‘Triatlon is een beleving’

Met hardlopen heb je altijd wel iemand om mee te rennen. Triatleten daarentegen trainen vaak alleen. Echtpaar Frank van Laere en Monique Haans sparren wel samen.

Hardloopjunkies, recreatieve genieters of wedstrijdlopers. We zijn allemaal anders, maar de hardloopconnectie is er. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. In deze serie interviews vertellen lopers waarom het hardloopvuurtje in hen nooit dooft.


Met hardlopen heb je altijd wel iemand om mee te rennen. Triatleten daarentegen trainen vaak alleen. Echtpaar Frank van Laere en Monique Haans sparren wel samen. ‘Het is een eenzame strijd tegen jezelf. Maar het moment van finishen is onbetaalbaar mooi.’

Ze delen niet alleen hun liefde voor elkaar, maar ook voor samen sporten. Ooit begonnen Frank van Laere (56) en Monique Haans (50) met hardlopen, maar sinds een paar jaar zijn ze verslingerd aan een andere duursport: de triatlon. In totaal heeft het echtpaar uit Berkel-Enschot aan 55 wedstrijden meegedaan, waarvan 26 duatlons en 29 triatlons. Het is een combinatiewedstrijd van zwemmen (3,8 kilometer), fietsen (180 kilometer) en hardlopen (42,2 kilometer). De twee beginnen maandag aan hun training voor de Triatlon Victoria-Gasteiz in Spanje. Dat wordt 20 weken bikkelen voor de wedstrijd op 12 juli. Een ding staat vast: het is een sport voor doorzetters, niet voor watjes.

Triatlon is in opkomst. Waarom zijn jullie fan?

Frank: ‘Mensen hebben toch een bepaald beeld van deze sport. “Triatlon? Dat is zwaar joh.” Dat is vaak de eerste reactie als je vertelt dat je aan triatlon doet. Het is ook loodzwaar, maar net als bij hardlopen is het vooral een mentale kwestie. Als je na 20 weken keihard trainen over de finish komt, geeft dat ontzettend veel voldoening.’

Monique: ‘Saai is het zeker niet. Welke sport biedt er nu meer afwisseling dan een triatlon? Het is juist fijn dat het niet uit één enkele discipline bestaat.’

Frank: ‘We willen andere recreanten ook laten ervaren hoe het is om een aantal sporten te combineren. Zo hebben we afgelopen december in Tilburg de Schaats-Loop georganiseerd en in het verleden een duatlon en een zwemloop. Hierdoor kwamen we in contact met mensen uit het triatlonwereldje.’  

Monique: ‘Het is gewoon hartstikke leuk. Weer eens iets anders dan alleen hardlopen op de weg.’

Frank: ‘We hebben altijd meegedaan aan het regiocircuit Midden-Brabant, maar helaas ben ik gevoelig voor blessures. Een kennis adviseerde me om eens mee te doen met een 1/8 triatlon. Dat is de kortste afstand: 500 meter zwemmen, 20 kilometer fietsen en 5 kilometer lopen. Hij zei dat dit me kon helpen, omdat zwemmen en fietsen  minder belastend is voor je lichaam. Vroeger heb ik veel gefietst. Waarom niet eigenlijk? Dus stond ik op 1 augustus 2007 aan de start van Het Lingebos in Gorinchem voor mijn eerste wedstrijd.’

Monique: ‘Ja, we waren best actief in het hardloopcircuit. Heb ook nog 2 keer de marathon gelopen. Mijn trainer adviseerde om erbij te gaan fietsen. Dat was goed voor mijn duurvermogen en voor de variatie in de training. Tussen mijn looprondjes door zat ik ook te trappen op de oude fiets van Frank. Hij was ondertussen al bezig met triatlons. Zijn enthousiasme werkte aanstekelijk. Het duurde nog 2 jaar voordat ik meedeed aan mijn eerste wedstrijd. Ik moest eerst beter leren zwemmen. Net als Frank liep ik al een paar jaar hard, maar dit is toch echt een andere tak van sport. Als je er eenmaal eentje hebt gedaan, ben je verkocht.’  

 


Wat is het verschil tussen meedoen aan een triatlon en aan een hardloopwedstrijd?

Frank: ‘Bij een triatlon moet je op alle onderdelen goed zijn. De kunst is om je energie te verdelen. Niet jezelf kapot fietsen, want dan loop je de marathon niet goed.’

Monique: ‘Elk sportonderdeel heeft zijn eigen dimensie.’

Frank: ‘Er komt ook een stukje logistiek bij kijken. We hanteren elke keer een vast to-do-lijstje: fiets checken, badmuts, zwembril, wetsuit, hardloopschoenen, fietskleding. Voor een wedstrijd moeten we 3 verschillende tassen inpakken.’

Monique: ‘Bij hardlopen neem je alleen je schoenen mee en loopt je je rondje naar de finish. In principe hoef je nergens anders aan te denken. Je krijgt water bij de drankposten en er staan vaak supporters aan de kant. Een triatlon doe je helemaal alleen. Er is niemand die je helpt. Nee, als je een lekke band hebt, moet je die zelf plakken. Het is een eenzame strijd tegen jezelf. Maar het moment van finishen is onbetaalbaar mooi.’

Frank: ‘Neem bijvoorbeeld de Alpe D’Huez triathlon. Daar is het parcours ruiger. Je zwemt in ijskoud water, fietst tegen steile hellingen aan en loopt over onverhard, geaccidenteerd terrein. Er kan van alles mis gaan. Ook ben je afhankelijk van het weer. Het is best spannend om met stortende regen en harde wind zo’n lange afstand af te leggen. Als ik tijdens een wedstrijd zie dat Monique ook veilig is, geeft mij dat rust.’

Monique en Frank: ‘Meedoen aan een triatlon is echt een beleving.’

Hoe bereiden jullie je voor op een triatlon?

Frank: ‘We schrijven ons meestal in voor 2 grote triatlons per jaar en daaromheen doen we mee aan een aantal kleinere wedstrijden.’

Frank: ‘Toen Monique en ik begonnen, zijn we lid geworden van triatlonvereniging Maresia in Waalwijk. Daar trainen we ook op het zwemonderdeel. Als je wilt meedoen aan een triatlon, moet je goed kunnen zwemmen. De beste triatleten komen vaak uit de zwemwereld. In het begin konden we niet veel meer dan de schoolslag. Daarom zijn we samen op zwemles gegaan. Op latere leeftijd iets nieuws leren is best lastig. We zijn in aanloop naar de triatlon een paar keer per week in het water te vinden.’

Monique: ‘Zwemmen is het moeilijkste, maar tegelijk ook meest spectaculaire onderdeel. Het is een gevecht met het water.’

Frank: ‘Doordat je met 1.200 mensen tegelijk het water in duikt, kom je terecht in een kolkende massa. Het voelt alsof je in een wasmachine bent beland.’

Monique: ‘Er gaat veel tijd zitten in de voorbereiding. Je bent zo het hele weekend kwijt. Frank en ik hebben geen kinderen, dus we zitten in de positie dat dit makkelijker kan.’

Frank: ‘We trainen 20 weken lang, 9 keer in de week: 3 keer zwemmen, 3 keer fietsen en 3 keer hardlopen. De laatste 2 maanden van de training staat geheel in het teken van de sport.’ 


IJzeren discipline? 

Monique: ‘Zeker, je legt er veel dingen voor op zij. Je moet wel lol krijgen in het trainen. Trainen voor een triatlon is anders dan een rondje van 10 kilometer lopen.’

Frank: ‘Als we een lange training doen, maken we er een leuke dag van. Soms doen we mee met een toertocht. Dat zijn uitgezette routes, te vergelijken met de trainingslopen voor de marathon.’

Monique: ‘Wat het juist zo leuk maakt, is dat we samen het avontuur aangaan. Als ik niemand had om mee te trainen, denk ik niet dat ik dit zou doen.’

Frank: ‘Het is fijn om samen onze passie voor triatlon te delen. Je kunt goed je verhaal aan elkaar kwijt. In de auto kunnen we nog urenlang een wedstrijd analyseren.’

Monique: ‘Frank en ik deden altijd al graag dingen samen. We genieten ervan om in het weekend samen 5 of 6 uur door het mooie Nederlandse landschap te fietsen.’

Frank: ‘Samen erop uit, samen mooie dingen beleven. We proberen elk jaar een vakantie te plannen in het buitenland om daar te gaan trainen. Je hebt hier geen bergen hè.’

Meest bijzondere triatlon?

Monique: ‘Mijn allereerste hele was de ETU Challenge Vichy Triatlon in 2013. Mijn zus ging mee als supporter. Kwam ik het water uit en stond zij aan de kant op me te wachten. Toen moest ik wel even slikken, zo bijzonder vond ik dat.’

Frank: ‘Vichy was inderdaad een mooie ervaring. Maar mijn grootste prestatie leverde ik afgelopen september tijdens het WK long distance duatlon in het Zwitserse Zofingen. Met de grote hoogteverschillen geldt deze wedstrijd als één van de zwaarste. Zelfs de top triatleten en duatleten vinden dat. En ik als recreant heb het toch maar geflikt. Het was een hel, maar opgeven is voor mij geen optie. Je hebt hier voor getraind en naar toe geleefd. Toen ik over de eindstreep kwam, gaf dat zo’n kick. De ontlading die je na zo’n wedstrijd voelt, is fantastisch.’

Monique: ‘Ach ja, Zofingen. Ik kan het nog steeds niet geloven. Op die dag werd ik 2e bij de dames 50. Wat was dit een heftige race. De eerste run bestond uit 2 rondjes van 5 kilometer en begon met een steile klim van 2 kilometer. Dat voelde ik goed in mijn benen met het fietsen. Het was een parcours van 3 ronden van 50 kilometer met 3 klimmetjes en veel vals plat. De laatste 30 kilometer lopen bestond uit 2 ronden, zeg maar 7,5 kilometer bergop en weer terug. Heftig, wie dat bedacht heeft!’

Triatlon of hardlopen?

Frank en Monique: ‘We hoeven gelukkig niet te kiezen. Het is heel goed met elkaar te combineren. Als het past in ons schema doen we gezellig mee met een hardloopwedstrijd.’

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Born Runners