Hardlopen met diabetes: deel 1

Om je als hardloper met diabetes wat handvatten te bieden gaat Prorun in een vijfdelige serie uitgebreid in op de zaken waar je mee te maken kunt krijgen.

Elke dag maken we honderden keuzes die onze gezondheid beïnvloeden. 

Wel of niet met de fiets naar het werk, wel of niet die lekkere hamburger en wel of niet dat derde glas wijn? 

En natuurlijk; wel of niet die hardloopschoenen aan voor een mooie trainingsronde. 

Wanneer je diabetes hebt sta je voor dezelfde keuzes. 

Maar hoe die keuzes uitpakken voor je bloedsuikerspiegel en je gezondheid kan wel geheel anders zijn dan voor iemand zonder diabetes. Hoewel vaak aangetoond is dat je als diabeticus veel baat kunt hebben van gezonde voeding en voldoende beweging zijn er weinig algemene richtlijnen hoe je voeding en training het beste kunt afstemmen. Uitvinden wat voor jou werkt is vaak een langdurig proces van trial and error. Hierbij is het belangrijk goed te noteren hoe je lijf reageert op een bepaalde duur en inspanning. Om je als hardloper met diabetes wat handvatten te bieden gaat ProRun in een vijfdelige serie uitgebreid in op de zaken waar je mee te maken kunt krijgen. 

In deze serie komen de volgende onderwerpen aan bod: 

Deel 1: Diabetes, wat is het en wie krijgt ermee te maken? 
Deel 2: Diabetes en beweging; wel/niet en waarom? 
Deel 3: Diabetes en voeding rondom trainingen 
Deel 4: Diabetes en de marathon 
Deel 5: Diabetes en topsporters 

Deel 1: Diabetes Wat is het en wie krijgt er mee te maken? 

In Nederland hebben ongeveer één miljoen mensen diabetes mellitus (suikerziekte) en elk jaar komen er ongeveer 70.000 nieuwe patiënten bij. Negentig procent van de diabetici heeft te maken met diabetes type 2. Hoewel suikerziekte het meeste voorkomt in de leeftijdsgroep 40-70 jaar, neemt ook diabetes bij kinderen steeds meer toe. Het is onder kinderen, naast astma, de meest voorkomende chronische ziekte. 

Wat is diabetes precies? 
Diabetes mellitus betekent letterlijk zoete doorstroming omdat je lichaam niet goed in staat is de bloedsuikerspiegel in evenwicht te houden. Normaal gesproken zorgt het hormoon insuline, afgescheiden door de alvleesklier, ervoor dat de bloedsuikerspiegel binnen een bepaalde marge blijft. Door glucose (uit koolhydraten in de voeding) stijgt de bloedsuikerspiegel. Een teveel aan glucose in het bloed wordt bij mensen zonder diabetes door insuline uit het bloed verwerkt en opgeslagen voor later gebruik. Bij diabetici maakt het lichaam geen insuline meer aan (diabetes type 1) of is het lichaam minder gevoelig voor insuline (diabetes type 2). Dit zorgt ervoor dat de bloedsuikerspiegel te hoog op kan lopen of juist te sterk kan dalen. 

Een hypo of hyper ?Bij een te lage bloedsuikerspiegel is er sprake van een hypoglycemie (of een hypo). Je merkt het vaak door onverwacht zweten, trillen, duizeligheid, concentratieproblemen en hoofdpijn. Snelle suikers in de vorm van druivensuiker of limonade kan het bloedsuikergehalte weer omhoog brengen. 

Een hyper ontstaat bij een te hoge bloedsuikerspiegel. Dit is te merken wanneer je veel moet plassen, dorst hebt en houdt, vermoeid bent en plotseling erg gehumeurd bent. Veel drinken (zonder suiker) kan helpen de bloedsuikerspiegel weer te laten dalen. 
Symptomen van diabetes 
Diabetes type 2 kan soms ongemerkt aanwezig zijn. Soms duurt het een aantal jaar voordat de ziekte erkend wordt omdat de symptomen vaag en wisselend aanwezig zijn. In een verder stadium worden de symptomen duidelijker. Omdat de glucose in het bloed blijft kan het niet worden gebruikt voor energie. Dit zorgt ervoor dat iemand met diabetes type 2 zich erg moe kan voelen en bovendien veel dorst kan krijgen en veel moet plassen. Andere symptomen van de ziekte zijn wondjes die slecht helen, terugkomende infecties (blaasontsteking), kortademigheid en last van geïrriteerde ogen. Bij diabetes type 1 voelen patiënten zich direct vaak erg ziek, kunnen ze een constant hongergevoel ervaren zien ze soms wazig en kan er sprake zijn van plotseling gewichtsverlies. Een bloedsuikertest moet uitwijzen of iemand echt diabetes heeft. Op de website van het Diabetes Fonds kun je een risicotest doen om na te gaan om je een verhoogd risico op diabetes hebt. 

Wie krijgen diabetes? 
Diabetes type 1 is een auto-immuunziekte waarbij het immuunsysteem per ongeluk de cellen die insuline maken heeft aangevallen. Hoewel het vroeger jeugddiabetes werd genoemd kan de ziekte ook bij ouderen ontstaan. De kans van een kind om diabetes te krijgen als een van de ouders de ziekte ook heeft is 1-4%. Dit betekent dat diabetes type 1 niet alleen door erfelijke factoren wordt bepaald. 

De kans om diabetes type 2 te krijgen wordt vergroot door overgewicht, te weinig beweging, roken en erfelijke aanleg. Tachtig procent van de mensen met diabetes type 2 heeft overgewicht. Toch spelen ook hier erfelijke factoren een rol. 

Tenslotte kunnen het gebruik van bepaalde medicijnen (Prednison, sommige anti-psychotica), een hoog cholesterol en een chronische hoge bloeddruk de kans op diabetes vergroten. 
Bestaat er een behandeling voor diabetes? 

Diabetes is type 1 is een chronische ziekte. Wel kunnen medicijnen, voedings- en bewegingadviezen en het gebruik van een insulinepomp of spuiten (type 1) de ziekte in toom houden. In zeer ernstige gevallen kan bij diabetes type 1 een alvleeskliertransplantatie plaatsvinden. Maar dit is een zware ingreep met de nodige risico’s. Dit gebeurt alleen bij mensen die door de complicaties van diabetes in levensgevaar verkeren. 

Bij diabetes type 2 is gezond eten en lichaamsbeweging minstens zo belangrijk als medicijnen en er zijn steeds meer onderzoeken die aantonen dat diabetes type 2 kan genezen door koolhydraatarme voeding en (bijvoorbeeld) hardlopen. 

Beweging speelt een belangrijke rol bij het verminderen van de symptomen, het verminderen van medicijngebruik en het voorkomen van diabetes. 

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Gezondheid