De geest van Knip

Foto: Janneke Poort

De geest van Knip

‘Misschien is het maar beter dat hij er niet meer is, in deze tijd, waar een loopje pas telt als het op Strava of Facebook staat. Dat zou mijn vader nooit begrepen hebben, lopen met als voornaam doel, het op sociale media te zetten gaat voorbij de essentie van het ware lopen.’

‘Hij stierf met Typp-Ex aan zijn vinger,’ Mikel Knippenberg pakt een A4 van het bureau en leest de laatste column van zijn vader Jan uit 1995. ‘Misschien is het maar beter dat hij er niet meer is,’ hij kijkt door het raam en staart naar de zee, ‘in deze tijd, waar een loopje pas telt als het op Strava of Facebook staat. Dat zou mijn vader nooit begrepen hebben, lopen met als voornaam doel, het op sociale media te zetten gaat voorbij de essentie van het ware lopen.’

Mikel is een zoon van Jan Knippenberg: schrijver, geschiedenisleraar, bemoeial, rebel, oermens en ultraloper. Jan liep ver, vaak, hard en het liefst alleen met zijn bordercollie. In De mens als duurloper beschrijft hij zijn liefde voor duurlopen en zijn ergernis tegen massaevenementen die hij omschrijft als een fitheidsrage waaraan goed wordt verdiend, maar waar niks leuks aan is. Wie wil er nu te midden van de stank en lawaai door een grote stad lopen? De Knip – zijn bijnaam – in ieder geval niet. Die voelt zich verwant met ultralopers Arthur Newton, Eric Beard en Pete Gavuzzi. Alleen maar zwijgend doorlopen, dáár gaat het om. Die inspanning tekent hun gelaat voor altijd. Er blijft iets jeugdigs in die koppies. Expressie. Iedereen kan aan hen zien dat er wat met hen gebeurd is. De liefde voor het lopen zit in het DNA van Knippenberg, maar hij liep niet alleen maar zwijgend door. Hij was ook boos, bemoeierig, betweterig en jaloers. Aan de ene kant wilde hij het liefst alleen rennen, aan de andere kant frustreerde het hem mateloos dat marathonlopers – met sponsoren – in de kranten bejubeld werden en dat lopers van 100 kilometers werden weggezet als zonderlinge masochisten. Zijn bekendste quote is: ‘Lopen is geen sport maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen. Lopen is daarom Kunst en geen middel ter bestrijding van welvaartskwaaltjes.’ Er zit iets venijnigs in de quote. Alsof mensen met stress gerelateerde klachten niet welkom zijn om ook te komen rennen. Je kunt de quote ook afmaken met de boodschap dat lopen dus een ideale bestrijding is van welvaartskwaaltjes. Maar voor Knippenberg was lopen een doel op zich, hij bejubelde de Tarahumara en het idee dat je hardlopen misbruikt, enkel om je overgewicht en je stress aan te pakken ging er bij hem niet in. Alsof je een boek schrijft om de open haard mee aan te maken. Jan Knippenberg overleed in 1995 op 47-jarige leeftijd aan longkanker.

Knippenberg

26 jaar later is zijn werkkamer nog intact. Op Texel, tussen de duinen, pal naast de vuurtoren. Vanuit de werkkamer zie je de Waddenzee en het uiterste puntje van Vlieland. De werkkamer staat vol met herinneringen aan bijzondere loopprestaties, als relikwieën waar een troostende kracht vanuit gaat. Op een houten plaat van 110 centimeter met rood-gele strepen staat de tekst: PLEASE KEEP DISTANCE. Het bord was in 1974 achterop een Volkswagenbus gemonteerd toen De Knip van Hoek van Holland naar Stockholm rende. De bus werd bestuurd door zijn broer Bob. Deze onderneming is vermoedelijk zijn bekendste prestatie: hij liep in 18 dagen 1600 kilometer van Hoek van Holland naar Stockholm. Toen Knippenberg zijn klas vertelde dat hij in de zomervakantie naar Zweden ging rennen, stak Robert-Jan Fuchs (Macfuchs) zijn hand op:

‘Ik geloof het niet. Voor hetzelfde geld stapt u af en toe in de auto en rijdt dan met uw broer in de auto mee,’ zei de leerling.
‘Dan moet jij maar meegaan als jury, kun je het zelf controleren,’ antwoordde de Knip.
‘Afgesproken.’

Robert-Jan hield woord en fietste de hele route mee met Jan. Niet alleen als jury, maar ook als motivator. Soms fietste de leerling urenlang rustig achter Jan, maar soms waren ze uren achter elkaar in gesprek. Ze verzonnen liedjes en hadden het over geschiedenis.
De geschiedenisleraar raakte zijn leerlingen. Iedere ochtend ging hij hardlopend naar school en hardlopend weer terug. Vijftien kilometer heen en vijftien kilometer terug. Leerlingen die in het begin gek opkeken als hun slanke geschiedenisleraar met grote bril en jaren-70-snor het schoolplein op kwam rennen in alleen een heel kort broekje en een singlet, omarmden hun bevlogen leraar snel. Hij wekte de geschiedenis tot leven en had oog voor problemen in het heden. Leerlingen die het thuis moeilijk hadden kregen extra aandacht en hulp. Hoe geliefd Jan als leraar was, bleek op zijn dertigste verjaardag. De leerlingen hadden hun spaargeld bij elkaar gelegd en een bordercollie gekocht: ‘Dan hoeft u niet alleen te lopen.’ Het cadeau van zijn leerlingen draafde sindsdien uren mee op lange duurlopen. Zo geliefd als hij was bij zijn leerlingen, zoveel woede haalde hij zich op zijn hals bij looptrainers, marathonlopers en Olympische sporters. In het tijdschrift Runners ging Knippenberg er in zijn column regelmatig met gestrekt been in. Lopers die bejubeld werden in Studio Sport en lopers die geld kregen voor hun prestaties maakten iets venijnigs los in de ultraloper. Dat een Nederlands record op de tien kilometer of winst op een grote marathon zoveel aandacht kreeg in kranten en op televisie vond Knippenberg bezopen. Het westerse idee van sport is in zijn ogen teveel toeschouwergericht. 5000 meter hardlopen op een atletiekbaan trekt meer publiek dan een wedstrijd rond het IJsselmeer van 400 kilometer. Daardoor krijgt een 5000 vanzelf meer aandacht (en dus middelen om sporters te betalen). Wat na een wedstrijd gebeurt, is voor pers net zo waardevol als wat zich afspeelt tijdens de wedstrijd. Interviews met de sporters en analyses van de wedstrijd nemen in sportprogramma’s evenveel tijd in beslag als de wedstrijd zelf. Het staat haaks op de sportbeleving van Knippenberg die vooral geïnteresseerd is in het moment van het lopen. Toch wilde ook Knippenberg wel degelijk dat ‘zijn’ sport meer aanzien kreeg bij de sportpers.

Als je er genoeg van hebt, is het fijn je op een winterse morgen als eerste mens op aarde te wanen, rennend op de goede, droge grond, die tenminste nooit een rotstreek met je uithaalt.

‘Wat de 100 kilometer betreft, zou het de echte marathonlopers sieren als die hun geluk eens op die afstand beproefden’, schrijft hij in De mens als duurloper. In zijn ogen is de marathon haar mythische proporties kwijtgeraakt toen mensen massaal gericht gingen trainen voor deze afstand. ‘Want wat is die mythische afstand nu helemaal? Toch alleen maar 42,195 km, een toevallige grens van Britse vinding: de afstand tussen Windsor Castle en Wembley. De moderne atletiek heeft daar een grens van gemaakt. De ultieme uitdaging. En alles wat verder gaat, kan alleen maar een uitwas, een bizarre afwijking zijn.’

‘Hij was natuurlijk ook jaloers,’ zegt zoon Mikel, ‘Jan wilde graag een ultra lopen in Amerika, maar had de middelen niet. Dat andere sporters – mindere sporters in zijn ogen – wél vergoeding kregen en hij niet, dat frustreerde.’

Het was de paradox van De Knip: aan de ene kant wilde hij het liefst alleen rennen, hoe verder hoe beter. Aan de andere kant wilde hij erkenning voor zijn sportieve prestaties. Of hij wilde erkenning voor de langere afstand dan de marathon.

De behoefte aan erkenning was minder groot dan de behoefte aan stilte en natuur. In 1984 verhuisde Knippenberg met zijn zoon en vrouw naar Texel. Eerst bestierde de familie Knippenberg een gasthuis in het groen (Jan gaf daarnaast geschiedenis om rond te kunnen komen) en later verhuisde de familie mét gezinsuitbreiding – Mikel kreeg een broertje Jonathan – naar het noordelijkste puntje van het eiland. Pal naast de vuurtoren, tussen de duinen zocht Knippenberg rust. In zijn werkkamer staan de stapels tijdschriften Runners na 26 jaar nog netjes opgestapeld op datum tot 1995. In de boekenkast staat naast The loneliness of the long-distance runner van Alan Sillitoe ook een biografie van Karl Marx. Rust vond Knippenberg niet op zijn werkkamer. Evenmin kon de permanente wind op het eiland de onrustige gedachten uit zijn hoofd waaien. De gedachtestroom stopte nooit. Hij leefde mee met zijn leerlingen en als een leerling het thuis slecht had, knaagde dat. Behalve zijn leerlingen was er meer waar de ultraloper over piekerde: familieleden met psychische problemen, de immer oprukkende commercie, geld leek meer waard dan menselijk contact, grote ongelijkheid in de wereld. Genoeg om over te piekeren. Dus bleef Knippenberg rennen. Lang en ver.

‘Als je er genoeg van hebt, is het fijn je op een winterse morgen als eerste mens op aarde te wanen, rennend op de goede, droge grond, die tenminste nooit een rotstreek met je uithaalt.’

Soms stapte hij in het donker in zijn kano om naar Vlieland te varen, dan rende hij daar een rondje Vlieland en voer terug.

‘Ja, zo was mijn vader. Nam hij wel een vuurpijl mee voor als het mis ging,’ zegt zoon Mikel. ‘Hij had rennen nodig, anders was hij niet te genieten. Texel was perfect voor hem. Hij voelde zich hier thuis. Ook door het rendiermos, daar was hij dol op. Dat gaf rust.’

Rendiermos heeft voor De Knip bijzondere waarde. Het herinnerde hem aan zijn goede vriend Mikel Utsi, een gastvrije Zweed die in 1952 rendieren van Lapland naar noord Schotland bracht omdat de klimatologische omstandigheden in Schotland vergelijkbaar waren met die van Zweden. Rendieren leven in grote kuddes en zijn sociale dieren. Knippenberg hielp tijdens de kerstvakantie regelmatig mee om de rendieren uit de hoogvlaktes te halen voor kerstshows. Het toneelstukje dat in dorpen werd opgevoerd van een kerstman op een arrenslee met vier rendieren ervoor, stond in schril contrast met de rauwe, fysieke uitputtingsslag om de rendieren te achterhalen en mee te nemen. Utsi en Knippenberg waren uren buiten in de kou, onderdeel van de kudde en kwamen na zo’n dag voldaan en uitgeput terug naar binnen om op te warmen bij de open haard. Oermens Knippenberg had niet alleen liefde voor rendieren, maar ook voor de enige natuurlijke vijand van het snelle hoefdier: de wolf. In de schuur op Texel staat nog steeds een quote, met krijt op een bord geschreven:

Farsak – i – ghurg
The distance a wolf
can travel in one hour
A runner can do lifelong
like a lone wolf
Nomadism

In de quote, zit de renner, de reiziger, de dierenliefhebber, en de schrijver verborgen. Nomaden in wat nu Afghanistan heet, gebruikten voor afstanden geen mijl of kilometer om een afstand in uit te drukken, maar farsak. Een farsak is de afstand die een mens aflegt in een uur lopen, ongeveer 5,5 kilometer. Dit geldt echter voor vlak terrein. Om aan te geven dat een route niet vlak is, maar heuvelachtig en met stenen en rotsen spreekt men van farsak-i-ghurg, de farsak van een wolf. Omdat wolven op zulk terrein sneller zijn dan mensen. Het nomadenbestaan had een grote aantrekkingskracht op Knippenberg. Zijn doel was om 200.000 mijl te lopen in zijn leven. Niet om het cijfer, maar als teken van bekwaamheid. Een nomadisch teken. De loper die nooit stopt, die voortijlt tegen de tijd in. Het viel zwaar om te moeten conformeren naar regels en de westerse kijk op geld en bezit. Zijn dwarse karakter met allergie voor autoriteit was één van de redenen dat hij als geschiedenisleraar zo populair was. Een oud-leerlinge van het Bonhoeffer College – Andra Laarhuis – glundert nog als ze terugdenkt aan de geschiedenisles van vijfendertig jaar geleden. ‘We zaten allemaal op de tafels en discussieerden eindeloos over van alles en nog wat. Maar we hadden wel de hoogste cijfers voor geschiedenis, want Jan maakte het vak levend.’

Tot de dag van vandaag inspireert Jan Knippenberg mensen om te lopen. Zijn gedachtegoed leeft verder.

‘Ik probeer zijn erfgoed te bewaken, zijn gedachtegoed door te geven,’ zegt Mikel. ‘Op donderdag 23 november 1995 overleed mijn vader. Het beeld van mijn vader met Typp-Ex aan zijn vinger staat op mijn netvlies gegrift. Jan is dood. Maar zijn liefde voor lopen leeft voort.’

‘Lopen is geen sport maar een manier van reizen, waarbij geest en lichaam zich voortdurend verplaatsen. Lopen is daarom Kunst en geen middel ter bestrijding van welvaartskwaaltjes.’

Wie Jan beter leert kennen, komt erachter dat er niks venijnigs in de quote zit. De aanvulling dat het geen middel is ter bestrijding van welvaartskwaaltjes, sluit mensen niet uit. Het is eerder een uitnodiging. Stop niet bij vijf kilometer. Ook niet bij tien kilometer, een halve of hele marathon. Loop door. Alsmaar verder. Mensen zijn gemaakt om te rennen, jij ook. Welkom bij de Kunst, laten we rennen.

Bijzondere prestaties De Knip:

1973 – Winnaar 50 km Bergpasrace in de Cairngorms
1974 – Hoek van Holland – Stockholm: 1600 kilometer in 18 dagen
1979 – Ronde IJsselmeer: 400 kilometer in 43 uur en 17 minuten
1979 – Winst Groet uit Schoorl marathon: 2 uur en 35 minuten
1988 – Reis naar Spitsbergen met zeilschip Pandora
1993 – 3de bij de Zestig van Texel: 120 kilometer in 11 uur en 18 minuten
1994 – Belfast – Dublin Peace Run: 106 mijl in 18 uur en 42 minuten

In totaal liep De Knip ongeveer 200.000 kilometer, 5 rondjes aarde


Dit verhaal van Koen de Jong verscheen in de 3e editie van Mystical Miles en is met toestemming geplaatst.

 

De geest van Knip

Reageer op dit artikel

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

1 reactie

  • Erik Leushuis

    Geweldige man die zijn eigen weg ging.respect! R.I.P.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Columns & meer