Je hebt van die weken waarin je traint en alles gaat perfect. Maar in sommige weken lijkt de last van je kilometers te zwaar. Je voelt dat als je dan doorzet je misschien schade oploopt. Wat dan?
Een keertje hard trainen is niet erg. Een week lang langer of intensiever ook niet. Een beetje spierpijn is fijn. Wat als het dat niet overgaat? Je stapelt het ene pijntje op het andere. Toch blijf je doorgaan. Blijvende pijn aan spieren, pezen of ligamenten is een teken dat je herstel niet serieus genoeg neemt. En ergens is het ‘au’ en je lichaam vertelt je resoluut ‘doe het lekker zelf’. Dan zit je langs de kant en kom je nergens. Stop dat proces en verleg je keuze van teveel naar gezond trainen.
Zwaar versus licht
Je kunt al veel voorkomen door in je trainingen een goed verschil te maken tussen zwaar en licht trainen. Wat zie je in de praktijk? Lopers trainen voor een halve marathon en lopen bijvoorbeeld iedere keer 20 kilometer in anderhalf uur. Maak niet van iedere training een knaller van een prestatie.
Herstelweekje nodig?
Kijk ook naar de langere periode. Je wilt graag je grenzen verleggen. De basisregel uit de trainingsleer komt hier mooi van pas. Veel hardlopers zijn gebaat bij een periode van 3 tot 4 weken waarin trainingen langer of intensiever worden, gevolgd door een week met hersteltrainingen. Je lichaam krijgt een week de tijd om te snappen dat je structureel naar een conditioneel hoger niveau wil. Daar is even tijd voor nodig.
Over je grens
Ben je echt een periode over je grenzen gegaan maar je kunt nog wel hardlopen. Kortom je hebt nog geen echte blessure maar iedere keer voel je van alles. 5 grote maatregelen:
1) Naar 60%
Ga onmiddellijk terug naar ongeveer een trainingsomvang van 40 tot 60% van je aantal trainingskilometers per week. Je lichaam slaakt een zucht van verlichting.
2) Je mag lang blijven trainen
Je mag op zich best lang blijven trainen maar kies de gezonde variant. Met 60% houd je heel veel tijd over voor de warming-up en cooling-down. Besteed vooral veel tijd aan de delen waar je last van hebt. Een voorbeeld: zijn het je heupen: doe meer actieve oefeningen in de warming-up om deze warm te maken. Meer draaien en bewegen waarbij je van een kleine naar een grote bewegingsuitslag werkt. Bedenk dat je warming-up van bijvoorbeeld 10 naar 20 minuten ook een fijne training is.
Je warming-up is ook een go/no go beslismoment of je wel of niet doorgaat met de looptraining.
3) Sla de looptraining over
4) Stretch op de gewone dagen
5) Ik ben zen
Rust roest zeiden onze oma’s. Klopt helemaal. Blijf bewegen maar haal de druk eraf, letterlijk en figuurlijk. Dan herstel je snel.



