Ik ben sterker dan ooit
Column Eleanor; Haar eerste halve marathon, wat er allemaal mis kan gaan. Eind goed al goed.
Wat een dag. Wat een dag. Maanden heb ik hier naar toe geleefd en voor getraind. Gek. En nu is het voorbij. En dat na alles wat er vooraf ging aan deze race. Mijn startnummer vergeten, een lekke band, telefoon vergeten op te laden. iedereen kwijt raken, niet in het startvak staan als het startschot afgaat, mijn steun en hardloopbuddy niet kunnen vinden en alleen moeten starten. Vervolgens begin ik de lopen en geeft mijn broer me snel mijn telefoon terug (half opgeladen). Ja, een goede voorbereiding is het halve werk toch? Nou, mijn voorbereiding van die ochtend was niet zo goed.
Maar ondanks alles , heb ik deze race ervaren als één van mijn fijnste runs so far. Één van die zeldzame runs waarbij het je eigenlijk allemaal wel redelijk makkelijk afgaat. Waarbij de tijd voorbij vliegt en je energieniveau niet lijkt te dalen, maar juist begint toe te nemen. Ja, de halve marathon van Utrecht, je was me me er eentje.
De race
Want man, man, man, wat kan er veel misgaan voor een race. Net als ik de start over ga, probeer ik alles los te laten en te genieten. Daar ga ik dan. 21 km zonder muziek. Zonder hardloopmaatje. Hoe ga ik dit doen?
Al snel roept mijn broer me en geeft hij mijn mijn telefoon terug. Hij heeft hem snel opgeladen met zo’n high tech ‘los usb dingetje?’ en geeft mijn oortjes aan me. Godzijdank. Ik heb in ieder geval muziek!
Als een malloot probeer ik mijn oortjes in te krijgen en bel ik Nicky, mijn hardloopmaatje. Want tja, nu heb ik in ieder geval 10 procent batterij. Ik heb liever Nicky dan muziek en we zouden tenslotte deze halve marathon samen lopen. Maar ik ben alleen. Ze is nergens te bekennen. Ik druk haar nummer in op mijn telefoon. Het gaat over… ze neemt niet op!! Oke, dan moet ik haar maar zien te vinden in de menigte? Ik begin sneller te rennen. Zou ze voor me lopen? Of juist achter me? Opeens gaat mijn
telefoon over. ZE BELT TERUG!
“WAAR BEN JE?”, schreeuw ik in de telefoon. “ELLIE IK ZIE JE! JE RENT 100 METER VOOR ME!” JAAAAAAA! Alle lopers om mij heen kijken me verbaasd aan. Hoezo ben je nu aan het bellen? Tja..
Al snel zie ik haar en geven we elkaar een high five. En nu kan de wedstrijd echt beginnen! Met mijn favoriete nummer knallend door mijn oortjes beweeg ik samen met mijn buddy voort. Ik vertel Nicky alles wat er fout is gegaan voorafgaand aan de race. Wat een dag. Wat een dag.
Maar nu ren je. Met je steady pace en staart, die continue uitzakt. Alle hardloopgoden nog aan toe, waarom heb ik mezelf niet wat beter voorbereid vanochtend! We lopen langs de Maliebaan, door het centrum en onder de Dom door. Het publiek juicht ons enthousiast toe. Het is druk in het centrum. Nicky besluit bij de 9 km te gaan plassen.
We besluiten bij elkaar te blijven, dus ik ga rondjes lopen om de dixie. Het publiek en mijn medehardlopers kijken me blij maar vreemd aan. ‘Hoezo loop je rondjes?’ Ach, ik wil vooral niet stilstaan. Maar wel stilstaan bij dit moment. Het moment dat ik dan eindelijk de halve marathon loop. Dat ik er nu ben. Eindelijk. Dit is waar ik zo lang naar toe heb geleefd. En ik ga deze race namelijk winnen, ook al is het slechts winnen van mezelf.
Op dit moment heeft Nicky haar eerste gelletje al genomen. Ik besluit dat ik ‘m rond kilometer 12 wil innemen. Maar nergens zien we bordjes hoe ver we zijn. Dat is vreemd… We komen langs een drankpost en nemen een Powerbar sportdrankje. We lopen door Amelisweerd, Rhijnauwen en Bunnik. De omgeving is ontzettend mooi. Ik wil elk moment vasthouden. Ik wil niet eens dat het eindigt. Misschien maar voor de hele marathon gaan? Dan zie ik dat mijn hardloopmaatje het moeilijk heeft. Ik geef haar een extra push om door te zetten. KOM OP NICKY! Maar waarom heb ik nog geen last? Waarom gaat dit zo makkelijk? Ik neem mijn sportgelletje maar alvast in, want tja, wie weet komt dadelijk mijn dip momentje.. En dat wil ik liever voor zijn.
Nergens zien we een bordje met de afstand. Zitten we op 16 kilometer of al op 18 kilometer? Op een gegeven moment voel ik het aan mijn benen. Ja, we moeten wel op 18 kilometer zitten, want dit is altijd het moment waar ik last begin te krijgen, maar pijn is fijn!
Op een gegeven moment horen we mensen onze namen roepen. ELLIEEEEE NICKYYYYY!!!! We lopen recht op ze af. Het zijn onze vriendinnen!!!! En ze hebben een reusachtige spandoek gemaakt! ‘Nicky en Ellie gaan super Snellie!’ Wat ontzettend lief! Ik merk dat Nicky sneller gaat rennen. Wat? Ik dacht dat je moe was? (Wat een beetje support met je kan doen! ;)) Ik wil stoppen en ze een dikke knuffel geven, maar ze roepen dat we door moeten gaan. We geven ze allemaal maar een high five en sprinten ‘m weer vandoor!
Ik zie de finish in de verte. We moeten wel op 20 kilometer zitten. De finish. Je komt sneller dan ik had verwacht. Veel sneller. Zo snel, dat ik bijna niet kan geloven dat het al zover is. Nog maar een paar minuten te gaan! Ik voel zoveel emoties door me heen gaan, ik wil huilen, ik wil lachen. Ik kan het niet geloven. Daar is de finish en ik voel me nog helemaal top. Ook mentaal is het nog lang niet over. Waar ik bij de Singelloop de laatste kilometer nog net niet jankend de finish over kwam, kan ik nu vol energie een eindsprint inzetten. Ik zie mijn vrienden en huisgenoten langs de zijlijn. Ik heb nog zoveel energie over. Ik ren de longen uit m´n lijf. Ik merk dat Nicky me niet meer bij kan houden. Nu is het mijn moment! Met een lach van hier tot Tokio sprint ik de finish over. Ellie is binnen. Take that, depressie. Ik vecht terug. En ik ben sterker dan OOIT!



