Loopschoenen: één paar is geen paar

Hoeveel loopschoenen moet je hebben? Volgens Kristien best een aantal!

Heb jij als loper slechts 1 paar schoenen in de kast staan? Timmer alvast enkele schappen bij want voor onze sport geldt: schoenen heb je nooit te weinig. Dit principe wordt door de gemiddelde vrouw maar al te graag in de praktijk omgezet, maar blijkt dus ook toepasbaar op loopschoeisel. We weten ondertussen allemaal dat rennen een bijzondere impact heeft op ons lichaam en dit heeft gevolgen voor onze loopschoenen, die we best regelmatig vervangen. Daarentegen is het aangewezen om je zolen wat tijd te gunnen om te herstellen, dus als je de perfecte schoen hebt gevonden die comfortabel is en voldoende ondersteunt, kan je best een tweede paar kopen en beide sets afwisselend gebruiken. Zelf verwen ik me jaarlijks met nieuwe loopschoenen in januari (want iedereen verdient een nieuwjaarscadeautje voor zichzelf) en een identiek paar in juli (leve de koopjesperiode) die ik beurt om beurt op mijn trainingen draag. Het voordeel hiervan is dat hetzelfde model vaak in een andere seizoenskleur op de markt wordt gebracht waardoor je voor elke training niet steeds met een vertwijfeld gezicht voor je schoenenrek staat en je afvraagt welk paar je nu vorige keer weer aanhad. Een andere oplossing is natuurlijk om de laatst gebruikte schoenen onderaan te zetten zodat je bij de volgende run gewoon het bovenste paar in je sporttas zwiert.

Ga je zo’n 3 keer per week op pad, dan is bovenstaande echt het minimum minimorum. Ben je daarnaast op zoek naar wat extra loopuitdagingen? Dan mag er gerust een derde, vierde, vijfde… paar bijkomen. Dhr. Burns, storemanager bij het Amerikaanse merk ‘Under Armour’ verwoordt het zo: ‘Voor hardlopers die verschillende terreinen willen verkennen of een nieuwe training uitproberen, is het opbouwen van de schoenencollectie essentieel om gezond te blijven.’ De laatste 11 woorden van deze quote klinken als muziek in de oren bij menig shopaholic , maar de nadruk ligt natuurlijk op het feit dat je je aankoop doet in functie van het soort training. Ik zet ze even op een rijtje:

1. Lichtgewicht schoen
Deze schoenen blinken uit in flexibiliteit in vergelijking met standaardloopschoenen. Ze zijn perfect voor snellere trainingen, zoals sprinten of interval. Hun lichtere gewicht zorgt ervoor dat je het gevoel krijgt dat je over de ondergrond vliegt en dat willen we toch allemaal, nietwaar?

2. Wedstrijdschoenen
Dit zijn de pluimgewichten uit het schoenenarsenaal omdat ze minder demping bevatten, waardoor onmiddellijk de vraag rijst: ‘Kan dit niet leiden tot blessures?’ Niet als je ze correct gebruikt en dit wil zeggen dus enkel tijdens wedstrijden waar je een relatief korte afstand (dus niet geschikt voor halve of hele marathons) aflegt in een iets hoger tempo dan tijdens een training.  

3. Trailschoenen
Als je parcours zich in ruig terrein bevindt, zorgt dit schoeisel voor wat extra veiligheid. De zool bestaat uit noppen die vaak gemaakt zijn van slijtvaste kunststof en bevatten een extra nylon beschermlaag die ervoor zorgt dat je voet niet doorboord wordt door 1 of andere scherpe steen.

4. Fitness-schoenen
Wil je als loper bepaalde spiergroepen wat extra uitdaging bezorgen in de sportschool? Draag dan best geen hardloopschoenen gedurende je work-out. Zij bieden te weinig ondersteuning bij zijwaartse bewegingen en zorgen door hun demping voor een verstoring van je evenwicht waardoor die halter wel eens op een verkeerde plaats kan belanden. De juiste gymschoen kan het verschil betekenen tussen nog jaren hardlopen of je fitnessverhaal afronden met een zeurende blessure.

Mocht je door het bos de bomen niet meer zien, ga naar een speciaalzaak en win advies in. De juiste schoen kan immers een wereld van verschil betekenen… vraag dat maar aan Assepoester!

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Born Runners