Tour Monte Rosa, Alagna – Macagnana (deel 4)

"Met een team van vier personen besluiten we rond het Monte Rosa Massief te lopen, een afstand van 170 kilometer en 11.000 hoogtemeters in zes dagen. De confrontatie met extreme weersomstandigheden, omleidingen vanwege aardverschuivingen, hypothermia, ziekte en blessures maken deze reis door de Alpen een onvergetelijk avontuur." Foto: Andy Astfalck

Tour Monte Rosa, Alagna – Macagnana (deel 4)

“Nog nooit eerder ben ik er zo slecht aan toe geweest. Pas na afloop realiseer ik mij hoe gevaarlijk deze situatie was.” Lees deel 4 van Manons avontuur van 170 km en 11.000 hoogtemeters.

Met een team van 4 personen loopt Manon Schutter de Tour de Monte Rosa: een tocht van maar liefst 170 kilometer en 11.000 hoogtemeters in 6 dagen door de Zwitserse en Italiaanse Alpen. In een serie van 7 verhalen neemt Manon je mee in haar onvergetelijke ervaringen.

Deel 1: De voorbereiding
Deel 2: Het begin
Deel 3: St Jacques – Alagna
Deel 4: Alagna – Macagnana
Deel 5: Macagnana – Saas Fee – Europahut
Deel 6: Europahut – Zermatt
Deel 7: Zermatt – St Jacques – The End

Manon heeft haar blogs ook ingesproken. Luisteren kan hier via soundcloud.

Stage 2, maandag 3 augustus

Dat ik er ’s nachts uit moet om te plassen verbaast mij niet. Ik heb veel gedronken tijdens het diner, water maar ook een paar glazen wijn, om te vieren dat we de eerste etappe hebben gehaald. Ook heb ik veel gegeten om goed te herstellen en genoeg energie te hebben voor de volgende dag. Een goed herstel is extra belangrijk bij een trip van meerdere dagen. Maar misschien heb ik het wat overdreven en is dat de reden van de misselijkheid en dat ik de slaap maar niet kan vatten.

Ik staar naar het plafond, probeer wat ademhalingsoefeningen en tel schaapjes. Het lijkt allemaal niet te helpen. Ik berust me in het feit dat ondanks dat ik misschien niet slaap, mijn lichaam in ieder geval uitrust, zo liggend in het stapelbed.

Wil je dit blog beluisteren?

Klik op de afspeelknop hieronder. Ingesproken door de auteur Manon Schutter.

Na een niet-zo-goede-nachtrust word ik rond zeven uur wakker. Al vraag ik mij af of ik überhaupt wel geslapen heb. Met een rusthartslag van tachtig, dubbel van wat het normaal is, en een ‘body battery’ van 14% volgens Garmin – tijdens de nacht is hij 5 procent gedaald – voel ik mij op zijn zachts gezegd niet heel fit.

“Your body battery decreased 5 points while you slept” – Garmin Connect

De weersvoorspellingen voor de dag zijn ook niet geweldig. Het kan gaan regenen of zelfs stormen aan het eind van de dag, dus we besluiten op tijd te vetrekken om zo het slechte weer voor te blijven.

Game day

Het is frisser dan de dag ervoor, wat voor aangename verkoeling zorgt. Ik merk dat ik weinig energie heb, maar de eerste klim gaat best prima; 1200 hoogtemeters met een redelijk tempo.
Daarna komt een heerlijke afdaling; niet te stijle single track met grote keien die goed lopend te bedwingen zijn en het pad tot een leuke uitdaging maken.

Springend en hupsend van de ene kei naar de andere, hoor ik de ‘Mario Bros’ tunes in mijn hoofd – Het spel dat ik vroeger met mijn broer vaak gespeeld heb op de Nintendo -. Er zijn geen paddestoelen op onze trail, maar in mijn hoofd behaal ik de bonuspunten. “Tum tum, tum. Pling!” Ik loop steeds iets harder zonder energie te verliezen. Even voel ik mij onverslaanbaar, een superheld in mijn eigen video game. Alle vier vliegen we naar beneden. We genieten. Dit is ons terrein. Dit is waar we voor gekomen zijn!

Nooit gedacht dat ik blijer zou kunnen zijn met klimmen dan met dalen.

Maar dit gevoel is helaas niet van eeuwige duur en mijn energie ebt vlot weg. Ik verzwik mijn enkels een aantal keer, glijd hier en daar uit vanwege de rotsen die nu nat zijn geworden door de toenemende regen en mijn grote tenen beginnen pijn te doen. Bij elke stap raken ze de voorkant van mijn, nieuwe en te kleine, trail schoenen. De pijn wordt steeds erger waardoor ik anders ga lopen om te proberen het te ontwijken, maar er is geen ontwijken aan. Des te voorzichtiger ik ga lopen, des te meer ik slip en zwik.

De ‘truc’ met trailrunnen is juist lef hebben. Je moet op de grip van je schoenen vertrouwen, voorover leunen en je gewicht volledig op de schoenen plaatsen. Als je dat niet doet, heb je juist minder grip. “Knop om” denk ik. “Tempo erop en blijven gaan. It’s all in your head.” Spreek ik mijzelf streng toe. Maar het wordt er niet beter op. Helaas. “Rustiger afdalen en accepteren dat het een lange dag gaat worden”. Gelukkig hebben we slechts één afdaling vandaag. Hierna hoeven we alleen nog omhoog. Deze gedachte verbaast me. Nooit gedacht dat ik blijer zou kunnen zijn met klimmen dan met dalen.

De laatste klim

Voordat we aan de laatste klim beginnen, besluiten we in een pizza restaurant te lunchen om even warm te worden en energie op te doen. We ontmoeten Andy, de ASICS fotograaf. Hij was in de buurt en is gekomen om onze reis voor een deel vast te leggen op de gevoelige plaat. Hij heeft de ASICS SS21 collectie in zijn auto liggen en als ik hem vertel over mijn pijnlijke tenen, leent hij mij de nieuwste, nog geheime, sample trailschoen die toevallig mijn maat blijkt te zijn. Ze voelen direct super comfortabel en mijn grote tenen zijn blij met de extra ruimte voorin.

Na een paar happen van mijn pizza zit ik vol. Ik heb zeker meer verbrand dan dit vandaag, weet ik, maar mijn maag beslist anders. Dan maar vloeibare calorieën en ik drink twee cola’s. Deze hebben goed veel suikers en cafeïne om mij voldoende energie te geven voor de laatste 1500 hoogtemeters van de dag. Met hernieuwde energie vervolgen we onze weg.

Hoe hoger we komen, hoe frisser. Handschoenen uit of aan, warm jack aan of toch niet? We hebben geen zin om te stoppen. Als we door blijven lopen, blijven we warm genoeg, bedenken we. Het is ondertussen harder gaan regenen en er staat nu een forse wind. Er trekt een dikke mist op. “Of lopen we in de wolken?” We zien niets meer van de route aanduidingen en vertrouwen nu volledig op de kaart en de gpx op onze horloges.

De langste 200 meter van mijn leven

We zijn nu op bijna 3000m hoogte. De wind blaast ijzig tegen ons aan en onttrekt alle warmte van ons lichaam. Mijn handen zijn te koud geworden om nog handschoenen aan te doen, of überhaupt iets uit mijn rugzak te pakken. Stilstaan lijkt nu gevaarlijk, te koud, dus we blijven doorstappen. “Blijven bewegen, blijven bewegen” herhaal ik tegen mezelf. Zolang we maar blijven bewegen, komen we vanzelf bij de berghut.

Mijn zicht is wazig en ik heb moeite mij te concentreren. Ik lijk wel een robot die op afstand wordt bestuurt door Christof. Hij loop achter mij en roept af en toe “links” of “rechts” om te zorgen dat ik de juiste kant op blijf lopen.
Steunend, kreunend met af en toe een scheldwoord tussendoor, kruipen we omhoog. Hoe ver nog? Nog 200 meter… “Huh?” Hij bedoelt natuurlijk nog 200 hoogtemeters. Het lijkt een eeuwigheid te duren…

Een koud ‘thuiskomen’

“We hebben het gered!” Met een ruk doe ik de deur open en plots sta ik middenin de berghut. Ik stort neer op de grond. Mijn tas naast mij. Ik krijg hem nog maar net van mijn rug af met mijn bevroren handen warvan ik mijn vingers niet meer voel. Ik zie twee schimmen aan de andere kant van de ruimte naar mij kijken, waarvan ik vermoed dat het Nils en Karen zijn maar mijn zicht is niet scherp genoeg om daadwerkelijk gezichten te ontwaren.

Een van de schimmen komt dichterbij. Ik hijs mijzelf ondertussen op een bankje en blijf daar trillend zitten. Karen overhandigt me een kop warme thee. Nils en zij hadden direct vier koppen thee besteld bij binnenkomst, tien minuten eerder. De barman had haar vreemd aangekeken, waarna ze had uitgelegd dat er nog twee aan zouden komen; Christof en ik.

Nils zit, ook trillend, met een zilveren aluminium deken voor de openhaard. Ik ga naast hem zitten en kruip onder de aluminium deken erbij. Nog steeds met de warme thee kop in mijn handen geklemd. De aluminium deken maakt een knisperend geluid omdat onze ledenmaten niet willen stoppen met rillen. Pas na ruim een uur, meerdere koppen thee met honing en warme chocomelk, wordt het stiller en begint de kleur terug te keren naar onze tot nog toe grauwe en blauwe gezichten.

Nog nooit eerder ben ik er zo slecht aan toe geweest. Pas na afloop realiseer ik mij hoe gevaarlijk deze situatie was. Zelfs met al onze alpiene ervaring, hebben we de situatie niet goed in kunnen schatten. Waarschijnlijk waren we al te laat, toen we overwogen wel of niet meer lagen aan te doen. Zo zie je maar, hoe snel het beslissingsvermogen wordt aangetast in dit soort extreme omstandigheden. Het is een wijze les geweest.

1 reactie

  • Karin Verheijden

    Heftig zeg. En gelukkig goed afgelopen.

Reacties zijn gesloten.

De beste looptips en inspirerende artikelen 2x per week in je mailbox?

Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief en mis niets!

Meer uit Columns & meer