Verschillen in trainingen voor hele en halve marathon

Wat zijn de verschillen en hoe kun je dat trainen?

Zowel de halve als de hele marathon oefenen een onweerstaanbare aantrekkingskracht uit op lopers van de 5 en 10 kilometer. Toch is er een belangrijk fysiologisch verschil tussen de marathon en de andere afstanden: 
– je lichaam heeft onvoldoende glycogeen 
– de favoriete energiebron voor het lichaam tijdens hardlopen 
– opgeslagen om een marathon te kunnen voltooien. 
De hoeveelheid glycogeen is overigens ruim voldoende voor een halve marathon. Dit gegeven leidt ertoe dat lopers van uiteenlopend niveau in staat zijn om een gedegen tijd op de halve marathon te realiseren, maar daarin niet slagen bij de hele marathon.

Om ook op de hele marathon te slagen, zul je in je vetstofwisseling c.q. lipidenmetabolisme vet moeten verbranden. Dat vergt training en dat doen veel lopers niet. 

Want wat moet je doen? 
Je moet zorgen dat je training fysiek is afgestemd op je marathondoel. Dus als je een marathontijd van 4 uur nastreeft, zul je uiteindelijk langzaam maar zeker naar een training moeten toewerken met dezelfde belasting: een gemiddelde van 5:40 minuut per kilometer. Dat betekent niet dat je per se een training moet afwerken waar je ruim 42 kilometer lang dit tempo loopt. Je kunt ook elke 5 tot 6 kilometer afwisselen met 1 of 2 minuten wandeltempo. Het belangrijkste is dat je met zo’n training je lichaam leert om vet te verbranden. Want dat is een nieuw element voor je lichaam ten opzichte van de halve  marathon. 

Meer verschillen
Natuurlijk zijn er meer verschillen tussen trainen voor een halve en hele marathon. Zo zijn solide PR’s een goede voorspeller voor succesvolle halve marathons, terwijl een langzame gedegen trainingsopbouw naar een langeafstandsloop dit is bij hele marathons. Maar het belangrijkste verschil zit in de noodzaak tot vetverbranding.
 

De beste looptips en inspirerende artikelen elke vrijdag in je mailbox?

Meld je aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Training