Aanvalsplan voor Rotterdam

Rob liep vorig jaar voor het eerst in Rotterdam en dat ging niet helemaal goed. Voor zondag heeft hij een heus aanvalsplan ontwikkelt!

Rob’s aanvalsplan voor Rotterdam

De route van de Rotterdam Marathon is doodsimpel. Ga naar de start, volg daarna 41 kilometer lang de andere lopers, en klaar is Kees. Of klaar is Rob, in dit geval.

Tenminste, zo deed ik het vorig jaar. Maar dit keer probeer ik me wat beter voor te bereiden. Vorige keer was het mijn eerste marathon, dus de uitkomst was gegarandeerd een PR – een Persoonlijk Record. Dit jaar dient dat record natuurlijk verbroken te worden. Vergruizeld, liefst. Of tenminste, in elk geval benaderd. Of nou ja: ik wil liever niet heel veel slechter zijn dan vorig jaar. Om mij zo goed mogelijk voor te bereiden maak ik een aanvalsplan.

De eerste 5 kilometer – de start tot het Feijenoord-stadion.

Ik start rustig aan. In de eerste plaats is er in het startvak geen ruimte voor een goede warming-up, dus moet het warmlopen maar in de eerste paar kilometer van de marathon gebeuren. In de tweede plaats lopen snelle starters een grote kans om uiteindelijk een slechte tijd neer te zetten. Onderzoek heeft uitgewezen dat mannen – het zijn vooral mannen – die in de eerste vijf kilometer van de marathon hun snelste tijd van de wedstrijd neerzetten, in de tweede helft van de marathon vaak instorten. Mannen laten zich blijkbaar makkelijk opjutten aan het begin van de wedstrijd, of kunnen er gewoon niet goed tegen om te worden ingehaald. 

Ik start daarom achterin mijn startvak, zodat ik even rustig kan inlopen. Zodra ik word ingehaald door de snelle starters uit het startvak ná mij, blijf ik nog steeds rustig lopen – en houd ik keurig rechts natuurlijk, zodat anderen me makkelijk kunnen inhalen. Als de theorie klopt, pak ik een aantal van hen wel weer terug na 30 kilometer.

5 kilometer tot 10 kilometer

Na vijf kilometer ben ik goed warm en ga ik licht versnellen tot het normale tempo van mijn duurlopen. Hoe snel dat precies is? Geen idee. Ik loop intuïtief, op ademhaling. Ik heb van alles geprobeerd: twee sporthorloges (een TomTom en een Garmin) een Polar-hartslagband gekoppeld aan de Runkeeper-app op mijn iPhone, lopen op snelheid, pace en hartslag, maar óf het werkt niet goed óf het leid me alleen maar af. Sorry – dat ligt aan mij. Ik ben blijkbaar nogal een intuïtieve loper.

10 kilometer tot 15 kilometer

Een behoorlijk deel van dit deel van de route loopt over het Havenspoorpad. Dat pad is zo smal dat je bij drukte (en druk zal het zijn) eigenlijk niemand kunt inhalen. Go with the flow. Gaat het te langzaam voor me, dan zie ik dat als een kleine vakantie in de marathon. Voor knallen en afzien heb ik nog ruim 25 kilometer de tijd.

21 kilometer tot 30 kilometer

Bij 21 kilometer is de kop is er af, maar we zijn nog nergens. In een regelmatig tempo blijven lopen, is nu het devies. Ik probeer een ‘negatieve split’ te lopen: een tempo waarin ik de tweede helft van de marathon net zo snel loop als de eerste helft. Of sneller. Dat schijnt een kenmerk te zijn van geoefende, gedisciplineerde lopers, en bij die club wil ik natuurlijk graag horen. Verder voorkom je met zo’n negatieve split dat je te snel start, en zorgt het er voor dat je aan het einde van de wedstrijd een extra reden hebt om het onderste uit de kan te halen.

Na pakweg 28 kilometer komt Het Tunneltje van de Westblaak. Dat is een mooi moment: je bent bijna bij de start/finish, maar je moet nog een rondje van zo’n 13 kilometer. En daarvoor moet je dus eerst door Het Tunneltje. Tot aan dat tunneltje liep ik vorig jaar best goed, maar bij het omhooghollen kreeg ik opeens een bericht: ‘Beste Rob, we weten niet wat je allemaal van plan bent, maar wij zijn best moe. En we hebben hier ook wat melkzuur over – zo’n dertig liter. Wat wil je dat we daarmee doen? Hoor graag van je, hartelijke groet – je benen.’

Vanaf 35 kilometer 

Nu is het erop of eronder. Hier loop ik op de Boszoom langs de Alexanderpolder – de wijk waar ik ben opgegroeid. Op dit punt hoop ik ook wat familie en vrienden aan de kant te zien. Ik zal proberen te doen alsof ik nog fris ben, maar voor na de 35 kilometer kan je niets plannen. Tenminste, niets waarvan je kunt verwachten dat het uitkomt. Het verloop van de wedstrijd, mijn vorm van de dag zullen bepalen hoe ik de laatste kilometers doorkom.

Mijn enige stelregel is dat ik niet wil gaan wandelen. Blijven rennen, tot en met de finish op de Coolsingel. Vorig jaar lukte dat. Net. Dit jaar zullen we het zien – aan de voorbereiding zal het niet liggen. Maar ik weet ook dat elk aanvalsplan verdampt bij het eerste contact met de vijand. Wat zal het worden? Zondagmiddag weet ik het.

Succes allemaal
Rob Voorwinden

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie