Hartfalen, energiehuishouding en hardlopen #2

Vandaag deel twee over het verschijnsel hartfalen.

Vandaag deel twee over het verschijnsel hartfalen. Heb je het eerste deel gemist, klik dan hier 

Het hart kan worden gezien als een energie-leverancier en gebruiker van energie. Dit laatste is bij hartfalen ook gestoord.
 
Hoe komt dat:
De gedaalde pompwerking van het hart komt door de verminderde ATP productie van de hartspier. We hebben hier dus te maken met een vicieuze, zichzelf versterkende, cirkel:
 hartfalen –>> veranderd metabolisme  –>> hartfalen.

De glucosehuishouding en de daaraan gerelateerde ongevoeligheid van de hartspier (en andere spieren) voor insuline (=insuline resistentie) speelt hierin een belangrijke rol. De vraag is, wat was er eerder: hartfalen of insuline resistentie?

Als het laatste het geval is, waar we hier even vanuit gaan, dan is het de vraag of je insuline resistentie met een fysiek actieve leefstijl kunt voorkomen, dan wel kunt verminderen.

Wat is insuline resistentie (zie ook Hardlopen en diabetes )

Cellen, ook spiercellen, bevatten vele duizenden receptoren, die heel specifiek een boodschap van een hormoon aan de cel doorgeven. Insuline is misschien wel het belangrijkste hormoon voor de totale energiehuishouding van ons lichaam en onze spieren. Allerlei koolhydraten bevattende voedingsmiddelen zoals aardappelen, brood, pasta etc. worden in de dunne darm afgebroken tot glucose, dat aan het bloed wordt afgegeven. Dit stimuleert de alvleesklier tot de afgifte van insuline, waardoor die glucose ofwel opgenomen wordt door de spier en direct gebruikt wordt als brandstof of opgeslagen wordt als glycogeen.

Dit gebeurt alleen maar als dat insuline de machinerie van de glucoseopname inderdaad kan stimuleren. Met name zal het de insuline gevoelige glucose transporter (GLUT4) naar de celwand dirigeren zodat het water oplosbare glucose de vettige celwand kan passeren.

Lichaamsbeweging kan dit proces echter zonder de hulp van insuline ook bevorderen! En hier geldt dan het spreekwoord: Rust roest. Enige dagen bedrust vermindert al de gevoeligheid van de spiercellen voor insuline, waardoor minder glucose kan worden opgenomen. De glucose uit de voeding moet naar de vetcel, waar het omgevormd wordt tot vet. Dit heeft weer tot gevolg, dat er meer vetzuren door de vetcel aan het bloed worden afgegeven, wat de glucoseopname van de spieren verder remt. Daar onze spieren (inclusief de hartspier en de gladde spieren in de bloedvaten) veruit de belangrijkste ‘opnemers’ van glucose zijn, is dit een desastreuse situatie.

Hierbij komt ook nog dat er een situatie ontstaan is, waarbij weliswaar meer adrenaline en noradrenaline (het broertje van adrenaline, dat aan de zenuwuiteinden van het sympathische zenuwstelsel) wordt vrijgemaakt, maar de cellen ook daarvoor ongevoelig zijn geworden. Dit versterkt het onvermogen van de spieren om glucose of glycogeen als brandstof te gebruiken, waardoor er meer vetzuren door de spiercel worden opgenomen (die moet toch ergens zijn energie vandaan halen). Maar, dit geeft een overvloed aan vetzuren in de cel, wat  de glucose opname nog meer remt. De spieren en vetcellen produceren ontstekingsfactoren (dit zijn eiwitten een soort ‘noodsignalen’), die het probleem verder verergeren.

Samenvattend

Door deze afwijkingen in energiehuishouding zullen bloedvaten ‘verstijven’, waardoor de bloeddruk omhoog gaat. Dit gebeurt ook in de kransslagaderen. Het hart, dat toch al in een energie-crisis is, moet tegen verhoogde weerstand bloed uitpompen, wat het eigenlijk niet kan. Na elke slag blijft er teveel bloed in het hart achter. Hierdoor vergroten de hartholten zich, maar het slagvolume gaat omlaag. Het hart als de energie leverancier (het hart dat zuurstof rond pompt) faalt.

Behandeling van hartfalen

 Naast medicamenteuze behandeling (door huisarts en cardioloog), is lichaamsbeweging en dieet (eventueel minder, maar wel voldoende calorieën en minder vet) van essentieel belang. Hierdoor kun je de stofwisseling en insuline gevoeligheid beter stimuleren dan met medicamenten. In deze situatie, gezien de lage belastbaarheid van het hart, is het aan te raden te beginnen met krachttraining van de grote spiergroepen. Zelfs één krachttraining van ongeveer 1 uur en matig-intensieve intensiteit verhoogt de insulinegevoeligheid minimaal 24 uur. Hierdoor maak je meer GLUT4 aan, dat makkelijker naar de celwand gaat, ook t.g.v. insuline stimulatie. Na 2-3 maanden krachttraining (3x week) en heel lichte looptraining (warming-up) kan er geleidelijk aan meer looptraining gedaan worden. Hierdoor vergroot je het aantal haarvaatjes, verbeter je de functie van gladde spiercellen en gaat de bloeddruk tijdens inspanning en rust omlaag. En…het hart wordt weer sterker. Ook hier blijkt matige tot hoge intensiteit de beste resultaten af te werpen, terwijl de risico’s bij goede opbouw en begeleiding gering zijn. Succes is zo voor vrijwel 100% gegarandeerd.

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Training