehaald moet worden, maar een tijd die zo volledig mogelijk benut moet worden. De beleving van tijd bij ‘fitheidlopers’ (zo noem ik de eerste groep even) is duidelijk van een andere orde dan de beleving van tijd bij ‘wedstrijdlopers’. Welke verschillen, en of overeenkomsten, zijn er?

Vanuit biologisch oogpunt kent men het begrip ‘fixed action patterns’. Een vast gedragspatroon van een serie handelingen die bij elkaar horen en per individu verschillen. Heel normaal voor iedereen, dus ook voor elke hardloper. Dit zijn niet de gedragingen die men verricht vanuit een bijgeloof, maar echt de alledaagse handelingen, soms aangeboren, soms aangeleerd. Soms sociaal, soms territoriaal en soms als conflictgedrag. Overwegend kan men stellen dat een individu zich tracht aan te passen aan de groep. De groep is daarin het complex adaptief systeem dat gevormd is vanuit de interacties en communicatie van de individuen die zelf niet beschikken over de kenmerken van het groter geheel. Terwijl de groep daarover dan wel beschikt. 

Het gedrag van de groep, mits gebonden aan regels, is daarmee niet voorspelbaar omdat elke verandering in haar gedrag, hoe klein dan ook, een andere, nieuwe context schept die op haar beurt weer het gedrag voor het individu bepaalt. De kennis van dit systeem zit dus niet in de individuen maar tussen de individuen, in de groep. Dit wordt ook wel zwermintelligentie genoemd. 

Hardlopers gedragen zich soms ook als een zwerm. Een zwerm omvat een groot aantal gelijksoortige en vrijelijk bewegende eenheden die snel op elkaar en op de omgeving kunnen reageren maar toch een soort gelijkloop (dat is een nieuw samenhangend, groter geheel)  ontwikkelen. De hiervoor benodigde intelligentie, bezien vanuit het individu, is eigenlijk een extelligentie, een fenomenologie van intelligentie, of ecologische intelligentie, een leren in de vorm van netwerkleren. Kenmerken van het netwerkleren zijn: 
– herken datgene dat impact op jouw groep heeft en dat wat door jouw groep als     impact door anderen wordt ervaren. 
– blijf open staan voor verbeteringen en stimuleer het implementeren van   verbeteringen.
– deel met anderen dat wat de groep geleerd heeft.

Zijn deze kenmerken van de zwerm en van zwermintelligentie herkenbaar in beide groepen hardlopers? 

Bij wedstrijdlopers zijn de kenmerken van de zwerm duidelijk aanwezig. Het groot aantal gelijksoortige en vrijelijk bewegende lopers die na het startschot bij een marathon massaal in beweging komen, voor zover dat door de massa wordt toegelaten daar sommigen wel een uur moeten wachten voor ze de eerste stap kunnen zetten, kan iedereen waarnemen. Het overgrote deel van de zwerm loopt in dezelfde richting, waarbij het merendeel de leider wel volgt maar absoluut niet kan bijhouden. Dan de wijze hoe men tijdens de wedstrijd op elkaar reageert bijvoorbeeld bij het passeren waarbij men tracht elkaar niet te raken, terwijl het bij sommige drinkposten vaak dringen is in plaats van drinken. En wanneer men aan het eind van de wedstrijd komt verkondigen de meeste lopers dat de laatste kilometers min of meer buiten een bepaalde mate van bewustzijn, dus in een roes en op de endorfine, er, toch weer, voor gezorgd heeft dat de streep gehaald is. En dat men pas dan behoort tot een nieuwe orde van lopers, namelijk diegenen die de marathon hebben gelopen en hopelijk op of binnen een gestelde streeftijd. 

Dat er in deze zwerm vele lopers zijn die licht, dan wel zwaar geblesseerd zijn, doet even niet ter zake. De drang om tot die nieuwe orde te behoren is sterker dan het simpele verstand of de inspanning wel gezond is voor het individu. De kracht van de groep is vaak groter dan die van het individu. Als begeleiders van vele marathons hebben wij allerlei blessures gezien, en behandeld. Soms viel het achteraf mee, soms was de blessure onoplosbaar. Vooral bij lopers die te impulsief langere afstanden willen lopen terwijl men er eigenlijk niet klaar voor was. 

Het moge duidelijk zijn dat de kenmerken van zwermintelligentie of het netwerkleren wat op de achtergrond geraken en dat de kenmerken van ‘in de zwerm zijn’, en daarmee het hardlopen als doel stellend, op de voorgrond geplaatst worden.Dit in tegenstelling tot dat wat er bij de fitheidlopers plaats vindt. Lopers die hardlopen met het doel de gezondheid van zichzelf te bevorderen en zich aansluiten bij een gelijksoortige groep. Deze groep, meestal vele malen kleiner dan een zwerm, heeft reeds enige kennis in huis aangaande het probleem van het individu en het te behalen doel. Om het doel op een verantwoorde wijze te kunnen bereiken worden individu en groep op elkaar afgestemd. Herkenning van bestaande eigenschappen van individu en groep is hier essentieel. Vanuit dit startpunt helpt de groep het individu. 

Nieuwe kennis en ervaring aangaande het doel, het bevorderen van de gezondheid, of dit nu over obesitas, hartfalen, longaandoeningen, geestelijke aandoeningen of andere handicaps gaat, wordt besproken en geanalyseerd en wanneer dit een verrijking is voor de gezondheid geïmplementeerd. Trainingen worden aangepast en elk groepslid wordt opnieuw hierin (be-)geleid. Opnieuw zullen dan ervaringen besproken en uitgewisseld worden. Als begeleiders van Running Health Center krijgen wij vaak vragen over dergelijke zaken. Van belang is dat zowel voor het individu als voor de groep het gestelde doel haalbaar is. Soms moeten er een individu gestimuleerd worden, soms moet de groep afgeremd worden. 

Het hardlopen of de training is voor fitheidlopers net zo intensief en belastend als de trainingen dat zijn voor wedstrijdlopers. Bij fitheidlopers echter is het hardlopen een middel en niet een doel. Zwermintelligentie is bij fitheidlopers van groter belang dan de zwerm op zich.   

Heb je vragen, ga dan naar www.runninghealthcenter.nl 

Dit artikel is aangeboden door Running Health Center.                                       ?

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Gezondheid