Strandkilometers tellen dubbel

Over een juichende Runkeeper en lopen langs de vloedlijn

Pas achteraf snap ik waar het fout ging. Het begon onschuldig, met de aanschaf van een stacaravan (ja, ik leef graag groots en meeslepend) aan zee. Toen volgde het hardlopen in de duinen, wat voor mij, als hardloper-in-de-vlakke-polder, een heel nieuwe ervaring is. Ik bedoel: mijn Runkeeper-app begint al te juichen over mijn ‘Grootste Hoogteverschil Ooit Overbrugd’ als ik een viaductje over de snelweg heb meegepakt.

Dus dat lopen door de duinen bouw ik voorzichtig op. Eerst op verharde paden, want die ben ik gewend in de polder. Dan een stukje rul zand, de week later nog een extra stukje rul zand, en dan: het strand op. Ook dat bouw ik weer langzaam op, want zelfs aan de redelijk harde vloedlijn is hardlopen op het strand toch duidelijk zwaarder dan op de weg.

Maar het gaat lekker, en dan wil ik mezelf trakteren op een lange duurloop langs het strand: tot aan de eerste windmolen, in de verte. Ik heb de route gedeeltelijk al eens eerder gelopen en die windmolen is – heen en weer – zo’n zes kilometer verder. Moet kunnen. De totale route komt daarmee op 21 kilometer, waarvan in totaal de helft over het strand gaat. Ook dat moet kunnen.

Maar dan blijkt die windmolen wel erg ver weg te zijn. Niet in kilometers, maar wel in inspanning. Goed, ik haal het, maar dan moet ik weer terug. Op vijftien kilometer voel ik me alsof ik 35 kilometer van de marathon achter de rug heb. Mijn benen verzuren, mijn linkerknie begint gemeen pijn te doen.

Gelukkig loopt het laatste stuk van mijn zelf uitgestippelde route door de duinen, over een verhard wandel- en fietspad. Maar dat helpt weinig: ik kom nauwelijks nog vooruit, het ziet zwart voor mijn ogen.

Achter me belt een racefietser nijdig omdat ik middenop het pad loop te zwalken en zo snel niet weet naar welke kant ik moet uitwijken. “Links of rechts lopen hé”. Tuurlijk joh. En ga jij eens echt aan sport doen, want met een dikke buik een glimmende fiets kopen kunnen we allemaal.

Mijn vrouw en kinderen zullen zich wel afvragen waar ik blijf, want ik ben al bijna een vol uur over mijn geplande eindtijd heen. Ik probeer ze te sms’en, maar heb ik de duinen geen bereik – dóór dan maar. Met af en toe een stukje wandelen haal ik uiteindelijk de camping, slepend met mijn linkerbeen.

De Runkeeper-app op mijn mobiele telefoon geeft aan dat ik twee uur en drie kwartier heb gedaan over 21 kilometer: absoluut een PD (Persoonlijk Dieptepunt). Het is me nog nooit overkomen dat ik een route – of mezelf – zó verkeerd heb ingeschat. Blijkbaar was het extra ‘stukje’ van zes kilometer langs de vloedlijn toch te ambitieus. Leermomentje van vandaag: strandkilometers tellen dubbel.

Mijn knie weigert verder dienst, dus ik loop de rest van de dag met een stijf been. Daardoor moet ik tijdens het lopen de bewegingen uit mijn heup halen, wat mijn onderrug niet leuk vindt. En trouwens, mijn rechterkuit moet nu het werk voor twee doen, en begint ook te mopperen. Dit gaat me, letterlijk, wel twee weken uit de running halen – en dan heb ik nog mazzel. Gelukkig ben ik van nature positief en laat ik mijn humeur er niet door bederven.

‘Ping’, doet de volgende dag Runkeeper. “Zullen we vandaag gaan hardlopen? Dit leek een goede dag toen je de agenda instelde, toch?

Val eens dood.

Rob Voorwinden

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie