Bij het leven hoort een manier van communicatie, voor de hardloper is dat de loperstaal. En daar hoort een alfabet bij, want dat zijn de bouwstenen van onze taal. Daarom hebben wij een alfabet voor de hardloper. Met deze week de letter P. Weet jij bijvoorbeeld wat jouw pasfrequentie is? Of wat een paella is? Hardlopen is namelijk niet alleen een sport, het is een manier van leven.
PACEMAKER
De ‘pacemaker’ ofte wel haas is bij de wedstrijden over midden en lange afstand. Bij de topwedstrijden op de baan en de weg is de haas vaak een door de organisatie betaalde loper of loopster die over een gedeelte en ook wel over de gehele afstand een van tevoren afgesproken tempo loopt. Pacemakers worden in de training ook gebruikt in de vorm van licht‑ of geluidssignalen die het tempo aangeven.
PASFREQUENTIE EN PASLENGTE
Bij het lopen betekent de pasfrequentie het aantal passen dat we per minuut maken. De pasfrequentie of wel loopritme is enerzijds afhankelijk van de loopsnelheid en anderzijds afhankelijk van persoonlijke spierzenuwwerking. De prikkelingsmogelijkheid van de spieren is voor iedereen verschillend en grotendeels erfelijk bepaald. De persoonlijke pasfrequentie ontwikkelen we het beste door diverse ritmes uit te proberen. Net als wielrenners behoren lopers over verscheidene versnellingen te beschikken. Zodra een wielrenner heuvelop gaat, meer tegenwind krijgt of erg vermoeid raakt zal hij terugschakelen naar een lagere versnelling. Hij vangt de grotere weerstand mechanisch op door meer kleinere en snellere krachtsinzetten, de trapfrequentie gaat meer keren per minuut rond. Voor de loper komt dit overeen met een toename van het aantal passen per minuut (pasfrequentie). De sterkere wielrenner zal vanzelfsprekend met een hogere versnelling kunnen fietsen, zo ook zal de sterkere loper met grotere passen (paslengte) kunnen blijven lopen. Willen we echter zo zuinig mogelijk (efficiënt) met onze energie omgaan dan zullen we ervoor moeten zorgen dat bovengenoemde ‘mechanische functies’ optimaal aan de omstandigheden zijn aangepast. Voor iedere snelheid en weerstand die we tegenkomen zullen we moeten zoeken naar een optimale verhouding tussen paslengte en pasfrequentie (= loopritme).
PASTA
Pasta’s zoals spaghetti, macaroni zijn rijk aan koolhydraten en worden daarom veel gegeten door lopers in de laatste dagen voor en vlak na de wedstrijd. Een koolhydraat-rijk dieet moeten duursporters permanent nuttigen. Bij meer pasta‑maaltijden moeten we er wel voor zorgen dat ze voldoende ongeraffineerde meervoudig samengestelde suikers bevatten. We dienen ook te zorgen voor voldoende vezelrijke voedingsproducten.
PATELLA
Knieschijf aan de voorzijde van het kniegewricht.
PEAK-FLOWMETER
De peak‑flowmeter ook wel de piekstroommeter genoemd is een apparaat waarmee de maximale uitademingsstroom gemeten wordt. In eenvoudige uitvoering bestaat de piekstroommeter uit een buis waarin een schijfje zit met een veer. Het schijfje duwt tegen een wijzertje. Wanneer we in de piekstroommeter uitademen blazen we tegen het schijfje aan. Hoe krachtiger we uitademen, hoe verder het schijfje en de wijzer wordt weggeblazen. En dus hoe hoger de piekstroomwaarde is. De piekstroommeter wordt veelal gebruikt door CARA‑patienten. CARA (Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen) is een verzamelnaam voor allerlei verschillende ziekten van de luchtwegen. Dit zijn ziekten zoals bronchitis, astma en longemfyseem. Een veel voorkomende klacht bij al deze ziekten is benauwdheid. Cara‑ patiënten kunnen vaak moeilijk uitademen. Door het meten van de maximale uitademingsstroom kunnen we goed zien hoe op een bepaald moment het ademhalingsvermogen ervoor staat. Het kan een indicatie zijn tot het gebruik van medicijnen en welk effect deze medicijnen hebben. Ook de gezonde atleet kan er mee bepalen of zijn ademhalingsvermogen bijvoorbeeld door het milieu beïnvloed wordt.
PEAKING
Peaking oftewel ‘pieken’ betekent het op het juiste moment in topvorm zijn voor een bepaalde wedstrijd.
PEDOMETER
Met een pedometer kunnen we het aantal passen meten dat een loper maakt. Het pasritme bij een bepaald tempo over een bepaalde afstand is een belangrijk gegeven voor het vermogen dat een loper over die afstand kan opbrengen.
PERIOSTITUS
Beenvliesontsteking. Komt bij lopers vaak voor bij het scheenbeen. Vaak komt het door te veel trainen bij aanvang en/of verkeerd schoeisel en/of te veel op harde ondergrond lopen en/of te weinig voetgymnastiek. Reeds bij lichte irritatie minder lopen of stoppen met lopen. Na de training kan je het ook behandelen met ijs.
PLATVOET
De meest voorkomende verworven afwijking in de vorm van de voet is de platvoet. Dat is ook niet zo verbazingwekkend als we bedenken dat in een gemiddeld mensenleven ca. 200.000 kilometer wordt afgelegd. Die gehele belasting komt terecht op onze voeten. Toch is het niet juist om aan de voortdurende belasting het ontstaan van platvoeten toe te schrijven. De laatste jaren is men er steeds meer van overtuigd geraakt dat ook andere factoren van belang zijn. Het voetgewelf is namelijk geen statisch vormsel zoals de gewelven die we in een gebouw kunnen tegenkomen. Het voetgewelf is dynamisch en past zich aan de belastingen aan. Ook moeten we bedenken dat nergens in de natuur de ligamenten de belangrijkste structuren zijn om belastingen op te vangen. Het zijn de spieren die deze rol vervullen. De ligamenten dienen alleen maar voor de veiligheid. Als de spieren het opgeven komen de ligamenten in actie. Als de voetspieren goed zijn ontwikkeld, zijn zij in staat een fraai voetgewelf te vormen. Bij inboorlingen die gewend zijn op blote voeten te lopen, zien we vaak een geheel platte voet als zij rustig staan. Bij het lopen verschijnt echter direct een fraai gewelf. Ook bij dansers is dit waar te nemen. Zij beschikken over krachtig ontwikkelde beenspieren die de voeten in alle richtingen kunnen bewegen. Ook hebben zij krachtig ontwikkelde spieren die tussen de tenen zijn gelegen.
PODOGRAM
Afdruk van de voet bij staande houding , te maken op een podoscoop.
PODOLOOG
Andere naam voor voetspecialist.
PRAATTEST
Vooral als je een beginnende loper bent, moet je ervoor zorgen dat een goed looptempo loopt waarbij je nog kan blijven praten. Kan je geen gesprek voeren tijdens het lopen dan ga je te snel. Dit wordt de praattest genoemd.
PRONATIE
Omstreeks 80 % van de lange-afstandlopers landt op de achter buitenzijde van de hak en hebben te maken met pronatie. Pronatie kan grofweg omschreven worden als het meer of minder binnenwaarts doorzakken van de voet bij de landing tijdens het lopen. Na de haklanding zal het gewicht van de loper zich over de hak naar voren schuiven naar de middenvoet, de voet rolt daarbij naar binnen tot plat op de grond. Dit gedeelte van de voetafwikkeling noemen we pronatie. Na het doorveren op de hele voet zal deze bij de afzet over de hele voet naar voren afwikkelen en via de grote teen de grond verlaten.
Bij te veel proneren (= over‑pronatie) kunnen er blessures ontstaan. Pronatie is in zekere mate nodig om de schok bij de landing te absorberen tijdens iedere looppas. Schoenen waarvan de zool bij de hak nogal breed is, veroorzaken bij de ‘haklander’ over‑pronatie. Door de voet bij de landing een enigszins grijpende beweging te laten maken en deze dicht onder de projectie van het lichaamszwaartepunt te plaatsen is er minder kans op overpronatie. Om te beschouwen of je overproneert is het goed om een paar veel gebruikte loopschoenen van achteren te bekijken. Wanneer de hielkap van de schoen naar binnen toe is uitgelopen is er sprake van over‑pronatie. Er zijn diverse modellen loopschoenen welke het proneren kunnen corrigeren. Maar je dient er wel voor op te passen om niet weer te veel te willen compenseren.
PROTEÏNEN
Synoniem voor eiwitten. Na water vormen de proteïnen de grootste substantie in het lichaam. Proteïnen zijn uitermate belangrijk voor het behoud van vitaliteit en goede gezondheid. Ze zijn van primair belang bij de groei en ontwikkeling van alle lichaamsweefsels. Ze vormen de belangrijkste bron voor het bouwmateriaal van de spieren, het bloed, de huid, de haren, de nagels en inwendige organen zoals het hart en de hersenen. Proteïnen zijn benodigd voor de ontwikkeling van de hormonen, welke een grote variatie aan lichaamsfuncties verzorgen zoals de groei, de seksuele ontwikkeling, en intensiteit van de stofwisseling. Proteïnen zorgen er tevens voor dat het bloed niet te zuur of te basisch wordt en ze reguleren de water-huishouding van het lichaam.



