Marathon van Rotterdam: tot aan de helft

Jee, wat wordt het heet

Jee, wat wordt het heet

Het gaat me net te langzaam. Vanaf 11 kilometer loopt het parcours in Rotterdam een tijd over een niet al te breed fietspad, dus dat wordt indikken. Inhalen is hier onmogelijk. Tenminste, niet op het fietspad zelf. Een paar avonturiers gaan links en rechts over de grasstrook, maar die ziet er uit als een knollenveld. Een stap in een kuiltje en het is voorbij. Tanden op elkaar dus, dan maar in een iets te langzaam tempo doorlopen. En ach: zo houd ik wat meer energie over voor later in de wedstrijd. Dat kan ik nog hard nodig gaan hebben.

Mijn buurvrouw blaast haar neus schoon. Geen probleem hoor meid, ik veeg het straks wel weer van mijn arm.

Jee, wat wordt het heet. Ik heb voor de start lopen wikken en wegen: zal ik een shirt met lange of korte mouwen aandoen? Tot nu toe heb ik dit jaar steeds in lange mouwen gelopen, maar het gaat vandaag lekker zonnig worden. Ik sluit een compromis door twee shirts met korte mouwen over elkaar aan te trekken, en daaronder nog een hemd. 

Dat is, zo blijkt nu, net een shirt teveel. Om dat extra shirt kwijt te raken moet ik er echter twee uittrekken: eerst de buitenste met het startnummer erop, en dan het overbodige shirt daaronder, en dan moet ik het shirt met het startnummer weer aan zien te trekken. Maar stel dat die veiligheidsspelden ergens achter blijven haken? 

Stoppen is geen optie: het lopen gaat lekker, ik wil niet uit mijn ritme raken. En we lopen nu ook met z’n allen te dicht op elkaar om al rennend een verkleedpartij te houden: een verkeerde stap en ik ga tegen de grond, samen met degene voor en achter me. Dan maar te warm: kiezen op elkaar, en door.

Bij 15 kilometer komt de lus: de lus die je in elk parcours wel hebt. Doorgaans een brede straat die je een eindje inloopt, waarna je keert en hetzelfde stuk weer terugloopt. Als organisatie kun je zo’n keerpunt, als een ritssluiting, een paar honderd meter heen en weer verplaatsen, en dat is een prima manier om het totale parcours precies op de juiste lengte te krijgen.

17 kilometer. We lopen nog steeds door Rotterdam Zuid. Dus worden moeilijke kilometers: de kop is er af, het einde is nog lang niet in zicht. Denk aan je trainingslopen, ga in de bubbel. Ik stel me dan voor dat ik in een grote zeepbel loop. Er is niets voor me, er is niets achter me. Ik denk niet aan kilometers, ik denk niet aan tijden: ik loop gewoon. Drie stappen per in- of uitademing: 1, 2, 3, 1, 2, 3… 

Tijd voor mijn tweede gelletje. Helaas staan er op dit punt heel veel mensen langs de kant, dus ik wacht nog even. Stel je voor dat iemand een foto neemt terwijl ik als een baby ergens aan loop te zuigen. Yep: als ijdelheid niet bestond, zou ik het persoonlijk hebben uitgevonden.

Ha, daar staat weer muziek aan de kant van de weg. Een drumgroep? Nee, een kind op een drumstel dat live meedrumt met bekende rocknummers – een soort karaoke voor drummers. Ook leuk – ik steek mijn duim op. Maar het leukste vind ik de beats langs de kant. Knallende elektronica, dat motiveert. Ik probeer zo’n beat zo lang mogelijk vast te houden in mijn hoofd. Toch even niets anders te doen.

Daar komt een spons-post aan. Ik grijp een spons en knijp hem uit: handig, zo’n kale kop. Het water dat op mijn lippen loopt, is vermengd met mijn zweet en smaakt naar kippensoep. Ik ben dus behoorlijk wat zout aan het uitzweten. Ik heb nog twee bidons sportdrank over. Zijn dat er genoeg? Geen idee. Maar ik drink er eentje van op: dorst is dorst.

Op vijfentwintig kilometer moet ik de laatste gel nemen. Ik heb alleen helemaal geen honger. Tja, tijdens het hardlopen heeft je lichaam andere dingen te doen dan aan eten denken. Maar ik heb echt zout en energie nodig voor de laatste fase van de wedstrijd, dus die gel gaat er in. Eten, kreng!

Ah gelukkig, daar is de Erasmusbrug weer. Het parcours in Rotterdam is, schematisch, voor te stellen als een grote letter ‘8’. De onderste ring is zo’n 28 kilometer, de bovenste 14. In het midden ligt de brug.

De onderste cirkel heb ik nu gehad, ik kom nu vrijwel langs de start en de finish aan de Coolsingel. Dus ik zou er nu ook gewoon mee op kunnen houden. Lekker gelopen, mijn kuit niet overbelast, gewoon over het hek stappen, mijn tas halen en naar de trein. En dan natuurlijk niet eerst nog even door de finish lopen, want dan ben je – vriendelijk gezegd – dus gewoon een lul.

Of ga ik voor goud? Zet ik alles op alles, hoop ik dat mijn kuit zich goed houdt en ga ik voor erop of eronder, voor dood of gladiolen, voor bloed-uit-je-ogen totaal gekkenwerk?

Het is niet eens een echte keuze, eigenlijk.

Lees ook  deel 1 De eerste 10 km  en deel 3 De dag voor de marathon

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Inspiratie