Hardlopen is simpel: Pak een paar loopschoenen en zet de ene voet voor de andere. Maar iedereen die zijn eerste 5 minuten hollen-aan-1-stuk herinnert (ja, we hebben het allemaal meegemaakt), weet dat het niet zo eenvoudig is. Als je de beslissing genomen hebt om deel uit te maken van onze door endorfine gevoede stam lopers, help ik je alvast graag verder met enkele fouten die ik zelf maakte (leve het schaamrood op mijn wangen) om te vermijden dat jij je aan dezelfde steen zou stoten (want ja, soms ben ik echt een ezel).
1. Ga niet zitten na een pittige wedstrijd
Na mijn eerste marathon riep mijn lijf 2 dingen: ‘Ik heb dorst!’ en ‘Ik wil zitten!’
Dat aanvullen van vocht is helemaal ok, maar toegeven aan de drang om in een stoel te gaan hangen, resulteerde na enkele minuten in vreselijke krampen. Mijn benen werden zo stijf als een plank (neigden eerder naar een halve schrijnwerkerij) en gingen onmiddellijk voor de langetermijnoptie. Dagen later had ik nog steeds moeite om trappen niet als foltertuigen te zien. Dus in plaats van neer te ploffen, blijf na een wedstrijd nog even wandelen, stretch zachtjes of laat de foamroller zijn werk doen. Je benen zullen je dankbaar zijn!
2. Maak je veters los om je schoenen uit te doen
Toppunt van luiheid: na een loopje niet de moeite willen doen om je te bukken en dus je schoenen uittrappen door met de top van je ene schoen de hiel van je andere schoen tegen te houden en je voet uit je schoeisel te wringen. Tot natuurlijk die voorste schoen uitschiet en met een kanonvaart tegen je scheen schopt. Buiten wat gevloek en een deftige blauwe plek was dit helaas (in mijn geval) het startsein voor mijn scheenbeenvlies om te gaan ontsteken waardoor ik nu al maanden in de lappenmand lig. I’m not kidding!
3. Te eenzijdig trainen
Een voordeel van die kwetsuur die veroorzaakt werd door de stommiteit uit de vorige alinea is wel dat ik andere uitdagingen voor mijn lichaam leerde kennen. Naast fitnessoefeningen onder begeleiding van de kinesist staan nu fietsen en zwemmen te blinken op mijn wekelijkse planning. Daar waar ik vroeger al zadelpijn kreeg door enkel te denken aan een tweewielig rijtuig en zwemmen in mijn top 10 van traumatische ervaringen stond, geniet ik nu van de variatie van beide sporten. Verder lezen we als lopers allemaal over het belang van die core-stability maar als je door omstandigheden gedwongen wordt om er echt mee aan de slag te gaan, voel je wat je je lichaam al jaren onthouden hebt. Dus wacht niet maar begin zelfs in een topfitte periode met oefeningen als ‘de plank’ of ‘superman’.
4. Meer vertrouwen stellen in een haas dan in jezelf
De afspraken waren duidelijk: ik wilde mijn halve marathon onder de 2 uur lopen en had een gewillig slachtoffer gevonden om het perfecte tempo aan te geven. De persoon in kwestie drukte me bovendien op het hart om niet op mijn horloge te kijken maar blindelings op hem te vertrouwen. Helaas was zijn vertrouwen in mij iets te ambitieus want na 5 km tegen 13 per uur stond ik hijgend tegen de eerste beste boom om daarna mijn halve marathon al wandelend verder te zetten.
5. De laatste update van een route niet checken
Even een kort herstelloopje langs een bewegwijzerd pad in de buurt. Klinkt zalig maar resulteerde in een 14-km-lange calvarietocht langs opgebroken wegen, monstertrucks en hekwerk. Wat bleek? Op het infobord was duidelijk aangegeven dat net die route omwille van werken voor de volgende maanden afgesloten was.
Zo, hopelijk verschijnen deze flaters niet op jouw conto en nu neem ik even afscheid: tot binnen een week want ik kruip enkele dagen in de grond van schaamte.



