Na de Olympische Spelen in Sydney (2000) herinnert iedereen zich de gewichthefster Ingeborg Marx. Helaas niet van haar schitterende elfde plaats in de klasse tot 58 kg, maar van hetgeen in België nog steeds het ‘pipi-incident’ genoemd wordt.
Zelfs dit jaar ging tijdens de Winterspelen in PyeongChang de prestatie van Elizabeth Swaney over de tongen enkel en alleen omdat ze erin slaagde om ze tijdens het freestylen in de halfpipe geen enkel deftig kunstje wist te vertonen, op een halve draai na.
Het is waar, deelnemen is belangrijker dan winnen, maar ergens sporten we toch graag stijlvol. Dus als we een wedstrijd gaan lopen, opteren we niet voor krampen, kokhalzen of een momentje met de billen bloot. Uit ervaring geef ik wel eerlijk toe dat bij een marathon op een gegeven moment het reptielenbrein het overneemt en je echt niet meer stilstaat of dit nu de geschikte plek was om een plasje te doen.
In ieder geval, voeding en drank spelen hierbij een belangrijke rol. Net zoals bij trainingsschema’s is er geen uniforme regelgeving omtrent eten en drinken tijdens het lopen, maar we zetten graag enkele basisprincipes op een rijtje. Aan jullie om even te checken of ze ook voor jou gelden.
1. Loopjes die minder dan een uur duren
Eten is hier geen must en een koolhydraatrijk drankje kan, maar neem je best pas na een half uurtje. Omdat sommige lopers last krijgen van hun maag kiezen ze ervoor om enkel hun mond te spoelen met een glucosedrankje (en omdat we het stijlvol willen, laat je best het gorgelen achterwege).
2. Langere duurlopen (meer dan 60 minuten)
Hier geldt de opname van 60 tot 90 gram koolhydraten per uur. Dit kan onder de vorm van eten (banaan, peperkoek, dadels, ontbijtkoek) of via een drankje maar je zorgt best voor een goede mix van glucose ( zoals druivensuiker) en fructose (appelsien, rozijnen).
3. Timing
Belangrijk is om niet onmiddellijk na de start een halve liter sportdrank achterover te slaan. Laat je lichaam eerst in vetverbrandingsmodus komen (dit gebeurt na ongeveer een half uur tot 45 minuten) en start dan pas met het bijvullen van je koolhydratenvoorraad.
4. Omstandigheden
Bij vrieskou en trainingen waarbij je een lager tempo aanhoudt, zal je minder vocht verliezen en is het praktisch haalbaarder om een hapje in je mond te steken. Hol je daarentegen bij 28 graden tegen een rotvaart een 15-kilometerloop, zorg dan dat je vooral voldoende drinkt (waarbij een bijscholing ‘hoe elegant een bekertje water leegkrijgen zonder zelf te verzuipen’ misschien wel een aanrader is).
5. Oefenen
Weet dat je op bijna alles kan trainen, dus ook wat je eet. Het is best mogelijk dat je een nare ervaring hebt met het eten van bijvoorbeeld een banaan tijdens een wedstrijd, maar schrap ze dan nog niet dadelijk van je lijstje met mogelijke energieleveranciers. Las over een periode van enkele maanden wat duurlopen in waarbij de focus ligt op het uitproberen van verschillende drankjes, gelletjes en voedingswaren. Oordeel niet te snel want dat misselijk gevoel kan natuurlijk een link hebben met de pikante rijstschotel van de vorige dag of een buikgriepje dat de kop opsteekt.
Net als bij vele zaken primeert tot slot het gezond boerenverstand. Laat je kop niet gek maken door al die producten op de markt en de vele ervaringen van lopers. Voel wat jouw lichaam nodig heeft en probeer die dingen uit waarin je zelf gelooft. Mocht dit tijdens een wedstrijd echter resulteren in een diarree-aanval of een kotsmomentje, trek het je niet aan. Laat het passeren, focus op de finish en neem met geheven hoofd de medaille in ontvangst!



