‘Ik woog 124 kilo en loop nu marathons’
Door hardlopen en een gebalanceerd voedingspatroon viel Lars bijna 50 kilo af. ‘Ik wilde graag een fitte vader worden voor mijn kinderen.’
Om een artikel toe te voegen aan je leeslijst moet je zijn ingelogd.
[clean-login]
Wil je het artikel "‘Ik woog 124 kilo en loop nu marathons’" verwijderen uit je leeslijst?
Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal verschillend, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.
Lars Lageweg (37) doet zondag mee met de Tilburg Ten Miles. De renner uit Oud-Beijerland komt van ver. Door hardlopen en een gebalanceerd voedingspatroon viel hij bijna 50 kilo af. ‘Ik wilde graag een fitte vader worden voor mijn kinderen.’
Lee Towers
Zondag 13 april 2014 staat voor altijd in zijn geheugen gegrift. Lars Lageweg loopt dan zijn allereerste marathon, in Rotterdam. Maandenlang traint hij naar deze dag toe. Ik stond rustig in mijn startvak’, vertelt hij. ‘Net als de meeste deelnemers gierden de zenuwen door mijn lichaam. Volgens traditie zong Lee Towers “You never walk alone”, hét marathonnummer. Toen gebeurde er iets met me. Ik barstte in huilen uit. De tranen bleven komen. Ik kon niet meer stoppen. Uiteindelijk kwam ik in een tijd van 3:56:42 toch lachend over de finish.’
Ontspannen duurloop
Inmiddels staat de teller op 3 marathons. Zijn PR heeft hij met 3:35:01 flink aangescherpt. Samen met duizenden andere recreanten doet Lars zondagmiddag mee met de Tilburg Ten Miles. Daar loopt hij de 10 Engelse mijl als voorbereiding op marathon nummer 4 in Eindhoven. Hij classificeert zichzelf als een lange afstandsloper. Hoewel de vader van 2 kinderen niet aan veel wedstrijden meedoet, rent hij wel elke week een halve marathon. Gewoon als een ontspannen duurloop. Lekker zijn telefoon op Runkeeper aanzetten en genieten in de buitenlucht.
Gekkies
Zoiets was 5 jaar geleden ondenkbaar voor de renner uit Oud-Beijerland. Naar eigen zeggen leek hij op de mannen uit de film De Marathon: dik, rokend, drinkend en aartslui. Hardlopen vond hij iets voor gekkies. Over die tijd zegt Lars: ‘Ik was pas 32 jaar, maar zag eruit als een oude man. Toen at ik alles wat los en vast zat. De bakker en de supermarkt waren op zaterdagochtend niet veilig. Tijdens een bezoekje aan het ziekenhuis stond ik op de weegschaal en schrok enorm. De teller wees 124 kilo aan. Een dieptepunt in mijn leven.’
Wake-up call
Daarom gooit Lars op 1 april 2010 het roer radicaal om. Onder begeleiding van een welzijnscoach schrapt hij alle suikers en vetten van zijn menu. Voortaan eet de medewerker van de gemeente Rotterdam slank en gezond. Er zijn momenten dat hij het erg zwaar heeft, maar hij zet door. Opgeven is voor hem geen optie. ‘Mijn doel was om weer gezond te worden, vertelt hij. ‘Ik wilde graag een fitte vader worden voor mijn 2 kinderen. Daar ging ik voor, no matter what!’
In beweging
Ondertussen begint hij ook met sporten. Stapje voor stapje. Hij verruilt de bank voor een stadsfiets. Op zijn werk neemt hij de trap in plaats van de lift. Via een kennis begint hij met snelwandelen. Al snel blijkt dat er meer in zit. Na een half jaar stapt hij in februari 2013 over op het hardlopen. In tegenstelling tot vroeger vindt Lars het nu lastig om stil te zitten. Hij is altijd in beweging. ‘Als onderdeel van de marathontraining fiets ik 3 keer per week naar mijn werk’, vertelt hij. ‘Dat is 26 kilometer heen en weer terug. Daarnaast probeer ik er 2 keer per week naar toe te rennen.’
Ultieme bankzitter
Het harde werken loont en hij valt in 3 jaar tijd bijna 50 kilo af. Lars is trots op wat hij heeft bereikt. De marathonloper motiveert graag mensen om ook te gaan sporten. ‘Je kunt meer dan jezelf denkt’, zegt hij. ‘Als je iets wilt bereiken, moet je er voor gaan. Het is mij als ultieme bankzitter ook gelukt. Ik woog 124 kilo en loop nu marathons. Van elke stap die ik tijdens het rennen zet, geniet ik met volle teugen. Ik ben blij dat ik er nog sta en samen met mijn vrouw onze kinderen zie opgroeien.’