Mijn linkerknie zit echt goed in de vernieling. Na wat al te enthousiaste kilometers over het strand weigert hij vooralsnog dienst. Zelfs na het kleinste ‘herstelloopje’, zoals dat heet, een miezerige vier kilometer in slakkentempo, loop ik de volgende dag met een pijnlijk en onbuigzaam linkerbeen te slepen. Prut.
Gelukkig heb ik veel aan krachtsport en fitness gedaan, en dus heb ik wat ervaring met blessures. (Hoewel hardlopen, met stip, de meest blessuregevoelige sport is die ik ooit heb beoefend, maar dit terzijde.)
In de fitness geldt in elk geval dat je zoveel mogelijk moet proberen ‘om een blessure heen’ te trainen. Zitten je borstspieren in een kramp? Probeer dan in elk geval je triceps en schouders in beweging te houden. Of besteed wat meer aandacht aan het trainen van je rug. Of je benen. Zo blijf je in beweging, want van de ‘rust’ die veel artsen voorschrijven – met de beste bedoelingen, uiteraard – word je als sporter alleen naar stiksacherijnig.
Nu kun je bij hardlopen lastig ‘om een stijve knie heen’ trainen. Hoe zou je dat moeten doen? Op je handen lopen? Maar ik probeer dat trainen-met-een-omweggetje breder te bekijken. Ik ben niet alleen een hardloper, ik ben een duursporter. En als je het zo bekijkt, komt er opeens ruimte voor een plan B. Zoals mountainbiken.
Nu had ik drie jaar geleden, in een moment van walging, al eens besloten definitief met hardlopen te stoppen. Een langdurige kuitblessure vergalde mijn sportleven en weigerde te verdwijnen. Er was geen lol meer aan. Dus kocht ik een tweedehands mountainbike en bestelde ik in China goedkope fietskleding.
De boot vanuit China deed er echter nogal lang over, dus probeerde ik toch nog maar eens een trainingsloopje. En zie: de kuitblessure verdween als sneeuw voor de zon, waarop de mountainbike achterin de schuur verdween en de fietskleding onderin de kast. Nu is het tijd om die weer eens op te zoeken.
Dus trek ik op zaterdagavond de mountainbike achter de troep vandaan en pomp ik de banden op. Daarna leg ik de kleding klaar – de Chinese prijskaartjes zitten er nog aan. De pasvorm blijkt gelukkig perfect te zijn. Tenminste, voor Chinese mannetjes van één meter vijftig. Zelf krijg ik het kruis van de fietsbroek net tot boven mijn knieën gehesen.
Maar na wat vijven en zessen ga ik zondag om kwart over zeven ’s ochtends toch van start. Niet meteen de bossen in: eerst maar wat ervaring opdoen op de vlakke weg.
Dat levert drie observaties op. De eerste is dat ik na 25 kilometer ontzettende pijn in mijn onderrug krijg van die mountainbike. En dat is jammer, want dan moet ik nog 25 kilometer terug. In de tweede plaats blijk ik van 50 kilometer fietsen lang niet zo lekker moe te worden als van 10 kilometer hardlopen.
En in de derde plaats loop ik ook na het fietsen mank van de pijn in mijn knie.
Ik moet snel een plan C verzinnen.
Rob Voorwinden



