Welke hardloopwoorden beginnen er met de letter G? Gewrichten, gewicht, groenten, granen. Het zou je misschien verbazen hoeveel woorden je kan bedenken met de letter G. Probeer het maar eens. Niet zo makkelijk he? Daarom hebben wij ook een lijstje voor je bedacht. Want hardlopen is niet alleen een sport, het is een manier van leven en daar hoort een woordenschat bij! Weet jij bijvoorbeeld wat een Gastronemicus is?
GANGLION
Een ganglion of peesknoop is een plaatselijke zwelling in een peesschede of een pees als gevolg van een slijmachtige degeneratie van het weefsel. Er ontstaan verscheidene holten, gevuld met een dik slijmerig vocht. Bij betasten is dat duidelijk voelbaar. Ook kan men voelen dat zo’n peesknoop inderdaad van de pees uitgaat, daar de zwelling wel enigszins zijdelings, maar niet in de lengterichting is te verschuiven. Een ganglion komt het meest voor aan de voetrug, in het verloop van de pees van de korte kuitspier. Voor de behandeling van het ganglion zijn vele technieken in gebruik, variërend van het opzettelijk laten knappen van het ganglion door middel van plaatselijke drukverhoging (bijv. door drukken met de duim of door een stevige klap met de rug van een boek), tot het leegzuigen van het ganglion en het inspuiten met corticosteroïden. Dit zijn meestal maar zeer tijdelijke oplossingen, doordat de oorzaak van het ganglion niet wordt weggenomen en er dus snel een recidief optreedt. De beste behandeling is dan ook het operatief verwijderen van het ganglion, waarbij de peesschede of het gewrichtskapsel zorgvuldig moet worden gesloten. Indien dit goed wordt uitgevoerd, treden vrijwel geen herhalingen op. Vaak echter zal een ganglion, bij voorkoming van verdere irritaties (bijv. ander schoeisel), na verloop van tijd weer verdwijnen.
GASTRONEMICUS
Kuitspier, onderdeel van de triceps surae, welke overgaan in de achillespees. De tweehoofdige kuitspier (M. Gastronemicus) ontspringt met twee hoofden even boven de gewrichtsknobbels van het dijbeen dus van diens kniekuilsvlakte. Zorgt voor buiging van de voet (en knie; zoals opslaan onderbeen bij het zwemmen), zoals bij de afzet voor springen en lopen.
GEWICHT
Als gewichts-ndicatie voor de midden en lange-afstandloper kunnen we de Stillman lengte/gewicht-index aanhouden. Stillman stelt voor mannelijke atleten het gemiddelde gewicht op 50 kg bij een lengte van 152 cm en 1 kg meer voor iedere centimeter meer lengte (aldus is het gemiddelde gewicht voor een man van 182 cm – 80 kg). Voor de 800 m-lopers verminderen met 5%, 1500 m-lopers met 10% en lange-afstandlopers met 15% (voor een loper van 182 cm betekent dit: 800 m = 76 kg; 1500 m = 72 kg; 5000/10000 m = 68 kg). Voor vrouwelijke atleten stelt Stillman het gemiddelde gewicht op 45 kg bij een lengte van 152 cm en 0,9 kg meer voor iedere centimeter meer lengte.
Het betreft hier duidelijk gemiddelde waarden welke door de serieuse loper niet worden overschreden, bij wereldtoppers worden vaak waarden gevonden die nog 5-10% lager uitkomen.
GEWRICHTEN
Gewrichten zijn de verbindingen tussen twee onbuigbare delen van het skelet. Gewrichten verschillen veel in structuur en bouw en zijn dikwijls maar voor één bepaalde beweging geschikt. Toch vertonen gewrichten ook zekere overeenkomsten in structuur en bouw. Zij kunnen ingedeeld worden in drie hoofdtypen:
1. Fibreuze gewrichten. 2. Kraakbenige gewrichten. 3. Synoviale gewrichten.
In het bewegingsapparaat zijn vrijwel alle gewrichten van het synoviale type. Zij worden zo genoemd, omdat in het gewricht een smeervloeistof (synovia) voorkomt.
GLUCOSE
Druivesuiker (dextrose), chemische formule C6H12O6; belangrijkste koolhydraat, welke in alle lichaamscellen tot kooldioxyde (CO2) en water (H2O) wordt omgezet. De hierbij vrijkomende energie wordt via de energierijke fosfaten (ATP +CP) ter beschikking gesteld aan de arbeids- en opbouwstofwisseling. Glucose wordt in de vorm van glycogeen vooral in de spieren en de lever opgeslagen. De glucosespiegel in het bloed wordt door meervoudige hormonale en nervale mechanismen voor de instandhouding van de homeostase (zie H) constant gehouden.
GLYCOGEEN
Hoogmoluculaire opslagvorm van de glucose, vooral in de lever en de skeletmusculatuur. In de spieren dient het intracellulaire glycogeen als direct beschikbare energiereserve. Glycogeenopbouw en -afbraak worden geregeld door hormonale mechanismen. Hoge glycogeenvoorraden zijn een voorwaarde tot goede sportprestaties voor alle duursporten.
GRANEN
Granen en graanprodukten nemen in een volwaardige voeding een centrale plaats in. Ze diene samen met groente, fruit en peulvruchten de basis van onze voeding te vormen. Graanprodukten zijn niet alleen goedkoop, in de vorm van volkoren zijn ze ook als voeding uiterst waardevol. Op een enkel stof na (o.a. vitamine C) levert graan alles wat de mens nodig heeft. Soms wordt graan alleen genoemd als leverancier van koolhydraten. Graan levert echter ook waardevol eiwit, vezelstoffen, vitamines (vooral de B-groep) en mineralen (magnesium, ijzer, koper enz.).
GROENTEN
Groenten en fruit nemen in het voedsel van de loper een brede plaats in. Het zijn belangrijke leveranciers van vitaminen, mineralen en voedingsvezels. Het is goed iedere maaltijd te beginnen met vers bereide rauwkorst of fruit. Dit bevordert de geleidelijke opname van het voedsel en daarmee de spijsvertering.
Kan jij nog een ander woord bedenken met de eerste letter G, wat belangrijk is om te weten als hardloper?



